Veel lieve kinderen

1. Het sterfbed van mijn moeder

“Hoe weten ze dat?” vroeg ik aan mijn jongste broer toen hij ’s avonds belde dat Ma op sterven lag. Hij lichtte zijn familie in over het naderende einde. Niet iedereen was in de buurt, maar hij en de oudste twee (van de zes) kinderen wel.

“Ze zien lijkvlekken”.

Die nacht had ik dienst, een van onze patiënten lag in kritieke toestand op de IC. Het is met die diensten altijd een soort Russische Roulette, word je gebeld, wanneer en waarover? Is het nodig om direct naar het ziekenhuis te gaan? Zo’n soort telefoontje verwachtte ik.

Maar dit telefoontje overrompelde me.

Ik moest die dienst dus zien over te dragen aan een ander, met helaas een moeilijk probleem erbij. Een ongevalletje, een botsinkje, een vechtpartijtje, een GHB overdosis, een kopsschopperslachtoffer, dat is nog wel goed te verkopen, maar zo’n groot probleem? ’s Avonds laat? Het lukte, iemand begreep mijn situatie en nam mijn dienst tijdelijk over.

Op tijd kwam ik aan in het verpleeghuis waar Ma haar laatste jaren had doorgebracht en waar nu haar laatste uur zou slaan. Mijn oudste broer kwam tegelijk aan met mij. De verstoten broer was niet bereikbaar geweest, en zou toch al niet zijn gekomen, de zussen woonden te ver weg om erbij te kunnen zijn.

Daar lag ze, bleek, mager, nog tengerder dan ze in haar jeugd was geweest.

Daar lag ze, bleek, mager, nog tengerder dan ze in haar jeugd was geweest. In haar jonge jaren werd ze wel eens gewogen door haar vader, die ze fopte door een zwaar boek achterin haar rokband te verstoppen. Haar vader die ze later “gierig” noemde. Maar die een armlastige kaasboer was, met zes kinderen die allemaal goed konden leren. Dat kostte wat toentertijd.

Het meisje met de rode haren, op haar zeventiende vanuit Woerden aardappelen halend op de fiets, retourtje Groningen. Eenmaal terug weer even de kam door het haar, trots binnenfietsend met de buit.

Het meisje dat zo goed kon leren dat ze een beurs kreeg voor een studie aan de Universiteit van Utrecht. Op die beurs konden volgens haar vader ook twee van haar broers teren, dus leefden ze met zijn drieën op haar beurs. Met zijn drieën op een kamer, het ging, het moest. Ze verdiende nog wat bij met tekenen. Zodat ze een tweede jurk kon kopen.

Het meisje, inmiddels jonge vrouw, dat zich liet verleiden nadat ze mijn vader ontmoette in een boekhandel in Utrecht.

Haar vader vond dat je waar je aan begint ook moet afmaken.

Dat hij protestant was en zij katholiek bleek pas toen ze zwanger was. Daar kwamen nog heel wat gesprekken van. Zij wilde terug naar huis en weg van haar verleider. Haar vader vond dat je waar je aan begint ook moet afmaken. En zo geschiedde. Haar verleider werd katholiek, en trouwde haar,  haar kind kwam binnen vijf maanden na het huwelijk voldragen ter wereld.

Daar was ik dan!

Ze deed haar best om haar baby te verzorgen, maar wist niet hoe dat moest. Haar man was inmiddels bij de marine, en had voor haar en de baby een kamer gehuurd in Den Helder. De hospita kwam eens kijken toen de baby maar bleef huilen. Ze trof de moeder uitgeput en bijna comateus aan. Hop naar het ziekenhuis met moeder en kind.

Het duurt langer om het op te schrijven dan het door je heen te laten gaan, dat bezweer ik je.

De stormachtige jaren die volgden beschrijf ik later wel eens. Kort samengevat: ze kregen nog eens vijf kinderen samen, hielden een jarenlange vechtscheiding, trouwden allebei opnieuw, zij met een gescheiden man en vader van ook al zes kinderen, hij met een kinderloze vrouw die hem zou beschermen tegen de vijandigheden die nog zouden volgen.

Ik tilde de deken even van haar benen. Ik zag de lijkvlekken. Mijn oudste broer zei geschrokken: “niet doen!”. Hij, die zijn werkzame leven had besteed aan het bestuderen van de huid? Ik legde snel de deken weer op zijn plaats.

… en duwde haar zachtjes tegen haar schouder, ritmisch, wiegend als het ware. Ga maar ma, duwtje, ga nou maar, duwtje, gamaar gamaar gamaar.

Daarna begon het sterven. Ik stond aan de linkerkant van Ma, en duwde haar zachtjes tegen haar schouder, ritmisch, wiegend als het ware. Ga maar ma, duwtje, ga nou maar, duwtje, gamaar gamaar gamaar.

Tijdens dat zachte ritme ademde ze haar laatste ademtocht en kwam haar jongste zoon binnen. Precies op dat moment. Was hij, die iedereen had gewaarschuwd, nou net te laat of precies op tijd? Is het belangrijk?

Nadat ze dood was, werd ze gekleed in haar lievelingsblouse. Had van mij niet gehoeven, wat maakt het uit in het graf. En als je in wederopstanding gelooft, dan kan je ook in nieuwe kleren geloven. Zij geloofde niet trouwens. Al sinds haar dertiende niet meer. Waarom mijn vader zich dan moest bekeren tot het katholicisme is vooral het gevolg van een toen nog bestaande traditie. Twee geloven op een kussen…

En daar kwam mijn stiefvader, huilend,  binnengebracht door zijn jongste dochter. Zij was even oud als ik, we mochten elkaar wel, maar er stonden werelden in de weg.

Haar zou ik nooit kunnen vertellen dat haar vader mij aanrandde op een nacht toen ik nog alle vertrouwen had in zijn stiefvaderlijke bescherming.

Haar zou ik nooit kunnen vertellen dat haar vader mij aanrandde op een nacht toen ik nog alle vertrouwen had in zijn stiefvaderlijke bescherming. Dat vertrouwen verdween natuurlijk sneller dan sneeuw voor de zon. Zijn tranen konden mij niet ontroeren.

Mijn moeder was dood, en met haar werden de achterdocht, de vijandigheid en de wanen waaraan ze leed, die haar het leven moeilijk hadden gemaakt, en waardoor zij het anderen moeilijk had gemaakt, begraven. Rust. Vrede.

Mijn vader heb ik de volgende dag ingelicht over de dood van zijn eerste vrouw en moeder van hun zes kinderen. Hij was niet op de begrafenis. Hij was niet welkom op de begrafenis.

Jaren later stond ik aan het sterfbed van mijn vader. Ik was de eerste en tot dan toe enige van de kinderen die had begrepen hoeveel onrecht hem was aangedaan, door mijn moeder en in haar kielzog door de kinderen. Voor hij echt dood ging beleefde hij een korte wederopstanding door een in het Frans uitgesproken zin.

jeanne-hebuterne-1919
Jeanne Hebuterne by Amedeo Modigliani, 1919

2. Het sterfbed van mijn vader (2x)

In tegenstelling tot mijn moeder kon mijn vader het goed vinden met de chaperon. Ze hadden aangename discussies over de boeken die ze beiden kenden, en citeerden daaruit soms. Mijn vader deed dat zeer langzaam, op vrij jonge leeftijd was hij getroffen door een beroerte, waarna hij zijn taalvermogen kwijt was en zijn rechterarm en -been niet meer kon bewegen. Door een lieftallige en geduldige logopediste en een begripvolle revalidatiearts kon hij na twee jaar revalideren niet alleen weer lopen, autorijden en op vrijersvoeten gaan, maar ook weer spreken, verstaan, begrijpen, lezen en schrijven. Het begin van het terugverwerven van zijn taal, met die logopediste dus, ging aan de hand van kinderliedjes. Dankzij de melodietjes waren woorden gemakkelijker terug te vinden. Hij bereikte zijn oude niveau. Alleen het tempo bleef laag.

Eerste keer

Elke donderdagavond gingen mijn vader en zijn vrouw bridgen met wat oude bekenden en een nog oudere pastoor. Op een van die avonden werd hij onwel, zakte onderuit in de stoel, zag bleek en werd op de grond gelegd. De ambulance werd gebeld, hij werd gereanimeerd, naar het ziekenhuis gebracht en op de IC opgenomen.

Dat is niet belangrijk vond stiefmoeder hardop. Ze bleek zich te vergissen.

Op zaterdag gingen we op bezoek, de chaperon en ik. Hij lag daar op zijn rug, snel keek ik of hij wel toegedekt was. Waarom? Vertel ik in een volgende aflevering. Hij lag daar onder een deken, mijn stiefmoeder vertelde hem dat zijn dochter er was, want ook al was hij in coma, je wist maar niet of hij je hoorde. Ja, zei ik, en de chaperon is er ook. Dat is niet belangrijk vond stiefmoeder hardop. Ze bleek zich te vergissen.

De dokter van dienst kwam vertellen dat de vooruitzichten somber waren, dat ze na het weekend een onderzoekje naar zijn hersenfunctie zouden doen. Ik wist genoeg, ze voorzagen een zeer slechte afloop. Ik kon mijn tranen nog maar net bedwingen.

Daarop ruilde de chaperon van plaats met mijn stiefmoeder en zei:

“Ah, t’est voilà, le dernier des Justes?!”

Ah, daar ben je dan, de laatste der Rechtvaardigen. Een zin uit een van hun laatste gesprekken. Afkomstig van het boekomslaglievelingsboek van mijn vader, dat hij de chaperon had aanbevolen (Le dernier des Justes, André Schwarz-Bart,  De laatste der Rechtvaardigen, Meulenhoff 2003, vertaling Eveline van Hemert). En geloof het of niet: mijn vader knipperde met zijn ogen. Verder veranderde er even niets, maar we wisten dat hij het zou halen.

