Drie (3) redenen waarom lummel het meestgelezen kookblog van 2014 wordt

Of: “Koken met vrouwen – mijn 3 mooiste momenten van 2013

“Lummel” is een kookblog in opmars. Steeds meer mensen wisten in 2013 de weg naar de online recepten van deze chef te vinden. En 2014 lijkt een bijzonder jaar voor het blog te gaan worden. “Meestgelezen kookbloque” van zowel Nederland als Frankrijk zit er in. Veuillez retrouver ici le contenu frais dans un decor renouvele met allerlei streepjes.

lummel“De lallende lummel” (voorheen actief op de NRC) is een blije Nederlander die al jaren in Frankrijk woont, daar boodschappen doet, daar kookt, daar eet en daar op maandag met collega’s niet over voetbal maar over eten lult. Fransen hebben verstand van koken, Nederlanders van schrijven en amuser. Dat is nu allemaal verenigd in een en dezelfde persoon.

Verder lezen Drie (3) redenen waarom lummel het meestgelezen kookblog van 2014 wordt

Advertenties

Smerige poten aan de Seine

Terwijl ik langs de Seine jog, springt een grote hond blaffend tegen me op. Zijn smerige poten bevuilen mijn beige Puma trainingsbroek. De eigenaar staat een eindje verderop en kijkt ernaar. Hij roept de hond niet eens terug.

Als ik hem passeer wijs ik op mijn besmeurde broek en kan het niet laten hartelijk “merci!” te roepen. De man ontsteekt in woede en wil me demonstratief een bankbiljet voor de stomerij overhandigen.


Dat dit voor mij niet hoeft, maar dat ik alleen hoop dat hij zijn hond in het vervolg aan de lijn houdt als er een jogger aankomt, en dat hij toch op zijn minst ’sorry’ had kunnen zeggen …. daar snapt hij niets van. Hij is witheet. Echt gebeurd. Tja, directe Nederlander in een indirect land.

Eerder in iets andere vorm verschenen op drasties, in de serie “Jammer dat er Fransen wonen”. Foto boven: iemand anders. 

Kom niet aan het Franse stokbrood, de croissant en de billenkoek

Frankrijk is weer eens op de vingers getikt door de Verenigde Naties.
Vijf jaar nadat de VN had gevraagd om het pak slaag in huiselijke kring te verbieden is er nog altijd niets gebeurd. Het ouderlijk geweld tegen kinderen wordt als “normaal” beschouwd.

Het af en toe lekker afrossen van kinderen wordt door velen gezien als onderdeel van de cultuur. Kom niet aan het Franse stokbrood, de croissant en de billenkoek. Zelfs een Franse jongerenraad die zich over de vraag heeft gebogen zei dat “een goed pak slaag nog nooit iemand kwaad heeft gedaan”.

Dagblad Le Parisien laat ouders aan het woord:

Anne Curunet, 38 jaar, huisvrouw: “Ik sla mijn kinderen regelmatig, als het nodig is, zoals gisteren, toen ik drie keer aan mijn dochter had gevraagd haar bord leeg te eten. Ook op 2,5 jarige leeftijd zijn kinderen echt wel in staat om dingen te begrijpen, hoor. Ik sla nooit op de handen, dat is slecht voor de bloedsomloop. Maar een pak slaag op de billen … daarmee kun je als ouder toch goed wat spanning kwijt, laten we daar eerlijk over zijn!”

En Claire Bonnin Ly, 36 jaar, spoorbeambte, geeft toe dat ze soms slaat
“als ik moe ben en als mijn dochtertjes me tot het uiterste drijven. Ik tel wel altijd tot drie. Ik heb een vriendin, die is pedagoge, en die zegt dat je altijd eerst moet discussieren. Daar ben ik het niet mee eens. Ik ga echt niet onderhandelen met mijn kinderen!”

Raphael Pulimeno, 43 jaar, kioskhouder, vertelt dat het hem af en toe overkomt, vooral als zijn zesjarige dochtertje het op een krijsen zet. “Maar ik doe het meer om haar bang te maken, dan om haar pijn te doen, hoor. Als ik haar een pak slaag geef, dan laat ik zien wie er de baas is.”
Tja, en dat lees je dan in de krant op weg naar je werk, je kijkt om je heen in de metro en denkt er het jouwe van. Ik moet zeggen dat ik nergens ouders zo chagrijnig met hun kinderen heb zien omgaan als in Parijs. Iets kan er dus best weleens van waar zijn.

