Fullscreen alsjeblieft

Ik bereid me voor op een belangrijke presentatie over mijn werk. De zaal roezemoest in blijde afwachting. Stijf in het pak wacht ik op de eerste rij op mijn beurt.
 
Nadat ik het spreekgestoelte heb beklommen, is er ineens een lichte paniek. Mijn powerpoint-presentatie laadt niet. De technici doen van alles, maar de computer kan mijn slides niet lezen. Uiteindelijk stel ik voor om dan maar snel mijn eigen laptop op de projector aan te sluiten.
 
Waar ik geen rekening mee heb gehouden zie ik even later als de verbinding is gemaakt. Mijn desktop is minutenlang levensgroot zichtbaar voor het belangstellende publiek.
 
“Apiedapie Neuken”,Enge mannen die chatten”, “Apie keihard plassen” zijn enkele bestanden die ik ooit voor het gemak bovenin het scherm had geparkeerd.
 
Schaapachtig grinnikend weet ik de powerpoint na een paar minuten op fullscreen te krijgen.

 
Eerder op drasties verschenen.

Advertenties

Heimelijk verliefd op mijn tandarts

Een nonchalant samenspraakje met Appelvrouw hier op het vkblog groeide uit tot levensles. Aanleiding: haar waterpik. Een beginnende onvoltooide romance kwam ineens terug. Waarom heb ik het toen niet doorgezet? Kwistetnie. Nu wel. Zelfkwelling. Mooi toch? Ik houd daar wel van, een beetje zelfkwellen op zijn tijd. 

 Apiedapie 03-12-2010 14:36

Indrukwekkende artillerie! Ik doe het gewoon met een tandenborsteltje en parodontax, die lekkere zoute tandpasta. Echt stralend witte tanden heb ik niet, volgens mijn tandarts (waar ik heimelijk verliefd op ben) gewoon de natuur en niet erg, heeft ze zelf ook.Zo’n waterpik nooit geprobeerd, maar volgens mij kan ik ook zelf heel erg hard spoelen, van links naar rechts, dat de wangen er van opbollen en het dan zo keihard in de wasbak uitspugen dat het spat. Zonder hulpmiddelen. Puur natuur. Ook goed voor de wang- en tongspieren. Handig als het toch ooit nog iets met die tandarts wordt.

Appelvrouw 03-12-2010 15:06

@ Apiedapie,
Tsj… tongspieren voor als het nog iets met de tandarts wordt? heb jij ook een vrouwelijke of heb je liever een man?
Ik hou mijn tongspieren voor praten en eten in conditie, en natuurlijk de salmiakballen van Napoleon, maar verder niet hoor.

Apiedapie 03-12-2010 21:44

@Appelvrouw, ik heb een vrouwelijke tandarts, en nog een hele mooie verrukkelijke sexy ook, toch heel naturel, en maar een beetje flirtend. Een feest elk half jaar. Zo jammer dat ik altijd binnen tien minuten weer buiten sta. Bijna hadden we een afspraakje, paar jaar geleden, maar er kwam iets tussen. En nu kijken we elkaar alleen maar verliefd aan, wachtend op een volgend leven.

 03-12-2010 22:26

Apiedapie,
Aha… naturel is fijn.
Ga jij elk half jaar? Ik maar eens in de 13 maanden, of 14.
Dat afspraakje ging zeker niet door omdat je niet goed gestookt had!
Weet je zeker dat ze jou aankijkt en niet je tanden?