Zo ging het ook. Hij kwam weer bij en werd vervoerd naar een ander ziekenhuis om aan te sterken.

Terzijde.

Helaas stond mijn mobieltje uit toen die overplaatsing gebeurde. Ik was dan wel de contactpersoon, maar dacht dat ik er wel een paar uurtjes tussenuit zou kunnen knijpen. Op zondag was de jaarlijkse Nicolaes Tulp lezing. Wij waren uitgenodigd en zouden vooraan zitten, maar waren te laat en werden naar het achterbalkon verwezen. Daar konden we ongemerkt achterin aanschuiven. Voorafgaand aan de lezing was er o.a. een optreden van Dominee Gremdaat. Die kreeg het voltallige publiek in het Concertgebouw aan het lachen. Na dat optreden strompelde een zware man de trappen op, misschien deed-ie het in zijn broek van het lachen? Maar hij zeeg met een spierwit en toch zwetend gezicht neer op de achterste rij links. Ik zat rechts en ik dacht nog: andere kant uitkijken, maar deed wat anders. Samen met nog vijf anderen tilde ik de man naar de gang. Daarbij kwam op een ongelukkig moment alle gewicht op mijn tilkracht aan, ik voelde een pijnscheut in mijn rug en kon niet meer bewegen. De anderen moesten het zonder mij doen. Reanimeren? Niet nodig, de man kwam uit zichzelf weer bij, hij had wel vaker een flauwte, kreeg een boterhammetje met kaas en begon mij te adviseren hoe ik mijn rug moest bewegen. Hij ging weer naar binnen. 

Ik kwam thuis via een brancard van het Concertgebouw (mooie plafonds, ook in de gangen!) en de achterbank van de auto. Hangend tussen een buurman en de chaperon bereikte ik de bank in de woonkamer. Dat was een van de mooiere momenten: pijnvrij hangen tussen twee sterke mannen. Er was een rugwervel gebroken. De komende weken zou ik liggend doorbrengen. Verbazingwekkend hoeveel je liggend nog kunt doen. Alleen liggend koken is moeilijk, misschien nog wel moeilijker dan zittend. De volgende dag herinnerde ik me dat ik mijn mobieltje weer moest aanzetten. Een gemist sms-bericht: uw vader is overgeplaatst naar een ander ziekenhuis. Snel stiefmoeder gebeld: te laat, zij was tevergeefs op bezoek gegaan op de IC in het nu verkeerde ziekenhuis. Ik kon het uitleggen.

Na tien dagen was mijn vader voldoende opgeknapt om weer naar huis te gaan. Bridgen en autorijden werden weer hervat. Lezen en praten ook. Vijf maanden lang was hij weer als vanouds, hoewel nog weer wat langzamer dan voorheen.

Herkansing

Een paar dagen na een bezoek aan de tandarts werd hij ziek. Hoge koorts, koude rillingen, misselijk, hij werd naar een ziekenhuis in de buurt gebracht. Ik was daarover gebeld, maar wist niet naar welk ziekenhuis. Na vele telefoontjes, waarbij geen enkel ziekenhuis zijn opname kon bevestigen bleek dat hij al uren op een Spoedeisende Hulp lag. Toen ik daar aankwam zag ik dat hij het koud had, de dunne deken was van zijn schouders gezakt, hij had dorst maar mocht niet drinken, en zijn arm voelde ontzettend koud aan. Nee hoor, zei de verpleegkundige, we meten hier de temperatuur van elke patiënt, gewoon 37 gr C. Toen hij eenmaal naar een afdeling werd gebracht raakte ze hem aan en schrok toch ook van de koude huid. Snel stak ze tijdens het lopen nog een oorthermometer in, die nog steeds gewoon 37 gr C aangaf.

Hij werd met de minuut zieker, en allengs zagen anderen dat ook. Er werd ijlings een dame van een kamertje weggereden om dat vrij te maken voor mijn vader.

Boven op de afdeling werd hij aanvankelijk bij drie anderen op een kamer gelegd. Hij werd met de minuut zieker, en allengs zagen anderen dat ook. Er werd ijlings een dame van een kamertje weggereden om dat vrij te maken voor mijn vader. Ik belde zijn vrouw “het gaat niet goed”, er kwam een vrijwilligster langs met de vraag of hij koffie, thee of limonade wilde, hij wilde limonade, maar hij mocht nog steeds niet drinken, de vrijwilligster kwam terug met sorry dat was bedoeld voor de mevrouw die hier net lag, ik depte zijn lippen met natgemaakt gaas, zijn vrouw kwam binnen.

Ik trok me terug na een kus op zijn voorhoofd, hij wenkte me, zei me gedag en gaf me een handkus. Ik voelde dat hij hiermee ook een afscheidsgroet bracht aan zijn andere kinderen.

In de armen van zijn vrouw is hij gestorven. Om elf uur ziek, om vijf uur dood. Een mooie dood.

De zeer oude pastoor werd gewaarschuwd en kwam met zijn kistje Heilige Sacramenten aanlopen. Die zijn eigenlijk bedoeld om voorafgaand aan de dood toe te dienen, maar deze pastoor wist dat het erna ook nog wel kon, “het lichaam is nog lauw”. Uit ervaring was hem vermoedelijk bekend wat wetenschappers nu pas hebben ontdekt: het duurt nog uren voordat bijvoorbeeld hersencellen echt dood gaan na het overlijden van een mens.

Bij de begrafenis waren zijn tweede vrouw en al zijn kinderen aanwezig.

jan-lievens
Liefdespaar – Jan Lievens

3. De trappen

Het was een hete zaterdagmiddag en tijd voor de thee. Mijn vader kwam meestal even voor het theedrinken naar beneden, als de praktijk rustig was en de wachtkamer leeg. En anders brachten we zijn thee naar boven. Ik was thuis, hoewel het nog geen zomervakantie was. Het kostschoolregime was versoepeld, van eens per maand naar huis, via eens per veertien dagen, naar elke week. Ik was twaalf.

Katoenen bloesjes, lichte rokken, blote benen, sandalen.

De serre was te heet, ondanks alle openstaande ramen en deuren, dus zaten we aan de grote ronde tafel in de eetkamer, mijn moeder, de huishoudster en ik. Katoenen bloesjes, lichte rokken, blote benen, sandalen. De thee was klaar, de kopjes en de suikerpot stonden op tafel en de huishoudster begon met inschenken.

En daar verscheen Tante Lucia, onze buurvrouw. In bikini, met een zomerhoed op haar loshangende haar, blootsvoets. Jong, mooi, vrolijk. Haar lippen gestift in dezelfde kleur als de nagellak van haar vingers en tenen. Je zag haar schaamteloze vrijheid. “Ha! Thee! Heerlijk! Wat is het warm hè? “ Ze was achterom gelopen. De sfeer werd nu zinderend.

Die middag kwam mijn vader niet beneden. Dat was toeval, het was druk. Ik mocht de thee naar boven brengen.

De indeling van het huis was ongewoon. In die tijd hield een huisarts meestal beneden spreekuur en woonde hij met zijn gezin boven of op zijn best naast de praktijk.

Na Utrecht en Den Helder woonden mijn vader en moeder achtereenvolgens in Leiden en ergens in Brabant, tot ze zich vestigden in een overwegend protestants stadje aan een Hollandse rivier. Ze begonnen de praktijk in een kleine portiekwoning, begane grond, en maakten kennis met de grimmige sfeer die er tussen katholieken en protestanten, of nog erger: gereformeerden heerste. En ze maakten kennis met de pastoor, die voor een niet al te grote parochie preekte. Een aardige grijsharige man, blij met de komst van dit gezin.

Die twee kinderen waren niet altijd makkelijk, ik herinner me dat ik mijn broertje met een houten hamer op zijn hoofd sloeg, hij duwde mij ooit het raam uit.

Op een van de eerste zondagen na die kennismaking was de pastoor zo vriendelijk om vanaf het preekgestoelte alle aanwezigen te wijzen op de vestiging van de eerste katholieke huisarts in de stad. Dat had twee gevolgen: de praktijk bloeide vrijwel onmiddellijk op en de andere huisartsen keerden zich tegen de nieuwe collega. Oneerlijke concurrentie vonden zij. Ze weigerden een samenwerkingsverband om de diensten te verdelen. Mijn ouders hadden dus de eerste jaren na vestiging altijd dienst, dag en nacht, elk weekend. Op vakantie gaan was onmogelijk. Mijn moeder zorgde voor het huishouden, voor de twee kinderen – een derde was op komst- .voor de apotheek aan huis, en ze nam de telefoontjes aan, ook ’s nachts. Die twee kinderen waren niet altijd makkelijk, ik herinner me dat ik mijn broertje met een houten hamer op zijn hoofd sloeg, hij duwde mij ooit het raam uit. Waarover onze ruzies gingen weet ik niet meer, wel dat hij meestal de schuld kreeg als we weer bonje hadden. Wat ik me liet welgevallen. Nooit heb ik gezegd “maar ik begon”.

Ondertussen liep de praktijk als een tierelier. Reed mijn vader eerst visite op de fiets, al snel kwam er een scooter, en binnen enkele jaren een auto. En er kwamen plannen voor een nieuw te bouwen huis met praktijkruimte. Het gezin breidde intussen ook uit, en samen met een architect werd een groot vrijstaand huis ontworpen, met een ruime spreek- en behandelkamer, en boven genoeg kamers voor minstens zes kinderen. En een badkamer. En een atelier voor mijn moeder. En een grote tuin. Een wijnkelder. Een inpandige garage.