Eerder verschenen op drasties, serie ‘Jammer dat er Fransen wonen’. En gebaseerd op een reportage in Le Parisien

Wat is Parijs toch een prettige stad om in te wonen. Als je geld hebt

Oh, wat is Parijs toch een prettige stad om in te wonen. Als je geld hebt. Oh, wat kun je er lekker langs de Seine slenteren. Als je toerist bent. Oh, wat flonkert die Champs d’Elyssees mooi met al die lichtjes. Als je aan het shoppen bent. En oh, wat is die Eiffeltoren prachtig!!! Als je alleen omhoog kijkt.

Maar er is ook een andere kant aan de ‘mooiste stad ter wereld’. Er is un autre côté aan de ‘capitale de l’amour’, a whole other side aan de ‘city of light’. Welke? Die van de gewone mensen. Nee, niet de mensen zoals u en ik. Gewone mensen.
 
En dan gaan we het niet hebben over de vele duizenden tobbers die zich in een gebrekkig openbaar vervoer dagelijks vanuit de voorsteden naar hun werk moeten zien te vechten en terug. Ja! Gebrekkig, heel gebrekkig openbaar vervoer. Ga maar eens in de spits met de metro of RER, dus niet na het café-croissant-toeristenontbijtje als iedereen al aan het werk is. Maar daar gaat het vandaag niet over. Vandaag hebben we het over … liften.
 
Eerst wat feiten: er zijn 200.000 liften in en rond Parijs. Ze vervoeren dagelijks 100 miljoen mensen. Dat is net zoveel als er dagelijks met de metro en trein gaan. Ze hebben geen last van stakingen. Maar ze zijn dus heel erg vaak kapot, en nee, echt vaker dan elders. Liefst 100.000 mensen stranden er jaarlijks in een lift. Soms voor kortere en soms voor langere tijd. Soms met en soms zonder echte doodsangst. Er gebeuren 2000 ongelukken, waarvan 6 tot 10 heel ernstig of met dodelijke afloop. Elk jaar!
 

Hoe dat komt?


Meer dan de helft van de liften is ouder dan 20-30 jaar, een record voor Europa. Op zich niet erg, maar ze hebben ernstig achterstallig onderhoud. De gemiddelde Franse huis-, flat- en metrobaas laat zijn bezit liever helemaal in elkaar rotten dan een paar centen uit te geven, zelfs een likkie verf wordt zo lang mogelijk uitgesteld. Ja echt, ik kan het weten. Misschien zet ik de foto’s van mijn huurhuis nog weleens op dit blog. Het plafond van de keuken is een topper bij vrienden en kennissen.

 
Achterstallig onderhoud? Mais non! Volgens de Franse vertegenwoordiger van Kone (na Otis wereldwijd de tweede liftenfabrikant) is er iets anders aan de hand: “Ik begrijp het ongemak,” zegt de woordvoerder, “maar ja, er is veel vandalisme hè, en als je met twee benen tegelijk in een lift gaat springen, dan moet je je niet verbazen dat de lift automatisch stopt. Dat is een veiligheidsmaatregel!”
 
Inderdaad, gaan Fransen, dat is bekend, doorgaans huppend de lift in. Het is de Franse variant op het Nederlandse zakkenlopen.
 
Getverderrie, meneer vertegenwoordiger van Kone! Neem nog een stokbroodje en een slokkie wijn. En verslik u niet!
 
Want geloof het of niet, er zijn op dit moment meer dan dertig liften (32 om precies te zijn) die voor twee tot zes maanden (!) gesloten zijn, wachtend op reparatie. De mensen in die flats, vaak heel hoge, zitten dan dus gewoon al die maanden zonder lift. Dommage!
 
De volgende echte verhalen werden begin vorig jaar door Le Parisien opgetekend in een flat die al vier maanden (4 maanden!) zonder lift zit:
 
– 10e etage. Dina Mohammad had gedroomd om voor de eerste Kerst met haar 8-maanden oude baby een kerstboom in huis te halen. Maar het was voor haar onmogelijk om de boom naar boven te slepen.  Ze hebben de feestdagen met zijn drieen doorgebracht; niemand had de moed om bij hen te komen eten. Ze bekent dat ze er van heeft afgezien om fruit en groenten te eten, te zwaar om naar boven te dragen. Het ergste was het toen haar zoontje bronchitis kreeg. Hij had twee keer per dag een behandeling aan huis van de fysiotherapeut nodig. Maar de hulpverlener wilde de trappen niet klimmen en ze moest elke morgen en avond met de baby naar beneden komen.” (eh, een blog over het Franse (para-)medische personeel is in voorbereiding voor deze reeks). 
 
– 11e etage, Eddy Jean, vrachtwagenchauffeur, vader van een baby van 18 maanden: “Ik loop dagelijks 165 treden. Mijn vrouw gaat door de week niet meer uit, ze kan ons kind niet dragen. Ze komen alleen in het weekend buiten als ik er ben om te helpen. Ik zou heel graag verhuizen. Maar dat is onmogelijk. Ik kan mijn meubels niet elf etages naar beneden slepen!”
 
