Bonkende wieltjes op Brussel-Zuid

De Thalys stopt. Ik weet dat ik niet meer dan zesentwintig minuten heb. Ik ren naar beneden. De wieltjes van mijn koffertje bonken achter me aan op de vierkante treden van de roltrap.
 
Ik sla rechtsom richting de hamburgerkraam. Ik moet en zal mijn hamburger scoren. Twee lieve oude mensjes bakken ze al jaren op een ijzeren plaat. Zwartgeblakerde sliertjes ui. Ketchup en mosterd uit een plastic fles, met de opgedroogde restjes rond de dop. Midden in de stationshal van Brussel-Zuid.

Maar vandaag … zijn ze er niet meer.

 
Op de plek van het kot staart me nu een glimmende fastfood aan. Het personeel draagt gele petjes en rode schortjes.
 
Ik sleep me terug naar het perron. Ik eet vandaag in de restauratie. Broodje zalm. Met weemoed.

(in iets andere vorm eerder verschenen op drasties, moet kunnen, mijn verdriet is nog altijd groot, nooit meer zo’n lekkere hamburger gegeten)

Advertenties

Niet van kauwen

Ik hou trouwens ook

 niet van kauwen
van mij mag je ze houwen
zitten constant hun geslacht

 in hun kauwenvrouw te douwen
ondertussen wel gewoon snavels

vol vreten te verstouwen
als ze zich in hun zaad verslikken

 zal ik daar niet om rouwen. 
 
 
 
uit de bundel “Hard voor de Natuur”, ©2010 Apiedapie, voorpublicatie.


Ik had mogen neuken

tunesie
Photo: (c) A. Dapie

Lang geleden was ik op vakantie in Tunesië. Het was de eerste keer dat ik een arm buitenland bezocht. Ik was tot dan niet verder dan Spanje gekomen.
 
Diep geschokt liep ik rond. Ik had nog nooit openlijke armoede gezien. Mensen in lompen gehuld. Kinderen die aan je broekspijpen hingen.  In doeken gewikkelde vrouwen die met baby’s op de arm liepen te bedelen. Ik gaf, achteraf gezien, veel te veel geld weg.
 
 Nooit zal ik vergeten wat er eentje tegen me zei, in het Frans, terwijl ze mijn geld weggriste: “Nou, daarvoor had je me ook mogen neuken!”
 
Ik hoorde diepe minachting in haar stem.
 
 
 Eerdere versie verschenen op drasties, foto: ©Apiedapie

Ik wou dat die afwas

Zegt er nog iemand ‘de vaat’ in Nederland? De vaat doen ? Samen met tegenstribbelend broertje of zusje altijd een dagelijks corvee. Ruzie wie mocht wassen en wie mocht drogen. En later toen we groter werden een slagschaduw over etentjes en feestjes. Die spanning! Zouden de gasten aanbieden om de vaat te doen, voordat ze al dan niet dronken in hun autootje tolden?  En zouden ze het aannemen als je voor de vorm zei ‘Ben je gek, joh, die doen wij wel, morgenochtend! Laat lekker staan, nee echt!’. De doffe ellende als ze dan inderdaad opgelucht het huis verlieten. En omgekeerd, de spanning als je zelf op visite was, of je het aan zou moeten bieden, hoe je het zou zeggen, wanneer, en of ze het zouden accepteren. Wat is eten en feesten met vrienden nu saai geworden. Want de komst van de afwasmachine heeft aan die spanning voorgoed een einde gemaakt. Aanbieden om de machine in of uit te ruimen is toch echt iets anders.
 
 


 
 
Door omstandigheden leef ik nu al weer een klein jaar zonder. De ouwe was kapot, een nieuwe werd uitgesteld.  En hoe vreemd het ook klinkt, ik wil niet anders meer. Niets is zo rustgevend als lekker met je handen in het hete sop te spelen, op zoek naar een verloren mes, intussen aan niets of juist aan alles denkend.  Niets is zo bevredigend als de smurrie uit de gootsteen te spoelen, nog even met een vaatdoek  de sopresten eruit, kraan erover, hopla: schoon!
 
 


 
 
Ik leer ook van mijn afwas. als je het elke dag doet, is het een snel, prettig karweitje. Maar als je het dagen laat staan, dan wordt het een opgave. Toch weer die slagschaduw boven je bestaan. Je ziet de groeiende afwasbelt in de keuken iedere keer op weg naar de koelkast. Je moet er diep van zuchten en je neemt je voor om hem zo meteen ‘te doen’. Dat vreet energie.
 
Maar als je dan echt geen schoon glas meer hebt, geen schoon schaaltje voor de brinta, geen normale koekepan, en als je met een oud zilveren gebaksvorkje van je oma’s servies in je aardappelen moet prikken, dan zit er niets anders op. Met een diepe zucht begin je eraan en … he … wat gek … het is eigenlijk prima. Vanaf het eerste bord. Het is rustgevend. En het is toch weer zo gedaan.
 


 
 
Meteen maar doen, al die dagelijkse taakjes, dingetjes, belletjes, opruimerijtjes. Hoe sneller je het allemaal wegwerkt, of het nou de afwas, de administratie of dat vervelende telefoontje is, hoe zenner je bent. En hoe beter je kunt concentreren op waar het in het leven echt om gaat. Wandeling door de duinen. Winkelen zonder doel. Muziek luisteren. Goed gesprek met een vriend. Echt naar een ander luisteren.  Een bloggie schrijven. Niet gehinderd door dat knagerige gevoel van: ik! wou! dat! die! afwas!
 