  Apiedapie 03-12-2010 23:58
Appelvrouw, ze kijkt altijd eerst heel goed naar mijn tanden, het is een vakvrouw zonder weerga. Maar af en toe kijkt ze me ook onderzoekend in de ogen, en dat is niet nodig voor een gebit. Vervolgens als het klaar is, en ik opgelucht weer naast de stoel sta, aarzelt ze, vraagt nog een vraagje hier of daar, bloost ook (of verbeeld ik me dat, ik zelf bloos in ieder geval wel), en dan, nou ja, dan schudden we elkaar de hand, ze heeft een heel fijne hand, en we gaan uiteen.Een keer hebben we telefoonnummers uitgewisseld en afgesproken op Amsterdam CS, voor na haar dienst, maar toen kwam er iets tussen, en ik moest het afbellen. Ik dus. Niet zij.Ik denk dat zij zich inhoudt omdat de assistente erbij is, en ze de schijn voor haar collega wil ophouden dat ik gewoon maar een patient ben. Ik ben meer voor haar. En zij voor mij. Toch wordt het niets, want ik vind het een eng idee om met een tandarts te gaan.
 Appelvrouw 04-12-2010 10:31

@ Apiedapie,
Nu volgt er een romance
Wijs haar op dit blog… onder het mom van advies over de waterpik (of netjes: monddouche). Je weet nooit!
Een blozende man is verlegen, dat legt een drempel. Als je haar telefoonnr nog hebt kun je het toch nog eens proberen?
Maar zelfkwelling is ook wel lekker, nu snap ik waarom je twee keer per jaar gaat en niet eens per jaar.
Ook al is ze tandarts, ze is ook vrouw, en een blozende vrouw die jou doet blozen en diep in de ogen kijkt en verlangen opwekt, en angst.
Heerlijk, naar zo’n tandarts, maar dan een manlijke, wil ik ook wel twee keer per jaar.

Appelvrouw’s blog over de waterpik staat hier.
 

In Mumbai stond ik in de file. En hoe! (2)

In de taxi die me van het vliegveld naar de stad hobbelde, begon de chauffeur onmiddellijk zijn verhaal. Om de paar minuten keek hij me daarbij via zijn spiegeltje aan. Elke Mumbaier, zo zou ik al snel ontdekken, begon ongevraagd over 26/11 te praten. Het drama zat nog altijd in de hoofden.
 
De geruchten waren het ergst, die eerste dagen, zo vertelde hij. Een busje met zwaar bewapende commando’s reed rond en zaaide dood en verderf. Je was nergens veilig. Alleen in je eigen huis. Daar keek je tot diep in de nacht naar de TV. En de volgende morgen werd je wakker met dezelfde beelden. Het hield niet op!
 
mumbai waterauto
 

“Maar taxi driver”, vroeg ik om de man af te leiden. “Hoe heet het hier nu eigenlijk? Mumbay of Bombai?  En waarom? En sinds wanneer?”
 
De chauffeur vertelde over een nationalistische partij die het een jaar of tien geleden voor het zeggen had gehad. Een rechtsig cluppie. Trots op India. En ze waren voor de vrijheid. Die partij vond dat India voor de Indiërs was en dat het engelsklinkende Bombay moest worden omgedoopt tot Mumbai. Een verandering die nog altijd niet helemaal is geaccepteerd. Mijn gesprekspartners, rasechte Indiërs, trots op hun land, waren stuk voor stuk voor Bombay, omdat dit ‘meer cosmopolitisch klinkt’. 

Maar nu wilde ik toch graag tot de kern van mijn missie doordringen. En dat was niet kletsen met chauffeurs en andere zogenaamde informanten. Dat was niet luisteren naar onzinverhaaltjes dat alle rampen in Mumbai altijd op de 26e van de maand gebeurden. Overstromingen, bomaanslagen op treinen, ja, zelfs aardbevingen en de tsunami hadden zich aan dit ongeluksgetal gehouden.
 
Ik wilde nu alsjeblieft! meharbani seh!! please!!! eindelijk!!!! met eigen ogen de plaatsen des onheils bezoeken. En snel. Waar waren de hotels? Waar was de Taj?
 
 
mumbai rode bus
 
We stonden al meer dan vier uur in de file. Een grote rode bus versperde het uitzicht. Yeah, this is Mumbai zoals ik het ken, dacht ik gelaten. 
 