Dat de patiënten nu trap op trap af moesten werd een beetje verzacht door er een “luie trap” in te maken.

Mijn moeder was woedend. Hoe kon iemand het zich in zijn hoofd halen haar met de kinderen elke dag trap op trap af te laten gaan? Hoe kon je zo ijdel zijn om een beetje de mooie dokter uit te hangen met een spreek- en behandelkamer direct grenzend aan de tuin?
De plannen werden ijlings opnieuw getekend. Beneden de woonruimtes, de keuken, de bijkeuken, boven de praktijk. Dat de patiënten nu trap op trap af moesten werd een beetje verzacht door er een “luie trap” in te maken. En als je die hindernis ook niet kon nemen werd je thuis bezocht.

luie trap 1Na de dag van het pannebier, waarmee gevierd werd dat het hoogste punt van de nieuwbouw was bereikt, was het aftellen tot de verhuizing. Enkele maanden later verruilden we ons piepkleine flatje voor een huis met gigantische afmetingen. Zelfs nu nog is het groot, terwijl het meestal zo gaat dat de dingen die je als kind als enorm voorkwamen, later tegenvallen.

In de volgende maanden werden in datzelfde laantje nog vier of vijf grote huizen gebouwd, waarin ook jonge gezinnen kwamen wonen. Een van die gezinnen was dat van Tante Lucia. Door haar openhartige optreden was ze al snel geliefd, en ze was ongelooflijk gastvrij. Toen haar broer, een kunstschilder, het moeilijk had nam ze hem zonder er veel woorden aan vuil te maken maandenlang in huis. Later zou ze een kind, waarvan ze van haar eigen kinderen had begrepen dat het thuis niet goed werd behandeld, in haar gezin opnemen tot het volwassen was. Adoptie eigenlijk, zonder de benodigde papieren. En nog later zou ze mijn vader bijstaan in nood.

Er braken rijke tijden aan. De leveranciers kwamen aan huis, de groenteboer, de melkboer en de slager liepen rechtstreeks naar de keuken, de kolenboer stortte zijn vracht in het luik aan de zijkant van het huis, de slijter wist de weg naar de kelder.

Een huis vol trappen en trapjes. Eerst een klein halletje direct na de grote zware voordeur, met naar rechts de luie trap naar de praktijk. Via een deur rechtdoor naar het woongedeelte. Vanaf de grote met Noorse leisteen beklede vloer ging er een brede trap van twee treden naar het woongedeelte, dat alles was van parket. Vanuit diezelfde hal kon je door een geluid- en dampdichte deur naar de garage, drie trappentreden naar beneden. En naar de kelder, acht treden. En naar boven, veertien treden. Daarna verder naar boven, zestien treden, naar het atelier en drie slaapkamers, nog vijf treden en je was op zolder. Of je nam op de eerste verdieping een zigzaggetje langs de van binnen af te sluiten spreekkamer naar de badkamer en drie slaapkamers, ook weer via een trappetje, nu van zes treden. Een groot open hekwerk schermde de eerste trap af. In dat hekwerk waren voor de sier blokjes aangebracht, onbedoeld een ideaal klimrek vormend. Levensgevaarlijk om aan de buitenkant te beklimmen met die stenen vloer beneden, dus een heerlijke uitdaging voor ons.

Er kwam een vaste huishoudster, een werkster, een dienstmeisje voor dag en nacht. Een naaister, een pianoleraar. De Mien Ruys tuin onderhield mijn vader zelf, inclusief het jaarlijks beitsen van de schuttingen.

Er werden feesten gehouden, de buren en de katholieke notabelen van het stadje waren regelmatig met hun vrouwen te gast, er werd gedanst, gedronken, muziek gedraaid, geflirt.

Na een aantal jaren vestigde zich de tweede katholieke huisarts in de stad. De diensten konden nu worden gedeeld. In de loop der jaren werden de standpunten wat milder, en konden de twee zich aansluiten bij een grotere groep. Die daarna ook welkom was op de feesten. Mijn broertje en ik kregen er nog twee broertjes en twee zusjes bij. Er kwam een zuster in huis.

Hoewel het ons in materieel opzicht aan niets ontbrak, en ons gezin naar buiten glansde, werd binnenshuis de sfeer niet beter.

Hoewel het ons in materieel opzicht aan niets ontbrak, en ons gezin naar buiten glansde, werd binnenshuis de sfeer niet beter. Het waarom konden wij niet bevroeden. De gevolgen werden wel snel duidelijk. De eerste die naar kostschool moest was de middelste broer, naar midden Limburg, op zijn zesde. De tweede was mijn oudste broer, naar Nijmegen, op zijn tiende. Ik was de volgende, op mijn twaalfde. Ik mocht kiezen: Tilburg of Roosendaal. Een keuze die ik helemaal niet wilde maken, het voelde als verraad, als een afwijzing. Precies wat mijn broers ook moeten hebben gevoeld. Ik koos Roosendaal.

Jaren later was ik zoals de meeste weekends weer thuis. Ik was er getuige van dat mijn vader onderaan de binnentrap naar de praktijk zat, en zei dat hij niet meer kon, hij kon geen spreekuur doen, hij kon niet goed uit zijn woorden komen. Mijn moeder zei dat hij zich niet moest aanstellen, en na zo’n tien minuten ging hij toch aan het werk.

Enkele maanden later, ik was niet thuis, hoorde ik dat hij een beroerte had gekregen tijdens het spreekuur. Hij kon nog net iemand bellen, koos niet voor de binnenlijn maar belde Tante Lucia. Hij sprak onsamenhangend, het leek wel wartaal, ze begreep dat er iets heel erg mis was en ze schoot hem te hulp. Door haar liefdevolle bemoeienis werd hij opgenomen in een naburig ziekenhuis.

Tijdens zijn ziekbed werd de scheiding in gang gezet.

unnamed
Kelly Brook

4. Zes kinderen en een shock

Mijn ouders waren allebei semi-arts, en waren begonnen aan hun coschappen van het laatste jaar. Een onverwachte zwangerschap ontregelde de boel een beetje. Mijn vader ging door, mijn moeder niet. Het semi-arts zijn blijft levenslang geldig, haar plan was de studie later weer te hervatten. Wat ze ook gedaan heeft, maar heel veel later dan de bedoeling was.

De baby moest daar geboren worden, maar dan liefst in het weekend, als alle medebewoners naar hun ouders waren.

Het coschap gynaecologie en verloskunde hadden ze net achter de rug. Hij bewoonde een grote zolder van een studentenhuis voor katholieke mannelijke studenten. Zij trok clandestien bij hem in. De baby moest daar geboren worden, maar dan liefst in het weekend, als alle medebewoners naar hun ouders waren. Ze hadden een gynaecoloog bereid gevonden om weeën-opwekkers te verstrekken, en deze man zou ook de bevalling begeleiden. Het eerste deel van dit plan lukte. Toen de bevalling eenmaal was begonnen gaf de gynaecoloog niet thuis, hij kon niet komen. Hij had zichzelf net een forse dosis morfine toegediend, naar later bleek. Mijn vader deed de bevalling dus zelf. En alles verliep op rolletjes. Zijn cijfer voor het artsexamen gynaecologie/verloskunde werd, zonder dat hij hoefde te komen opdagen, bepaald op een negen.

Na het artsexamen wilde mijn vader verder specialiseren in de zenuw- en zielsziekten. Professor Rümke wilde hem wel als assistent aannemen, mits hij in zijn eigen onderhoud kon voorzien. Zo ging het destijds. Met een jong gezin zou hij dat niet kunnen opbrengen, er moest brood op de plank, dus ging hij als scheepsarts bij de marine werken. Ze verhuisden naar Den Helder. Niet veel later werd mijn moeder ziek, de baby werd opgevangen door haar ouders. De dokters dachten aan lymfeklierkanker, maar het kon ook Pfeiffer zijn. Ze voelde zich gekrenkt toen ze mijn vader hoorde beweren dat hij na haar dood een aantrekkelijke jonge weduwnaar zou zijn met een lief dochtertje. Het bleek Pfeiffer te zijn en ze herstelde langzaam.

De tweede baby werd geboren tijdens een waarneemperiode in Leiden. In september. Drie van ons zijn in september geboren, een kleine rekensom leert dat het alle drie als het ware kerstkindjes zijn. Na nog een korte waarneemperiode ergens in Brabant was er een mogelijkheid een zelfstandige praktijk te beginnen in een stadje aan een Hollandse rivier. Daar werd het derde kind geboren, in september. De mooiste baby die ze ooit hadden gezien. Zo mooi, dat ze de pokkenvaccinatie niet op die zichtbare plaats op de linker bovenarm plaatsten, maar op een van de billen, die in die tijd vrijwel altijd aan het zicht waren onttrokken.

Mijn moeder ervoer dit kind als niet bij haar passend, ze kon niet van hem houden en ze nam het mijn vader kwalijk dat hij zulke genen had.

Het vierde kind kwam net na de verhuizing naar het grote huis ter wereld. Mijn moeder vertelde daarover zelf dat ze wist dat er iets mis was met zijn hoofdje, dat ze niet wilde beginnen aan de baring, dat ze stevig moest worden toegesproken om te persen. Het was een gave baby, alleen waren aan een kant zijn bovenlip en een deel van het gehemelte niet gesloten. Een hazelip dus. Iets wat in de familie van mijn vader voorkwam. Niet in de hare. Dit kind kon niet aan de borst maar kreeg flesvoeding met een speciale speen. En al snel volgden vele correcties, uitgevoerd door een toentertijd beroemd plastisch-chirurgen echtpaar. En veel sessies met een geduldige en lieftallige logopediste. Mijn moeder ervoer dit kind als niet bij haar passend, ze kon niet van hem houden en ze nam het mijn vader kwalijk dat hij zulke genen had.