– Malika Lafgar, 58 jaar, al sinds 18 jaar schoonmaakster in dezelfde flat, nu al vier maanden levend in een nachtmerrie. De emmers water worden na elke trap zwaarder. En na drie etages moet ze naar beneden om ze weer te vullen. Op de terugweg neemt ze volle vuilniszakken mee van bejaarden. Ze is op, mensen, ze kan niet meer. Staken mag in Frankrijk, maar dat kost haar geld en “daar krijg ik onze lift niet mee terug”.
 
– en als uitsmijter: als Bah Mimiunetu, een 23-jarige vrouw van Afrikaanse afkomst, boodschappen gaat doen, draagt ze eerst haar baby van 14 maanden in een rugzak naar beneden en gaat dan snel haar baby van 3 maanden halen. Ze blijft soms drie weken (!) binnen. Haar man doet de boodschappen en laat de luiers, melk en flessen water in de auto. Elke avond brengt hij een gedeelte naar boven.

Dit ‘schandaal van de kapotte liften’ werd onthuld door mijn lijfblad “Le Parisien“, mijn bericht stond eerder op drasties, maar dat heeft tot nu toe niet geholpen.
 

Als je parkeert bij dit bord, hoop ik dat je invalide wordt

Over vrijheid en gelijkheid kunnen we het later misschien nog weleens hebben. Maar de zoektocht naar broederschap (v/m) in Frankrijk heb ik inmiddels opgegeven. Als je als werknemer je recht wil krijgen, dan moet je staken. In de winkel wordt er genadeloos voorgedrongen. In de jungle van het verkeer is voorrang geven iets voor mietjes en buitenlanders. En loop alsjeblieft nooit zomaar een zebrapad op, zelfs niet met een kinderwagen. 

Als toerist merk je het niet, maar als expat wel, na een paar jaar: je ziet in Frankrijk vrijwel geen invaliden op straat. Je ziet ze niet op het werk. En je ziet ze niet in het theater of de metro. Invalidenliften zijn er niet of ze zijn goed verstopt. Zelfs goede Franse kennissen generen zich om te vertellen over hun gehandicapte familieleden. Die zijn zwak, zielig en onbelangrijk.

Van de zomer, tijdens een optocht op de Champs d’Elysees, stond het publiek rijen dik. Twee forse vrouwen in regenpakken versperden het blikveld van een meisje in een rolstoel. Ze had al een paar keer vriendelijk gevraagd of ze even opzij wilden gaan. De vrouwen weigerden botweg. Eerst met een schouderophalen en toen door haar toe te bijten “dan had je maar eerder moeten komen.” 

Ik baarde toen veel opzien door de dames op de schouder te tikken. Toen ze zich omdraaiden zei ik ze dat ze problemen met mij zouden krijgen als ze niet aan de kant gingen. Ze deden het. Het gehandicapte meisje was dankbaar. De dames vonden me een onbeschofte buitenlander. Maar het merkwaardigste: ook de omstanders wierpen me afkeurende blikken toe. Tja, een directe Nederlander in een indirect land.

Fatsoen moet je doen? We komen er zelf wel uit? Nee dus. In Frankrijk moet het van boven komen. Dwang. En dit soort verkeerde borden zijn kennelijk nodig. 

 

Eerder verschenen op drasties, in de serie ‘Jammer dat er Fransen wonen’.

 

 

Swaffelpaniek in Parijs

Parijs, 8 november 2010 – Een uit de hand gelopen onderzoek van nieuwe vkblogger Apiedapie heeft dit weekend voor grote paniek gezorgd in de Franse hoofdstad. Zijn hoogstpersoonlijke verslag van de gebeurtenissen volgt hier integraal:  

Toen ik las dat de verkiezing van het Nederlandse woord van het jaar 2010 binnenkort van start gaat, gingen mijn gedachten terug naar twee jaar geleden.  Swaffelen, oftewel het “met het mannelijk geslachtsdeel tegen een object aantikken om aldus opgewonden te raken” (van Dale), was toen de merkwaardige winnaar. Het zorgde voor bevreemding bij expats, en voor geamuseerde internationale aandacht in de media. Het was toen dat onze internationale reputatie definitief de weg naar beneden leek te hebben ingezet.   

Swaffelen bleek onvertaalbaar, ‘penish-shaking’ kwam er dichtst bij, gevolgd door de uitleg dat dit “an English slang verb” is “meaning to swing one’s exposed penis, more specifically requiring the penis in question to swing toward or bump against another person or object.” Tja … woord van het jaar 2008 in Nederland. Zucht.