Maar, hup, daar gingen we eindelijk. Luid toeterend en allerlei mensen, mensjes, dieren en diertjes op haartjes na missend ging het weer verder. Het verkeer in Mumbai is het bewijs dat God bestaat, gromde de chauffeur. Al die mensen die we net niet dood rijden.  Dat krijgt alleen God voor elkaar.
 
We naderden de wijk met de hotels. Wat zou ik te zien krijgen? Was het maar vast volgende week …

Dit is een vervolgverhaal. Deel 1 vertelt hoe ik ben aangekomen in Mumbai, nog geen twee maanden na de aanslagen van november 2008, om te kijken hoe de stad erbij ligt. Deel 2 gaat over de taxi-rit en staat hierboven. Deel 3 staat hier. En daarna komen er nog meer delen, net zolang tot de spanning niet meer zindert en we weten of er een happy of droevig einde in zit.

Alle delen zijn ook – in een andere niet zo geweldige versie – op drasties gepubliceerd. Wie de spanning erin wil houden, klikt dus niet op dat linkje. Daarom schrijf ik dit ook zo klein.

Wist je het al van mevrouw van der Pol?

Wist je het al van mevrouw van der Pol
Die kreeg het gisteren in haar bol
Mevrouw’s gemoed schoot vol
Ze sloeg, ze sloeg, ze sloeg verdorie op hol.
 
Mw. Van der Pol trok haar mantel aan
En is toen naar buiten gegaan
Daar scheen een halfje maan
Toch is zij niet blijven staan.
 
Mw. Van de Pol begon te lopen
Klom over heuvels en hopen
Is zelfs door een klein tunneltje gekropen
Totdat ze eindelijk haar nieuwe tasje kon kopen.
 
 mw. van der pol
 
Gemaakt voor Barbara Jansma, in het kader van haar beppe maaike’s ondraaglijke vertellingen Haar illustratie was de inspiratie. Dat tasje is mevrouw van de Pol’s oude tasje. dus dan begrijp je het wel. Zou ik ook van op hol slaan. Als ik een mevrouw met een tasje was.
 

Liever nog werd ik door de pastoor bemind

Ik hou niet van pastinaken 
daar mag je van mij de haard mee aanmaken

Het zijn ouwerwetse vieze zaken
die kant noch wal raken
en waar ik en velen met mij van braken. 

 
pastinaken los
 
 
Nee, doe mij maar een arepel 
die lust ik dus wel. 

 

aardappel ole
 
Aardappels zo kruimig en puur
met een beetje jus, je proeft de natuur
en ze zijn ook helemaal niet duur.

(zo’n pastenaakje smaakt mij niet zoet maar zuur)
 
 
aardappel schijfjes
 
 
Aardappels eet ik het liefst als puree
maar gebakken daar zit ik ook niet mee.

 
Dus gaat u vandaag nog kokkerellen
u kunt ze op aardappels.nl bestellen. 
 
 
aardappel bijtend
 

En die pastoor dan?
 
Oh ja.

Nee, echt, liever nog werd ik door de pastoor bemind
dan mijn bordje pastinaken leeg te eten als kind.
 

pastinaken met hand

 

Eerder verschenen op drasties, en opgenomen in mijn bundel “Hard voor de Natuur” ©2010 Apiedapie, voorpublicatie. 
Ja, dit zijn bekentenissen, lieve mensen, op dit blog. Maar het is zo. Ik houd er echt niet van.  

Ik moest keihard plassen

Maar eerst zag ik alleen maar
 

senoras

En deze schoot ook niet op  
 

vrouw met keitjes

Net toen ik het huilend wilde opgeven, zag ik  
 

caballeros
  
zou het dan toch nog goed komen?  
 

man keihard plassen
 
aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah, heerlijk
  
wat kan plassen toch prettig zijn 
 
als je op tijd bent
 
 

Precies de buurman

Het plotselinge overlijden van onze buurman, een krasse zestiger, was voor mijn zoon van elf de eerste kennismaking met de dood. Hij leerde wat het betekent als iemand er definitief niet meer is.
 