Enkele maanden later werd ze steeds somberder, sprak en at niet meer. Ze werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Wij zagen naar maandenlang niet, bezoek was verboden. Op zeker moment, toen bleek dat pillen en prikken niets uithaalden, werd toestemming gevraagd aan het gezinshoofd om elektroshocks toe te passen. Hij zag het als laatste strohalm en stemde in met het voorstel. Aan de patiënt zelf werd in die tijd niets gevraagd. En hoewel de behandeling post of propter succes had, heeft ze hem dit nooit kunnen vergeven.

Op de arbeidstherapie had ze afschuwelijk lelijke dingen gemaakt. Voor mij een konijn met kartonnen oren, waarover een ruitjesstof was gespannen en geplakt.

Het eerste bezoek dat was toegestaan hadden we beter niet kunnen afleggen. We zagen een in elkaar gedoken vrouw, weinig spraakzaam, met een blik waarin zowel afwachtendheid als verontschuldiging lag besloten. Op de arbeidstherapie had ze afschuwelijk lelijke dingen gemaakt. Voor mij een konijn met kartonnen oren, waarover een ruitjesstof was gespannen en geplakt. Terwijl ze voorheen prachtige schilderijen, tekeningen en vloerkleden had gemaakt. En voor ons echt mooie kleren had genaaid, geborduurd en gebreid. Natuurlijk deden we of we blij waren met de cadeautjes.

Nadat ze weer thuis was, herstelde haar creativiteit, maar was haar wantrouwen verdiept. Toch werden er nog twee kinderen geboren, van wie de laatste weer in september.

miro blauw
Dona Amb Capell Bonic Estel – Joan Miró

Er volgden jaren waarbij alle kinderen onder haar invloed kunst leerden waarderen. Zoals dat gaat namen wij aanvankelijk haar mening klakkeloos over, pas na de “jaren des onderscheids” kon je daar je eigen nuances in aanbrengen, of juist een heel andere weg kiezen. Zij vond: je las wel Hermans en Reve, maar geen Mulisch. Je luisterde wel naar Bach, Debussy of Brecht, maar niet naar Strauss. Je keek wel graag naar Modigliani, Chagall, Miro of Braque, maar niet naar Picasso of Van Gogh.

Wat nu volgt is iets wat me nog steeds vervult van spijt en schaamte, toch moet ik het opschrijven, omdat het gebeurd is zoals ik nu ga vertellen.

Op mijn zestiende (bijna zeventiende), de jongste was zes, lag mijn vader in het ziekenhuis. Hij kon niet spreken, maar gesproken taal kon hij wel begrijpen. Zijn rechterarm en -been waren verlamd. De verpleegkundigen hadden met hem te doen, een bij zijn patiënten zeer geliefde huisarts lag daar maar alleen, zonder bezoek van zijn vrouw of kinderen. Zes kinderen en er kwam er geen een op bezoek! Ze vatten een plan op om daarin verandering te brengen. Dat lukte, maar heel anders dan ze hadden bedoeld.

Op zekere dag, vlak voor Sinterklaas, waren alle kinderen thuis. Onze moeder was samen met de huishoudster bezig in de keuken. Er werden geen spreekuren meer gehouden zolang er nog geen waarnemer was benoemd. De bel ging, dingdong, en ik deed open. Er stond een dame met een grijsblauwe blouse, daaroverheen een wit schort, stevige stappers aan de voeten. Ze duwde me een groot pakket in de armen. “Een Sinterklaascadeautje voor de kinderen.” en weg was ze.

Aan de grote tafel pakten we alles gezamenlijk uit. Het waren cadeautjes van onze vader, klein maar met zorg uitgekozen, vrijwel zeker met hulp van de zusters. Voor mij bijvoorbeeld een mooie kleur lippenstift. We waren tegelijk blij en verlegen met de situatie. Toen mijn moeder binnenkwam en zag wat we in handen hadden werd ze woedend. “Zelfs op zijn ziekbed probeert hij jullie nog te manipuleren!” herinner ik me een van haar uithalen. “Breng maar weer terug! Gauw! Terug ermee!”

Hoewel ik wist dat zij mijn vader haatte, had ik persoonlijk vrijwel alleen maar goede herinneringen aan hem. En toch, en toch, oh schande!!!, deed ik wat zij eiste.

Toen ik binnenkwam schrok ik, hij lag daar in zijn pyjama, zonder deken, zijn gulp stond open en zijn lul hing naar buiten.

Ik fietste in tranen naar het ziekenhuis, vroeg naar zijn kamer, en bezocht hem voor het eerst en het laatst tijdens deze episode. Toen ik binnenkwam schrok ik, hij lag daar in zijn pyjama, zonder deken, zijn gulp stond open en zijn lul hing naar buiten. Nooit had ik hem naakt gezien. Mijn grote sterke vader, zo onteerd door de situatie en zo deerniswekkend. Ik groette hem vanaf een afstandje en zette verontschuldigend de lippenstift op het glazen wastafelplankje. “Het moest van mama.”

Miro
Woman and Bird in the Night – Joan Miro

5. Van kostschool af, een waarnemer, een stiefvader en een kinderrechter

Ook al zou mijn vader redelijk genezen, thuiskomen zou hij niet meer. De scheiding was aangevraagd door mijn moeder, en ze pakte dat grondig aan. Ze wilde niet alleen voor de staat maar ook voor de kerk scheiden. Katholieken mochten in die tijd niet scheiden op straffe van excommunicatie, en eenmaal gescheiden mochten ze ook niet hertrouwen voor de kerk. Toch waren dat waarschijnlijk niet haar belangrijkste argumenten, ik denk dat ze haar huwelijk uit alle boeken wilde laten verdwijnen. Overspel was voor de staat een goede reden, en ze had daarvoor ook alle troeven in handen, maar ze deed een beroep op “geestelijke mishandeling”. Een lastige klus voor de advocaten. Voor de kerk gaf ze als grond voor de scheiding op dat het huwelijk “niet was geconsumeerd”. Wel bijzonder met zes kinderen.

Er kwam een kinderrechter aan te pas, die zijn vazallen vooruitzond, een psycholoog en een maatschappelijk werkster.

De scheiding werd bemoeilijkt doordat zowel mijn vader als mijn moeder de zeggenschap over de kinderen opeisten. Er kwam een kinderrechter aan te pas, die zijn vazallen vooruitzond, een psycholoog en een maatschappelijk werkster. De psycholoog was zo verstandig alle kinderen hetzelfde IQ te geven, behalve die ene broer, die kreeg vijftien punten hoger. Zowel hij als wij waren daar trots op. Wat een slimme jongen, zo zie je maar dat een handicap niet meteen betekent dat je op andere vlakken ook niet voor vol wordt aangezien.

De kinderrechter kwam tot het voor mijn moeder onbegrijpelijke besluit dat alle kinderen aan de vader moesten worden toegewezen, tenzij ze twaalf jaar of ouder waren EN zelf kozen voor hun moeder. Het kwam erop neer dat alleen mijn zusje en ik bij onze moeder bleven. De andere kinderen werden op zeker moment opgehaald door de maatschappelijk werkster om hen naar hun vader te brengen.

Na een herstelperiode verhuisde mijn vader van het ziekenhuis naar een hotel, en later naar een huis in een Gelderse stad, waar zijn huishouden werd gevoerd door een non. Daarmee werd een stabiele gezinssituatie nagebootst, goed genoeg voor de kinderrechter.

Nonnen - Kevin https://www.flickr.com/photos/marionenkevin/
Nonnen – Kevin https://www.flickr.com/photos/marionenkevin/

Mijn moeder haalde me van kostschool. Enerzijds was ik daar wel blij mee. Ik hoefde niet meer elke ochtend met een zwartgazen sluiertje op mijn hoofd naar de mis, ik hoefde niet meer in een soort bewakingskamp te wonen waar alle in- en uitgaande post werd gelezen, alle studieactiviteiten werden gesuperviseerd en waar alles wat je in je vrije tijd deed nauwlettend werd gevolgd. Anderzijds zou ik de enige nonnen van het hele klooster die mij lief waren gaan missen, mijn lerares Nederlands en mijn pianolerares. Echt goede vriendinnen had ik daar niet.

Ik maakte vriendinnen, ging naar feestjes zoals Luvienna heeft beschreven, ik kreeg een vriendje.

Het werden spannende tijden. Ik was al snel gewend aan de nieuwe klas. Dat niemand opstond als de leraar of lerares binnenkwam, dat er niet voor en na elke pauze werd gebeden, dat de jongens in de klas soms gewoon op hun bureaublad gingen staan, dat er sterke verhalen over bordeelbezoek werden verteld door diezelfde jongens, binnen een week wist ik niet anders. Ik maakte vriendinnen, ging naar feestjes zoals Luvienna heeft beschreven, ik kreeg een vriendje.

Ondertussen moest de praktijk wel doorgaan. Er werden plannen gemaakt om huis en praktijk te verkopen, maar voor het zover was werd er tijdelijk een waarnemer aangesteld. Mijn moeder maakte een keuze uit verschillende kandidaten en al snel kwam er een enthousiaste erudiete man in huis. Hij deed de praktijk van mijn vader, reed in zijn auto en sliep zelfs in zijn bed. Dat laatste was vooral om praktische redenen, omdat daar de telefoon stond. Mijn moeder verhuisde naar een andere slaapkamer.

Maar op een dag had hij een aanval van razernij, waarom weet ik niet, ik zag hem schreeuwend mijn moeder met een groot mes bedreigen.