Wat ik leer van meeuwen

Ik leer veel van meeuwen. Ze zijn er gewoon. Elke morgen weer zitten ze op de klif. Te kijken of er iets te eten is. Te kijken of er geen onraad dreigt. Te kijken of er wat te paren valt.

 Ze vliegen op. Laten zich door een luchtstroming ergens heen voeren. Alleen maar bijsturen, gebruik makend van de juiste wind. Waar dat heen is? Ze zien wel. En dan gaan ze weer op een andere rots zitten. Een schutting. Een paal. Het strand. Ze gaan gewoon ergens anders zitten. En kijken dan weer: eten, gevaar, liefde. meeuwzit

Ik zal het nooit echt zeker weten, maar ik denk niet dat ze zich zorgen maken. Dat ze een rothumeur hebben. Klagen over iets dat gisteren is gebeurd. Of bang zijn voor iets dat misschien vandaag gaat gebeuren. Zich afvragen waarom alles gebeurt wat er gebeurt. Ze zijn er gewoon.

Ze zijn gewoon.

Gisteren zag ik een grote zilvermeeuw met een krab. Da’s een hele maaltijd. Meer dan alledaagse kost. Meestal zijn het kleine hapjes hier en kleine snippertjes daar. Wat ie deed? Toestoten, pakken, niet laten vallen. En laag over de golven naar een veilige plek. Oppassen dat niemand hem zag. Half uurtje bezig geweest met openkraken en oppeuzelen. Kraaien op veilige afstand om de resten op te ruimen. Daarna? Snavel afspoelen in zee. En weer opvliegen. Dat was alles.

En vanochtend begon er weer een nieuwe dag. Van zitten. Kijken. Vliegen. Scoren. En doorgaan. Er gewoon zijn. Leven. Totdat het voorbij is er gewoon het beste van maken. Ik kan een voorbeeld nemen aan meeuwen.

 meeuwlucht

Van vinken

 

Van vinken

 

Ik houd niet van vinken
ze zijn niet bij de pinken
kunnen met hun blinde oogjes slechts blinken
zingen liedjes die voor geen meter klinken
waarmee ze wel jagende katten verlinken
en vinden zich dan hele binken
ik vind ze naar vogelzaad stinken
ze lopen niet maar hinken
van mij mag je ze verdrinken
een beetje verminken
of afvinken.
Zie maar.

 

 

 
 
 

Uit Hard voor de Natuur, ©2010 Apiedapie, voorpublicatie, eerder verschenen op www.drasties.com, dank aan ramirezi voor het vinkenplaatje


Aan de lijster

Aan de lijster

Ik heb een hekel aan de lijster
Zijn gezang boeit me niet bijster
plak zijn snavel toch af met een pleister.

 

 

lijster van drasties

 

 

 

Uit: Hard voor de Natuur, ©2010, Apiedapie, voorpublicatie, eerder verschenen op www.drasties.com, illustratie: onbekend, de rechthebbende mag zich melden en je weet maar nooit wat dat dan oplevert.

Zo’n ooievaar

 

Zo’n ooievaar
 

Ach lachen jullie maar
voor mij is het een heel raar
beest zo’n ooievaar
Grote bek en witzwarte veren
staat de hele dag langs kanalen en meren
de rust van visjes en kikkers te versjteren
jammer is dat het beest elluk jaar
weer terug komt met veel misbaar
stomme ooievaar.

 

 

ramirezi's ooievaar

 

 

 

Uit: Hard voor de Natuur ©2010 Apiedapie; voorpublicatie; eerder verschenen op www.drasties.com, met dank aan ramirezi voor het plaatje van die stomme ooievaar.

Op een lievevrouwenbeest

 

Op een lievevrouwenbeest
 

Op een lievevrouwenbeest,
Rood met zwarte stippen,
Zat een lieveherenbeest
Op en neer te wippen.
Oooooh! kreunde het vrouwenbeest
Met een diepe zucht,
Al haar zwarte stipjes,
Hoepla in de lucht!

 

ramirezies herenbeessies

 

Uit: Hard voor de Natuur ©Apiedapie, 2010; voorpublicatie; eerder verschenen op www.drasties.com, dank aan ramirezi voor het inspirerende plaatje.
 

Het is ff wennen maar het wordt leuk

 
Dag lieve mensjes,
 
Apiedapie, gaat op veler verzoek in de Volkskrant schrijven. Voor wie? Voor iedereen die nog tijd heeft om wat te lezen, zich te verbazen, om een speels rijmpje te lachen, en als het eens een keer niet zo bie is gewoon verder wil scrollen, zonder dan meteen oordelen achter te laten. Waar het over gaat? Van alles en nog wat en ditjes en datjes en meer van die dingen.
 
We beginnen gewoon ergens, misschien in het midden, misschien met een paar stukkies die ook op drasties staan. Of op Apie’s twitterkanaaltje of Facebook. Het wordt vanzelluf een uniek eigen plekkie waar je graag eens komt kijken, glaasje prik of een Teachers drinkt, of ’s morgens een schaaltje Brinta weglepelt.
 
Voorlopig gaat Apie zich eerst eens verdiepen in de techniek, kijken oftie kan cutten en pasten, plaatjes of zelfs videootjes achterlaten. We weten het allemaal nog niet. We hebben dit fraaie blog net ontdekt. En we zijn zelluf net zo benieuwd als jullie allemaal.
 
Groetjes, en kusjes van Apie, tot gauw!