Ik vertelde hem ook over begraven, en wat er met het lijk gebeurt. Het langzaam verteren in de grond, het ‘van as tot as’.
 
Een paar maanden na de begrafenis zagen we in de stad een man lopen die erg op de buurman leek. Zelfde houding, zelfde kleding. 
 
“Kijk, pa”, wees mijn zoon, “die man lijkt precies op de buurman”. En hij voegde er snel aan toe: “Toen hij nog leefde natuurlijk”.

 
 
Met dank aan Ad Hok en De Schrijvende Rechter voor hun commentaar op een eerder verschenen versie op drasties.
 
 

Rotspinnen

Ik hou niet van spinnen
niet buiten en zeker niet binnen 

ze terroriseren hele gezinnen.
kruipen in je goed en in je linnen
ik kan ze niet beminnen 

helemaal niets met ze beginnen 

kon ik maar iets op websites verzinnen. 

Dan was dit een apart versje geworden.

Nu gaat het wel.

Rotspinnen.

 

 
 
Eerder ergens op drasties. Opgenomen in mijn bundel “Hard voor de Natuur”, ©2010 Apiedapie (voorpublicatie).
 

In Mumbai kwam ik mijzelf tegen (1)

‘Twenty six eleven’ noemen ze het. De stad schudde op zijn grondvesten zoals New York tijdens ‘nine one one’. Een groep terroristen kwam met een rubberbootje aan land en zaaide dood en verderf in deze Indiase havenstad aan de Arabische Zee. Het Taj Mahal hotel, de trots van Mumbai, was dagenlang omcirkeld door verslaggevers, die een terroristische aanslag moesten verslaan waar geen einde aan leek te komen.   

Vandaag precies twee jaar geleden begon het ongelooflijke drama. Het leek een film. Maar het was Terrorisme Nieuwe Stijl. Bloedig en zonder mededogen.   Ik ken de stad heel goed, maar was er jaren niet meer geweest. De tragedie had ik per televisie, SMS en chatroom gevolgd. Begin vorig jaar, nog geen twee maanden na de aanvallen, nam ik het vliegtuig. Een lang weekend Mumbai … tja … Maar ik wilde gewoon terug. De stad met eigen ogen zien. Een weekend dat mijn leven zou veranderen. Mijn persoonlijke verslag staat de komende weken hier op het vkblog.   

Vandaag deel één. Namaskar Mumbai! Begint onder de foto.
 
mumbai taj
 
De stad voelde als al die andere keren. warm, een graadje of 35. En aangenaam vochtig. Januari is een goede tijd voor Mumbai. Met knipperende ogen stond ik in de rij voor de douane. Een mini-jetlag van een uurtje of vier in aantocht. Hoe zou het er buiten uitzien? Zou het nog bruisen? Spatte de energie er nog vanaf? Of was Mumbai één groot tranendal geworden?
 
“Shukriya!” riep ik vriendelijk tegen de norse beambte en stapte het avontuur tegemoet. Honderden nieuwsgierige ogen staarden me aan. Tientallen naambordjes en –kartonnetjes. Ontelbare vage types. Je zou bijna omkeren. Maar ik had meer met dit bijltje gehakt en liep zelfverzekerd door. Alsof ik wist waar ik heen ging. Dat is de kunst. Ik hoefde het dit keer niet eens te faken. Want ik was echt al heel vaak de uitgang van chhatrapati shivaji international airport uitgelopen. 
 
Mijn rolkoffertje werd door een tenger mannetje voor me uitgedragen nog voor ik ‘what the f***’ had kunnen zeggen. En ik werd in een klein groengeel autootje gepropt. Ik ging zitten, leunde achterover en het ging allemaal beginnen!  
 
 
Wordt vervolgd. Hier staat deel 2. 
 
Foto’s allemaal zelf gemaakt. Goed he? Ik kan het wel! Er zitten er een paar heel mooie bij. 
 
Dit feuilleton stond ooit in een andere versie op drasties, Ten behoeve van de vereiste spanning wordt u aangeraden de link niet aan te klikken.