Al gauw bleek de waarnemer sterke stemmingswisselingen te hebben, die door mijn moeder aanvankelijk als interessant werden gezien. Hij brak eens tijdens het visite rijden het stuur van de auto, hoe dat kon snapten ze zelfs in de garage niet. Hij werd overvallen door angsten, mijn moeder begreep hem zo goed, dat ze ermee instemde dat hij bij haar ging slapen. Maar op een dag had hij een aanval van razernij, waarom weet ik niet, ik zag hem schreeuwend mijn moeder met een groot mes bedreigen. Ze riep dat ik hulp moest halen, ik rende naar een bevriende huisarts, brak in in zijn spreekuur en vertelde wat er gaande was. Diezelfde dag nog werd de waarnemer opgenomen op een afdeling psychiatrie.

Terzijde

Waardoor zou het toch komen, dat er allerlei dingen om me heen gebeurden, waarvoor ik me afsloot? Lag het aan de puberleeftijd, waarin vooral je eigen leven belangrijk is? Lag het aan de heftige emoties, die deze gebeurtenissen zouden oproepen? Wilde ik die onbewust vermijden? Lag het aan de invloed van mijn moeder, die mij als haar steun en toeverlaat ging beschouwen en mij al haar angsten en haar gedachtenspinsels over mijn vader toevertrouwde?

De praktijk werd samen met het huis verkocht. Met het geld werd een stichting opgericht van waaruit de studie van de kinderen zou worden betaald. Toen we alle zes waren afgestudeerd bleek er zelfs nog wat geld over te zijn.

Mijn moeder verhuisde met haar twee dochters naar een kleine tussenwoning in een nieuwbouwwijk. Alimentatie kreeg ze niet, en daarom besloot ze zelf geld te gaan verdienen. Ze maakte haar studie na zo’n achttien jaar onderbreking af, liep alsnog de coschappen en ging werken bij een GGD. Ze had inmiddels ook de banden aangehaald met een van de feestgangers uit de rijke tijd, een nu gescheiden man die zijn ex en hun zes kinderen slechts zelden meer zag. Wij noemden hem Meneer K. Dat bleven we ook doen toen hij bij ons introk. Het was aardig bedoeld, hij leek ook aardig. Een vriendin van hem, ook afgestudeerd in de chemie, maar nu gepensioneerd, was zo lief om te komen helpen in het huishouden. Van haar heb ik leren koken.

Aan de andere kant van het land solliciteerde mijn vader naar een functie in een academische setting en werd aangenomen. Hij verhuisde met de vier aan hem toegewezen kinderen en ontmoette daar een vrouw van zijn leeftijd, die tot haar verdriet nooit kinderen had gekregen. Zij was directrice van een kindertehuis, woonde op het mooie landgoed dat bij dat tehuis hoorde en ontfermde zich niet lang na de kennismaking over het voor haar nieuwe gezin.

Het duurde jaren, maar uiteindelijk lukte het haar, alle kinderen behalve die ene verlieten mijn vader en zijn vrouw.

Er was een bezoekregeling, waarbij we elkaar elke twee weken ontmoetten. Mijn moeder liet geen gelegenheid voorbij gaan om duidelijk te maken dat de kinderen bij haar hoorden, behalve die ene dan. Het duurde jaren, maar uiteindelijk lukte het haar, alle kinderen behalve die ene verlieten mijn vader en zijn vrouw. Die toch goed gezorgd had voor hen alle vier. De houding van mijn stiefmoeder verstrakte en ze gedroeg zich voortaan vijandig tegen alles en iedereen die het geluk van mijn vader maar enigszins zou kunnen bedreigen. Ze bleef wel zorgen voor de zoon met de handicap en het hoge IQ.

Inmiddels waren mijn oudste broer en ik het huis uit, we volgden dezelfde studie in dezelfde stad en waren zelfs jaargenoten. Het vriendje was ergens anders gaan studeren, het raakte uit tussen ons. Een ander leven was begonnen.

NYC - MoMA: Mark Rothko's No.5/No. 22 , 1950
NYC – MoMA: Mark Rothko’s No.5/No. 22, 1950

6. Vrijheid is heerlijk en soms ook moeilijk

We correspondeerden nog wel met elkaar, mijn vriendje en ik, maar het kreeg een steeds plichtmatiger karakter. Langzaam verbleekte onze passie en met wederzijds goedvinden stopten we dan ook met brieven schrijven. Hij studeerde in een verre stad, ik zat voor mijn eindexamen. Op de terugweg van een van onze laatste wandelingen wees hij me vertederd op een huiselijk tafereel in een van de huizen waar we langs liepen. De gordijnen waren open, binnen brandde licht, een man zat in een gemakkelijke stoel de krant te lezen en een vrouw stond te strijken. Zoiets stond hem ook voor ogen. Ik schoot in de lach, ik had echt heel andere plannen met mijn leven. Hier ontstond geen scheurtje, maar een diepe kloof in onze verhouding.

De studie die ik volgde was nogal saai, ’s morgens college, ’s middags practicum, ’s avonds studeren. Al gauw vond ik aansluiting bij mensen die zich inspanden voor de leuke dingen, de faculteitskrant, de films, de lezingen. Ik schreef stukjes voor de krant, hielp mee met stencilen, nodigde schrijvers uit om een verhaal te houden, bestelde films en liet die draaien tijdens de culturele avondjes. Dat betekende overwerken voor de audiovisuele dienst, maar de jongens daar hadden er zelf ook lol in.

Helaas, en waarschijnlijk terecht, vonden ze mijn werk niet veelbelovend genoeg.

Hoewel ik braaf naar alle colleges was geweest, niet in de laatste plaats om andere mensen te ontmoeten, liet ik de eerste tentamens schieten. Ik wilde bij nader inzien liever naar de Kunstacademie en schreef me in voor het toelatingsexamen, en dan maar meteen bij de beste: de Rietveld academie. Helaas, en waarschijnlijk terecht, vonden ze mijn werk niet veelbelovend genoeg. Terug naar de oorspronkelijke studie. Ik zou eerst de rest van het jaar freewheelen en dan in september weer opnieuw beginnen.

De liefde kwam opnieuw op mijn pad. Er werd een jaargenoot verliefd op mij, iets wat ik haast niet kon geloven. Op mij? Hij fietste een keer na college mee naar mijn kamer en bekende dat hij al twee weken elke avond langs was gefietst. Omdat ik me gevleid voelde heb ik het even met hem geprobeerd. Na een kampeervakantie in Frankrijk werd het duidelijk dat de vonk niet oversloeg. Terug in Nederland bleven we vrienden.

Mijn toelage was stopgezet toen duidelijk werd dat ik geen enkel tentamen of examen aflegde. Ik vond een baantje, en een man. In de metro zaten we tegenover elkaar, we hadden oogcontact, hij vroeg me mee te gaan voor een kopje koffie. We spraken Frans, en al gauw leerde ik Italiaans. Hij was hier om de druivenverkoop van zijn familiebedrijf te bevorderen. Hij nam me mee naar restaurants, hij stelde me voor aan zijn ouders en broers, die in Zuid-Italië wijnboer waren. We reden langs onafzienbare hectares met druiven. Een deel van die druiven was bestemd voor de export, een groter deel voor de wijnproductie. We bleven elkaar ontmoeten. Ik had mijn studie weer hervat, de toelage kwam weer maandelijks. Waarom ik na mijn studie niet naar Italië verhuisde, zoals we vaag van plan waren, kwam vooral door mijn koudwatervrees. Ik was te voorzichtig, ik had te weinig lef. Toen hij na enkele jaren weer terug ging naar zijn familie, bleef ik in Nederland.

Na een half jaar ging ik me toeleggen op het versieren van mannen. Ik ontwikkelde een feilloos gevoel voor wie zich zou laten verleiden en wie niet.

Voorlopig wilde ik me niet meer binden. Na een half jaar ging ik me toeleggen op het versieren van mannen. Ik ontwikkelde een feilloos gevoel voor wie zich zou laten verleiden en wie niet. De manier van kijken, het zogenaamd per ongeluk even een hand of een rug aanraken, het werd een verslavend spel. Het lukte altijd, ik had de keus, ik ontdekte dat er heel veel mannen open staan voor een kort avontuur. Of ze getrouwd waren of niet, een vaste vriendin hadden of niet, dat was voor mij niet belangrijk. Eventuele ontrouw moesten ze voor zichzelf verantwoorden, vond ik. De enige restrictie was: niet de vrienden van mijn zusjes.

Zo genoot ik jaren van mijn vrijheid. Ik had een vast groepje vrienden en vriendinnen, de studie ging lekker en werd steeds interessanter, en af en toe liet ik me veroveren. Na mijn artsexamen vond ik direct een opleidingsplek, waardoor ik mezelf even geen tijd gunde voor iets anders. Ik werkte, studeerde, deed onderzoek, schreef referaten die ik zelf weer voordroeg, hervatte de pianolessen waarbij ik het geluk had van een beroemde pianiste les te krijgen. Ik speelde duetten met vrienden die een viool of een dwarsfluit hadden. Of zongen. Ik schreef en componeerde liedjes voor cabaret en begeleidde het optreden op de piano.

Het verdriet van vroeger verstopte ik, de confrontatie vermeed ik.

Hij vertelde over zijn andere maîtresses. Bij mij begon er iets te knagen, wilde ik dit wel? Voor altijd een van zijn minnaressen zijn?