Veel ophef destijds, maar is onze reputatie blijvend beschadigd? Dat vroeg ik me af. Om dat uit te vinden besloot ik te gaan reizen. Dit weekend ging ik om te beginnen naar Parijs. Ik hoop voor het einde van dit jaar ook andere hoofdsteden te bezoeken.

Bij aankomst op Gare du Nord, vrijdagavond, keek ik gespannen om me heen, toch ook wel weer een beetje bang dat iemand me als Nederlander zou herkennen. Maar de Fransen liepen net zo onverschillig en gestresst rond als altijd. Ik schoot een enkeling aan, maar gaf het al snel op. Van mijn gefluisterde vraag of “swaffelen” hen iets zei, werd geen Fransman warm of koud. Net zomin als van mijn met een Frans accent uitgesproken “penis shaking“. Ze liepen door alsof ik een bedelaar of een de weg vragende Amerikaanse toerist was. Ze namen in feite niet eens de moeite om hun neusjes voor me op te trekken. 

Ik ging naar mijn hotel en dacht na. Het enige dat er op zat was om de proef op de som te nemen. Hoe vervelend het ook was, ik moest zelf gaan swaffelen (had ik nog nooit gedaan, erewoord) en op straat kijken of voorbijgangers het zouden herkennen. En dan als typisch “Neerlandais” zouden bestempelen. Had ik maar geweten hoe vreselijk het uit de hand zou lopen.

Het begon eigenlijk best prettig. In het miniscule badkamertje nam ik eerst een douche en had daarbij een onbedoeld voortijdig swaffeltje met de wasbak. Toen zette ik mij, gehuld in mijn badjas, op het hotelbed. Met een muziekje aan om in de stemming te komen.  Ik begon voorzichtig te swaffelen.

In het begin vond ik er niet veel aan. Maar gaandeweg werd het een prettige bezigheid. Ik herinnerde me dat swaffelen staand of rondlopend dient te worden uitgevoerd. Ik begon dus rondjes door de kamer te draaien. Al gauw begaf de TV het, evenals de Victoriaanse staande schemerlamp. Ik ging meer en meer in het swaffelen op en verloor gaandeweg de beheersing over mijn daden.

Het rondlopen werd rondrennen.

Het rondrennen werd in opperste waanzin rondbonken.
  
Ik kon het op een gegeven moment niet houden en rende de gang op, het trappenhuis af, swaffelend tegen smeedijzeren leuningen en eikenhouten deuren, en stond … buiten!!! In het koude Parijs, acht graden Celsius, lichte motregen, donker.   
 
Had ik toen mijn razernij maar onder controle kunnen brengen.

Maar mijn swaffel zwaaide al tegen een lantarenpaal, een geparkeerde auto, en zelfs tegen een voorbijrijdende RATP-bus. Ik begon te draven. Eerst door het Bois de Boulogne. De dames en heren van plezier zijn daar veel gewend en konden mijn geswaffel nog uitwijken. Maar toen draaide ik de Champs d’Elysees op, de mooiste boulevard ter wereld, met die mooie lichtjes. Nu niet meer dus. Ook de Obelisk op Concorde bleef niet onbeschadigd.

Voorbijgangers bleven staan en keken sprakeloos toe, sommigen giechelden en wezen. Maar niemand leek het in verband met “Pays-Bas” te brengen. Prima! Ik had wel inmiddels een hele stoet politieauto’s achter me aan. Ik swaffelde verder en draaide de rechter Seine-oever op, het tunneltje bij Pont Alma. Ik moet werkelijk alle resterende pijlers hebben weggevaagd. Zelfs rondvaartboten werden uit het water gezwiept. Ik raasde door met papparazzis op mijn hielen. Motoren, zieken- en brandweerwagens, en anti-terreurbrigades … het leek wel een film!  

Ik zelf was, ik moet het bekennen, in uiterste staten van opwinding en kon absoluut niet stoppen. Ik kon alleen maar wilder en wilder swaffelen. Het kon niet groot genoeg zijn. Ik moest en zou … meer … steviger … woester … harder …. hoger … en toen … zag ik die enorme smeedijzeren toren aan de andere kant van de rivier. Die brug had ik niet over moeten gaan. Maar iets groters dan mij had bezit van me genomen.  

Die toren staat nu grondig uit het lood. Gustav Eiffel ligt te tollen in zijn graf. En ik zit nu hier op het commissariaat, 15e arrondissement. Met een beetje geluk kom ik volgende week vrij, zodat ik mijn onderzoek kan voortzetten.

Eerder in iets andere vorm verschenen op drasties. Voor de Volkskrant bewerkt en herplaatst op speciaal verzoek van mijn lieve vriendinnetje Dutchgoddess.