Toen gebeurde het weer: ik herkende de flirtende blik van een van de mannen met wie ik samenwerkte. Twee jaar lang hadden we een geheime verhouding, hij was getrouwd, maar we waren verliefd en gelukkig. We hadden dezelfde interesse in muziek, in ons vak, in literatuur. Het stiekem zoenen in de lift verhoogde de spanning. Hij vertelde over zijn eerdere verhoudingen, waarmee hij direct na zijn huwelijk was begonnen. Hij vertelde over zijn andere maîtresses. Bij mij begon er iets te knagen, wilde ik dit wel? Voor altijd een van zijn minnaressen zijn? Altijd in het verborgene omgaan met elkaar? Als hij weer langskwam vergat ik meteen mijn aarzelingen, maar helemaal verdwijnen deden ze niet. Na maanden wikken en wegen maakte ik het uit. Dat vond ik erg moeilijk. Hij ook.

Inmiddels was mijn inkomen goed genoeg om mijn spotgoedkope woninkje in een arme buurt te verruilen voor een grote bovenverdieping van een prachtige oude villa in een rijke buurt.
Ik stortte me weer op mijn werk en studie, en bleef oefenen op mijn meeverhuisde piano. De mensen van wie ik de bovenverdieping huurde zouden een paar maanden op reis gaan. Ze hadden iemand gevonden die op het huis zou passen. Hem hadden ze niet verteld dat er iemand boven woonde.

Op een zomeravond kwam ik thuis en zag hem midden in de grote ontvangsthal staan. Lang, slank, hij was aan het telefoneren en ik hoorde zijn aangename stem. Hij zag mij niet, ik liep de statige trappen op naar boven, hij hoorde mij niet.

Er kwamen vrienden langs, en ondanks de zomer werd het ’s avonds erg fris. Ik liep naar beneden en vroeg de oppasser of er iets mis was met de verwarming. Hij liep naar de kelder, wist de thermostaat te vinden en ontdekte dat de bewoners bij hun vertrek de verwarming hadden uitgeschakeld. Hij wist dat te herstellen. Als dank nodigde ik hem uit voor een etentje bij mij, de volgende dag.

Hij kwam. Hij bleef. De chaperon.

Binnen een paar maanden waren we getrouwd. We maakten vele reizen, meestal door Spanje. We sliepen in een tent en soms in Paradores. We woonden nog een paar jaar in die oude villa.
In die tijd ging ik fantaseren over een huisje voor onszelf, waarbij hij lekker de krant zou lezen in een luie stoel en ik zijn overhemden zou strijken. En we zouden veel lieve kinderen krijgen. Die we een heel normale jeugd zouden geven.

Vasily Kandinsky, Blue Mountain

7. Veel lieve kinderen en een psychose en een happy end

Blijkbaar hadden we een zetje nodig om te verhuizen. We woonden mooi, ruime kamers, groot dakterras, met een prachtig torentje waar we niet in mochten van de huisbaas, maar toch af en toe inklommen. Op een mooie zomeravond hielden zij van beneden en wij van boven tegelijkertijd een feest. Ons feest draaide om muziek, dat van hun om reisverhalen. Ons feest werd om middernacht bekroond door een mooie dwarsfluitsolo, vanuit dat torentje, in de zwoele zomernacht. Hun feest werd bezocht door allerlei excentrieke mensen, die reisverhalen uitwisselden, elkaar  vertelden over Japanse-voetjes-massage, over het roken van kretek. Natuurlijk waren er gasten die beide feesten bezochten.

Zullen we een commune vormen? Samen alles delen? Elkaar ook in de slaapkamers ontmoeten?

Niet lang daarna deden de huisbaas en zijn vrouw ons een voorstel. Zullen we een commune vormen? Samen alles delen? Elkaar ook in de slaapkamers ontmoeten?  Daar was het zetje. Zo beleefd mogelijk sloegen we hun aanbod af. Diezelfde avond vonden we een advertentie voor een klein huisje in de buurt van een Grote Rivier, een Park en een Haven.

Daar kregen we ons eerste kind, de eerste van de veel lieve kinderen die we ons wensten. Het werden er drie. Voor de volgende kinderen was het nodig naar een groter huis te verkassen. We vonden een oud huis met een trekbel buiten en drie schouwen binnen. Achter het huis lag een grote tuin, en een erf, met daarop een kas, een kippenhok, een schuur. Verder was het een puinhoop, volledig uitgewoond, maar we zagen er iets moois in.

Mijn vader zag ik bij alleen bij officiële gelegenheden, zoals trouwerijen, promoties, geboortes. Mijn moeder zag ik vaker. Ze was het niet eens met mijn partnerkeuze (hij heeft geen eens vrienden, hij heeft niet eens gestudeerd) en daardoor bleef er altijd iets ongemakkelijks hangen als we elkaar ontmoetten. De chaperon had overigens wel vrienden en voor mij maakte het niet uit, wel of niet gestudeerd. Hij was zo al slim genoeg. Dat hij later alsnog een studie zou afronden, maakte voor het oordeel van mijn moeder geen verschil meer. Haar mening stond vast.

Dat is elke keer weer leuk, met zijn tweeën vertrekken en met zijn drieën thuiskomen.

Toch hielp ze ons af en toe. Ze kwam oppassen op de oudste kinderen toen onze jongste zou worden geboren. Ik deed de deur open en merkte iets aan haar blik, ze leek gehaast en afwezig, ze maakte een gespannen indruk. “Gaat het wel, ma?” vroeg ik, maar ze wuifde mijn ongerustheid weg. “Ja hoor, je kunt rustig vertrekken.” Gelukkig was ik binnen een paar uur weer terug. Dat is elke keer weer leuk, met zijn tweeën vertrekken en met zijn drieën thuiskomen. Voor mijn moeder hadden we onderweg naar huis een bloemetje gekocht, en tot onze verbazing was ze daardoor erg beledigd. Die gespannenheid van haar had ik me toch niet ingebeeld.

Ze werd steeds rustelozer, mijn moeder. Het begon met telefoneren. Ze belde eerst alleen overdag en sprak dan gehaast over dingen die haar dwars zaten. Later ging ze ook ’s nachts bellen, soms drie keer per nacht. En niet alleen naar ons, ook naar allerlei anderen van wie ze het telefoonnummer had. Ze belde ook als we aan het werk waren, onderbrak spreekuren zonder te beseffen hoe slecht dat uitkwam. Ze had het over pakken slaag die we hadden verdiend. Ze had het over de chaperon, hij deugde niet, hij was een misdadiger, een psychopaat, een manipulator. Ze zou onze oudste kinderen opwachten bij school om ze te redden van deze vader.

Ineens herkende ik de woorden die ze vroeger over mijn vader had gezegd.

In datzelfde jaar zou mijn jongste broer promoveren. Mijn moeder was daar erg opgewonden over. Haar zoon promoveerde, en ze beleefde het bijna alsof het haar eigen verdienste was. Dat mijn vader en mijn andere broers ook waren gepromoveerd was nu even niet belangrijk. De jongste zou promoveren en dat was toe te schrijven aan zijn moeder, die hem dat mogelijk had gemaakt, zijn intelligentie had hij immers aan haar te danken gehad.

Haar psychose werd nu steeds duidelijker.

Omdat we vreesden dat ze de verdediging van het proefschrift zou onderbreken, nu ze er zulke grootheidsfantasieën op na hield, bedachten mijn jongste zus en ik een plan. Ik zou een tablet haloperidol (een middeltje tegen psychose)  in onze eigen apotheek ophalen, en zij zou het aan onze moeder toedienen. Zo kwam het dat de promotieplechtigheid rustig verliep en niet werd verstoord door trotse uithalen. Mijn moeder zat het allemaal zwijgend uit.

Gênant waren de brieven, die ze vrijwel dagelijks schreef, en die ze uiteindelijk in doorzichtige enveloppen zond, zodat iedereen kon lezen wat haar allemaal niet zinde.

Gênant was het om de schoolleiding en onze kinderen te moeten waarschuwen dat ze niet met oma mee mochten. Gênant was het om de secretaresses te instrueren haar direct door te schakelen naar mij, ook al was ik aan het werk, ik wilde voorkomen dat ze allerlei rare dingen zouden horen. Gênant was het om te horen van kennissen en familie wat ze allemaal had gezegd tijdens haar telefonische tirades, nog erger was dat sommigen zich hadden laten verleiden om ook kwaad te spreken over de chaperon. Gênant waren de brieven, die ze vrijwel dagelijks schreef, en die ze uiteindelijk in doorzichtige enveloppen zond, zodat iedereen kon lezen wat haar allemaal niet zinde.

Voor mij was dit een “aha-erlebnis”. Mijn vader was dus niet de psychopaat waarvoor ze hem altijd had aangezien. En zij was dus niet het slachtoffer van allerlei vijandigheden in haar omgeving. Die zaten in haarzelf. Ze was als door demonen bezeten.

Ze stelde zich niet veel later onder behandeling van een psychiater, slikte pillen en werd rustiger. En ik moest mijn levensgeschiedenis herschrijven.

Drie jaar later organiseerde ik een etentje ter gelegenheid van de 72e verjaardag van mijn vader. Alle kinderen, hun partners en hun kinderen waren er. Zijn vrouw was vrolijk en speelde piano, hijzelf was gelukkig en hield een speech. Tot onze verrassing had hij voor elk van zijn kinderen herinneringen opgediept uit de periode van voor hun tweede levensjaar, karakteristieke gebeurtenissen die hij nog wel wist, maar wij waarschijnlijk niet.

Wat een mooi gebaar.

Fischbild, Paul Klee, 1925
Fischbild, Paul Klee, 1925

Auteur: pawi

Redaktie en lay-out: A. Dapie

Advertenties

Auteur: Bas van Vuren

Schrijver. Rijmer. Kijker. Open en nieuwgierig. Kent veel beroemde mensen.

264 thoughts on “Veel lieve kinderen”

  1. pawi
    Ik was wat achter met het lezen van jouw afleveringen en heb ze nu allemaal in een ruk achter elkaar gelezen. Ik ben zeer onder de indruk en wacht vol ongeduld op de volgende aflevering. Het is inderdaad nogal onderkoeld opgeschreven, maar samen met een co-writer van het kaliber Adriaan van Dis zou je niet meer hoeven te werken.

    Like

  2. Die laatste zin laat me in verwarring achter, mk. Wil je die nog toelichten? Daarnaast vind ik natuurlijk leuk dat je onder de indruk bent en dat je alles in een ruk hebt gelezen. Ik heb het in een ruk geschreven en neem me voor op volgende onderwerpen ook eerst lang te broeden en dan pats! achterelkaar typen maar.

    Like

  3. ik was achteraf ook niet tevreden over die zin, maar ik bedoel, dat een ongelukkige jeugd of een ongelukkige moeder voor een begenadigde schrijver een goudmijn kan zijn. Ik lees nl op dit moment ‘Ik kom terug’ van van Dis.

    Like

  4. Prachtig zesde deel van pawi’s levensverhaal zojuist gepubliceerd. De chaperon doet zijn intrede! En het is een blijverdje 🙂

    Like

  5. Fraai! Bij elke vrijer dacht je ‘zou dat nou de chaperon zijn?’ En dan toch nog onverwacht.

    P. beperkt zich tot zijn loodgieterskwaliteiten en houdt zich wijselijk op de vlakte over het hoe en waarom. Het zou wel eens het geheim van een goed huwelijk kunnen zijn.

    Like

  6. Zijn die achtergrondpaardjes van Pawi? In dat geval is het niet verwonderlijk dat het carrierepad naar de lawinecoma’s heeft geleid.

    Like

  7. Heel mooi vervolg, pawi, hulde! Leuk dat de chaperon zijn intrede heeft gemaakt. En wat een wild bohemien leven heb jij geleid, met al dat verleiden en die getrouwde minnaars en zo! Ik stel me je zo voor als een koele Grace Kelly, met een hele sloot smekende bewonderaars achter je aan. En een enkeling werd dan wel eens uitverkoren.

    Like

  8. Ja, het waren heerlijke wilde jaren.
    Dank aan de blogbaas voor het redigeren en plaatsen.

    Behalve loodgieterskwaliteiten zijn ook de lengte, het postuur en de stem van de chaperon beschreven. Over zijn neus heb ik het vroeger wel eens gehad. Een mooie.

    Like

  9. Prachtig weer.
    Je kan goed schrijven.
    Ben blij dat jij van de vriendjes van je zusjes bent afgebleven.
    Waren ál mijn zusjes ook maar zo…

    Like

  10. Ik voel een feuilletonnetje van Ilona kriebelen .. o_O

    Zelve heb ik het eenmaal meegemaakt, maar dan vanaf de andere kant. Een overstap van het ietwat plompe meisje met wie ik ging naar haar prachtige slanke grappige zus. Beiden uiteraard inmiddels niet meer in mijn kennissenkring, dat heb je zo als expat. Het ga hun goed ❤

    Like

  11. “In die tijd ging ik fantaseren over een huisje voor onszelf, waarbij hij lekker de krant zou lezen in een luie stoel en ik zijn overhemden zou strijken.”
    Grote glimlach 😀

    Blij te horen dat je met je chaperon getrouwd bent (geweest). Vraag me niet waarom.

    Like

  12. Ja, die laatste alinea is prachtig Roosje, helemaal mee eens. Vergeet ook het schrijnende vervolg niet: “En we zouden veel lieve kinderen krijgen. Die we een heel normale jeugd zouden geven.”

    Het is moeilijk kiezen, maar mijn favoriete passage van dit deel is: “Op een zomeravond kwam ik thuis en zag hem midden in de grote ontvangsthal staan. Lang, slank, hij was aan het telefoneren en ik hoorde zijn aangename stem.”

    Da’s onderkoeld, da’s sober, da’s pawi: geen woord teveel, en daarmee zo sterk. De emotie wordt niet voorgekauwd, maar speelt zich af in de hoofden en harten van de individuele lezer. Mooi hoor.

    Like

  13. Weer genoten. Al mag het van mij (sorry ik kan het blijkbaar niet laten) best wel twee of drie of vier zo lang(zamer) zijn!

    Ben zelf getrouwd geweest met een Rietveld meisje/vrouw en mij in die kringen bewogen en bedronken en heb veel mensen ontmoet waarvan ik (en ik niet alleen) niet wist wat ie daar te zoeken had. Trouwens al die mensen (toch een stuk of twintig) moet ik nog steeds ergens tegen komen, in de krant, de Volkskrant/NRC of de Echo. O, nee, dat is niet helemaal waar. Mijn ex geeft les in Hoevelaken of daaromtrent aan brave huismoeders op een zaterdag in waterverf. Zag ik via internet, tijdens onderzoek.

    Ik lees in ieder geval dat die afwijzing je geen nadelige gevolgen voor je leven heeft opgeleverd, wat we van A. H. (N***) helaas niet kunnen zeggen…plagend icoontje

    Afijn, vanavond nog eens teruglezen, ik ben de eerste keer te gepakt door het verhaal om ook nog eens van je mooie zinnen te kunnen genieten.

    Like

  14. *A.Dapie 5 augustus 22:16
    Wat deed jij zo laat nog op?

    Geen idee was het betekent om bij de Twitterkrant van OBA genoemd te worden. Ik voel me hoe dan ook vereerd omdat er Congrats bij staat.

    Fijn dat het slot van mijn feuilleton nadert. Hoewel, wat moet ik daarna met mijn schrijverijtjes?

    Like

  15. Gewoon lekker insturen zou ik zeggen verkneukel icoontje

    OBA is de Onafhankelijke Bloggers Associatie, opgezet door een paar vrijwilligers, met kennis van zaken en hart voor de zaak. Ik meen dat het in de beginjaren vooral vk (volkskrant) bloggers waren. In ieder geval: voor het merendeel keigoeie serieuze kwalitatief interessante blogs. Nu heb ik er niet zo’n zicht meer op.

    Like

  16. Ik heb net toevallig een infrarood thermometer (ook handig voor wijn en voedsel) en een bloeddrukmeter besteld. Had ik het geweten had ik ook een calibiratiemeter gekocht.

    Like

  17. Geweldig einde van een geweldig verhaal. Al het andere wat ik eerder schreef (meer, langer, langzamer) staat maar komt voort uit mijn eigen verlangen, nieuwsgierigheid. Maar jouw opzet, jouw zelf gekozen tempo is ook razend knap en daarmee heb je denk ik je doel bereikt.
    Bedankt dat je dit hebt gedeeld.

    Like

  18. Dank *A.Dapie, voor het plaatsen, voor de lay-out, voor alle moeite die je doet om de feuilletons tot hun recht te laten komen.

    Ja, niet alleen die van mij, maar ook van alle andere deelnemers.

    Ik hoop op volgende afleveringen van mijn mede-schrijvers. Klim in de pen jongens m/v!

    Like

  19. Ik heb je altijd hier al gemogen, dat heeft zeker te maken met hoe je vanaf het begin over mijn schrijfsels schreef, maar sindsdien heb ik je nooit hier op een mij onaangename manier aangetroffen, qua reacties. Even een oefening krom schrijven.
    Maar hoe duidelijk je ook schrijft, ik heb steeds meer vragen…over hoe je er uit ziet, waar (sociaal) je woont, hoe je jouw godsbeeld, if any, hebt geconstrueerd en dat soort zaken.
    Ik hoop dat je verder gaat met (hier) schrijven.

    Like

  20. Erg he? Ik accepteer de voortreffelijke lay-out gewoon als een vanzelfsprekend gegeven. Sorry A. Dapie! Je flikt het toch maar iedere keer. Met een grote boog pet afnemend icoon

    Like

  21. Jeetje, pam, wat kan jij schrijven! Ik holde weer achter de feiten aan, had een aantal afleveringen gemist, dus heb ik zojuist deel 1 t/m 7 gelezen in z’n totaal.

    Waarom je stijl van schrijven me boeit kan ik niet precies zeggen, maar dát ie me boeit, dat is een feit. Ben jaloers op de afstandelijkheid, waarmee je sommige dingen beziet.

    Like

  22. Mooi einde en ik ben als eenvoudige jongen (niet gestudeerd) diep onder de indruk van het boeiende leven dat pawi heeft geleid. Daarbij dan ook nog eens een stel kinderen opvoeden, hoe doe je het erbij! Ik was nog even bang dat pawi door haar bewogen leven zelf een psychose zou krijgen maar gelukkig is die angst niet bewaarheid geworden.

    Nog een complimentje voor Apie (ik weet dat je hem geen groter genoegen kunt doen): wat een uiterst smaakvolle keuze van het illustratiemateriaal. Man, je zou een kunstblog moeten beginnen!

    Like

  23. Prachtig pawi! Prachtig verhaal én prachtig geschreven. Klasse!

    Je moeder was voor Chaperon dus de soort schoonmoeder als uit de flauwe grapjes? Jammer, dat verdient hij niet. Maar ook jammer voor je moeder; ze mist zoveel moois op die manier. Psychosen zijn loeders, het verpest het leven van het slachtoffer en diens omgeving.

    Je gaat toch nog wel een nieuw feuilleton schrijven, toch?

    Like

  24. Schitterende finale van een bijzonder boeiend feuilleton.

    Het is een echt familie-epos geworden, prachtig geschreven in jouw karakteristieke stijl.

    Het verhaal van een veelbewogen leven, hulde pawi!

    Wat een mooie illustraties bij de tekst.

    Like

  25. Net zoals andermans dromen oninteressant zijn, en dat je mensen niet moet vervelen met je vakantieverhalen (en toen en daarna), is het op schrift stellen van je eigen leven een erg ijdel ding.
    Goh, u had ook een broer? En, nou ja, ook een pa en ma, en nee maar, ziekte en dood kwamen ook in uw familie voor? En toch niet ook een scheiding? Hoe is het mogelijk. Wat bijzonder allemaal.

    Like

  26. Lieve allemaal.
    Dank voor de aardige woorden of voor de stilte.
    Het kleintje J. moet nog groeien denk ik.

    Toen ik mijn verhalen stuurde naar A.Dapie, toen nog apiedapie geheten, vroeg ik hem of het niet te serieus was voor zijn blog. Hij vond van niet.

    Ik ben wat argwanend (nature of nurture?) van aard, maar mijn vertrouwen is alleen maar gegroeid. Door jullie, en door de blogbaas.

    Dat ik dit heb kunnen delen, zonder rare reacties (op een enkele uitzondering na), dat waardeer ik bijzonder. Dank, ook daarvoor. Natuurlijk is het een heftig verhaal, maar gelukkig kreeg ik ook commentaar op de manier van schrijven. Daar was het me vooral om te doen, in een gezelschap van andere schrijvers.

    Over de illustraties: zoals het bij het slotverhaal ging is tekenend voor de blogbaas, zo ging het alle keren, zo doet hij dat waarschijnlijk ook bij de andere inzenders.

    Achter de schermen:
    Ik suggereerde een werk van David Hockney, of anders iets van Mesdag. Dapie zocht op of er copyright zat op die eerste, en vond die tweede te braaf. Hij informeerde naar mijn idee, naar waarom ik deze illustraties had gekozen. Na enig over en weer mailen kwam ik op dat schilderij van Paul Klee. Het moest over water gaan, over rust. Dapie was het meteen eens met die laatste keuze. En zag er behalve rust ook een verwijzing in naar de onrust van mijn moeder.

    Kijk.
    Meedenken. Met zorg de lay-out maken. Betrouwbaar blijken.

    Chapeau voor *A.Dapie!

    Like

  27. Ach Pawi, het internet biedt eenieder een gratis en open podium voor welke gedachtenspinsels en ego-documenten dan ook. Wordt dan dankbaar gebruik van gemaakt. Er is veul leed onder de mensen. Mag. Maar waag het ‘ns kritiek op die amateur scribentjes te hebben. Kunnen ze niet tegen. Getsie, en ze waren net zo lekker bezig. Nou hoor. Met hun hebben en houen. Komt er een kritikaster. En dat terwijl ze liever van i e d e r e e n lof ontvangen. Ach ja, dat hou je toch.

    Like

  28. Chapeau voor A.Dapie, formerly known as Apiedapie inderdaad. Leuk om ook over ‘the making of’ te lezen, en hoe jullie samen passende illustraties hebben uitgekozen.

    Like

  29. Kleine, in plaats van een zogenaamd beschouwelijke reactie, zou het nu wel passen een inhoudelijke reactie te geven.
    Kritiek op de amateur scribentjes, daar was het me om te doen. Maar jij blijft een beetje gaar modderen in je eigen vet.

    Zeg het dan eens?

    Like

  30. Pawi, ik laat mij altijd verassen door APD qua lay-out, met als gevolg dat ik een keer van kleur verschoot toen hij mijn kleine blauwe avatar (mooie titel voor een smartlap) heel groot had gemaakt en ik niets vermoedend mijn pc aandeed en mijn eigen tronie mij aanstaarde.

    Like

  31. Nou mensen, da’s lekker thuiskomen, althans op deze draad. Dan van mijn kant ook een kleine kijk achter de schermen en dat begint met een welgemeend compliment aan pawi, allereerst voor de superbe eigen schrijfstijl, anders dan doorsnee, en zo’n slotzin nou ook weer, da’s literatuur. Andere pareltjes heb ik er in andere afleveringen al mogen uitlichten door middel van de links- en rechtsuitspringende tussenkopjes, no clue hoe die dingen in het Nederlands heten. Blockquote zegt mijn WP-dashboard.

    Qua plaatjes inderdaad een leuk en inspirerend samenspel, waarbij we met wederzijds respekt dingen suggereerden, net zolang tot we iets gevonden hadden wat bij de aflevering hoorde. De schrijver zelve had altijd het laatste woord. Dat gold ook voor de – minieme – tekstwijzigingen of verduidelijkingen die ik af en toe voorstelde. Als pawi het niet wilde, dan gebeurde het niet.

    De planning was ook uitermate prettig voor een ook in het dagelijkse leven druk blogbaasje. Geen gehijg, geen gejengel, geen gedreig, gewoon met respekt zeggen: hier is de aflevering, ik zou het leuk vinden als je het plaatst, kijk maar wanneer, en als niet, dan is dat je recht. Nooit, helemaal nooit afdwingen, ook niet met (morele of onverholen) chantage dat de aflevering er snel opmoest. Respekt voor het feit dat ik ook andere verhalen heb en dat ik ook andere bezigheden in het leven heb.

    Het was wederzijds respekt, het was niet “ik ben de schrijver en jij bent het suffe aapje dat mijn verhaal nu meteen en zonder zeuren moet plaatsen anders wil ik dat je ze verwijdert”, en da’s mooi en dat maakt het tot een heel erg prettig tijdverdrijf. En ik hoop inderdaad dat er binnenkort meer pawi-verhalen gaan volgen.

    Like

  32. Dat was weer een met flair en vaart geschreven aflevering! Het gaf mij echter niet het gevoel van een einde, alhans, ik vraag me af hoe het verder gaat/ is gegaan met vader en moeder.

    Hopelijk dient dit feuilleton als een raamvertelling van waaruit de vele aanknopingspunten voor uitdiepingen en vervolg zullen worden benut.

    Like

  33. DSR, dank voor de suggestie om dit als raamvertelling te gebruiken. Dat advies is al eens eerder gegeven, ik meen door TimmerArk en Heer Rozenwater. Ik neem die raad serieus, maar kan het pas weer oppakken als ik er zelf voldoende afstand van heb kunnen nemen.

    Like

  34. P.S. hoe het verder gaat/is gegaan met vader en moeder, is te lezen in aflevering twee, het sterfbed van mijn vader, en aflevering een, het sterfbed van mijn moeder. Allebei dood dus. En hoe dat is gegaan is na te lezen.

    Deze reactie zat al dagen te dringen om geschreven te worden.

    Like

  35. @P
    Pardon, dat had ik dus kunnen weten. Maar als de afleveringen met tussenpozen worden geplaatst, willen de eerdere nog wel eens wegzakken.

    Like

  36. Een tip van Gerard van het Reve is me bijgebleven: laat in het begin van het verhaal doorschemeren of weten hoe het met een hoofdpersoon zal aflopen. Dan blijft de aandacht van de lezer bij het verhaal zelf. Hij had het misschien ook weer van een ander.

    Geldt natuurlijk niet voor thrillers.

    Like

  37. “Wiskunde
    De Ig Nobelprijs voor Wiskunde is naar Australische, Duitse en Britse onderzoekers gegaan voor het inzetten van wiskundige technieken om vast te stellen of en hoe de Marokkaanse sultan Moulay Ismaël (1672-1727) ruim elfhonderd kinderen zou hebben verwekt, zo’n 600 zonen en 500 dochters.”

    Een voorproefje om de zinnen te verzetten.
    Dit gegeven komt ter sprake in deel vier van mijn volgende feuilleton. Wetenschappers hebben berekend dat je slechts iets meer dan honderd vrouwen nodig hebt en tussen 0.63 en 1.52 (bij benadering) keer seks per dag nodig hebt. Dat gegeven is nog niet verwerkt in mijn deel vier, maar geeft alvast veel plezier. Hoop ik.

    Like

  38. Laat maar weten waar het verschijnt. Lijkt mij een uitgelezen reeks, verhaal om met het puntje uit de mond leuke plaatjes bij te zoeken.
    Natuurlijk kan ik het zelf (proberen) maar het plezier, de lol en de eer was te bekijken wat APD er van gemaakt had. Ik had niet, zoals jij, pawi, een uitgebreide mailconversatie over de illustratie. Wel, zeker in het begin, toen het soms wat minder met mij ging, een over de soms slordige aanlevering van mij; eens, tijdens een dieptepunt heeft de beste Dapie een aflevering flink moeten redigeren. Ik had mij voorgenomen dit niet meer te laten gebeuren, en het was volgens mij de laatste keer aardig gelukt. Ik schrijf zo een aflevering in hooguit een uurtje en dan wil ik er zo snel mogelijk van af. Voer voor rechters, echte, geen namaak.

    Het heeft ook wel weer wat: welke kunstenaars kring is niet met ruzie en gehuil uiteen gegaan?
    Het grootste nadeel is dat ik houd van deadlines.
    Ga trouwens, dat dan weer niet, morgen de negende aflevering van het community feuilleton schrijven. Daarvoor is mijn plezier weg.
    Maar niet over andere zaken. Tijd voor Champagne, moet een keer kunnen. Ik bied zelfs zeven pillendoosjes, voor iedere dag een, met ochtend tot nacht vakjes, onlangs voor meer dan 30 euro gekocht, ongebruikt, voor een tientje aan, op MP. Over optimisme gesproken. Over een kwartier gaat alles hier uit. PC, telefoon, tablet en het licht.

    We zijn nu, door APD’s besluit allemaal, literaire, vluchtelingen geworden. Ik zoek mijn opvang maar in de regio.
    Toedeledokie!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s