Rommelmarkt

We stonden gisteren op een rommelmarkt. Voor mijn negenjarige zoon een gelegenheid om oud speelgoed op te ruimen en te leren over zakendoen. Niet jokken over wat je verkoopt, maar ook niet alle gebreken ongevraagd onthullen. Het is per slot van rekening een rommelmarkt.

Een belangstellende voor zijn oude fietsje liet zijn dochtertje een proefritje maken en haalde zijn portemonnee tevoorschijn. Ik stond op om het geld in ontvangst te nemen.

Toen hoorde ik mijn zoon behulpzaam tegen het meisje zeggen: “Je moet niet te hard rijden, hoor, want dan loopt de ketting eraf.”
 
De vader fronste zijn wenkbrauwen. Ik keek hem schaapachtig aan.
 
Mijn zoon maakte het af: “Ja, en we hebben nog nooit iemand kunnen vinden die dat kan repareren.”
 
 
 
Eerder verschenen, iets andere versie, op drasties, zoontje is inmiddels elluf, en nog steeds goudeerlijk. Het fietsje staat nog altijd in de garage. 😦

Advertenties

Mist

 
 
 
  
Mist
 
Vanochtend dikke mist.  In mijn hoofd. En buiten.
Even niet meer weten waar het naar toe gaat.
 
Relatie.
Werk.
Auto in de reparatie.
Paswoord van google doet het niet meer.
Wc-papier op.
 
En buiten grijze nevels waar je ook niet doorheen kunt kijken.
 
Je kunt alleen maar vertrouwen dat alles er nog is. Het bekende.
 
Omdat je het met je verstand weet.
 
Mist is niet erg. Mist hoort erbij. De sluier trekt weer op en het leven gaat weer door.  
 
Zo meteen.
 
Toch?
 
 

Over wolven

 

Over wolven

 

Laten we het eens hebben over wolven

In sprookjes wordt je eronder bedolven

Ze vallen vrouwen aan onder het kolven

maar zijn ze nou echt zo gemeen die wolven?

 

De een zegt het zijn toch net lieve honden

Ik heb nog nooit iets rottigs over ze gevonden

De ander zegt ze vreten geiten

dat zijn natuurlijk wel de kille feiten.

 

We weten allemaal dat die zeven biggen

geitenspiesjes in de vriezer hadden liggen

Zelf ontsnapten ze dus de dodendans

Maar die geiten hadden geen enkele kans

 

Daarom ondanks die vieze zwarte haren

En die scheve gele ogen die zo staren

Vind ik zelf een wolf nog niet zo kwaad

‘t is het varken dat ik haat!

 

 

(op verzoek geschreven voor mijn neefje dat wolven haat)

Een uit zijn bek stinkende hijger

 

Wie staat daar zo vals

 te loeren op die steiger? 
 

Wie is die naar vis

uit zijn bek stinkende hijger?

 

Wie is dat met die

 speerpunt als een krijger?

 

Het is vol afschuw dat ik

die naam te noemen

 weiger.
 

 

 reiger onherkenbaar

Eerder verschenen op drasties, uit de bundel Hard voor de Natuur, ©2010, Apiedapie, voorpublicatie; met dank aan ramirezi voor het plaatje van dit gemene beest.  Ik zou het wel weten als ik hem voor mijn lens zou krijgen. En dat meen ik! Kijk dat visje nou! Zielig!
 

 

Rotopmerking

Het was vanmorgen te druk op kantoor. Teveel emails. Te veel telefoontjes. Teveel zeurtjes. Ik was niet aan lunchen toegekomen.
 
Het is al tegen half drie als ik flauw van de honger over straat ren, op zoek naar een broodjeszaak die nog open is.

Een zwerver met diepliggende ogen houdt mij staande. Hij strekt zijn hand uit en zegt “Ik heb honger”.


“Ja, ik ook” zeg ik en loop zonder de pas in te houden door.

Pas later besef ik wat een rotopmerking dat was.

Kaartjes en vrouwen ik kan zo intens van ze houwen

Geen wolken maar buitjes. Kijk er naar luitjes

Oh, als ik vandaag eens dollen kon, met Ilona in de volle zon

Regen en windjes, op de akkers verrotten de bintjes

Kan het iemand bommen wat het weer wordt verdomme?

Ik ga slapen ik ben moe, eerst nog naar ‘t kaartje toe

De zon schijnt, hop eruit, je leeft, je bent, je moet vooruit

Jan’s kaartje rot toch op, we willen echte zon op onze kop

Wat ik me afvraag met zovelen, kan God een wolkbreuk helen?


File tussen Eembrugge en Barneveld, vanwege kip ongesteld

File tussen Eembrugge en Barneveld, daar komt de haan al aangesneld

File tussen Eembrugge en Barneveld, het eitje werd dus afbesteld


Het weer is niet altijd fantasties, gelukkig is er drasties

In het land der blinden kun je niemand vinden

Postje hier, blogje daar, kom maar wolken, sneeuwt u maar

Kiele kiele kiele, wat lief: een baby file!

Kaartjes en vrouwen, ik kan zo intens van ze houwen


Wist niet dat het bestond, een file mollen in de grond

Mensen wat een klucht, vier kilometer meeuwen in de lucht

Vrede op aarde op de weg tussen Zwolle en Naarde

Er is een auto gesignaleerd tussen Tilburg en Weert

De vissen zwemmen in het water, dat wordt een buitje later

Beter een grauwe grijze lucht, dan voor ‘t leven op de vlucht

Bloemlezing uit Apie’s weer- en verkeerrijmpjes, eerder verschenen op drasties bij het weerkaartje en de filemeldingen.

Bonkende wieltjes op Brussel-Zuid

De Thalys stopt. Ik weet dat ik niet meer dan zesentwintig minuten heb. Ik ren naar beneden. De wieltjes van mijn koffertje bonken achter me aan op de vierkante treden van de roltrap.
 
Ik sla rechtsom richting de hamburgerkraam. Ik moet en zal mijn hamburger scoren. Twee lieve oude mensjes bakken ze al jaren op een ijzeren plaat. Zwartgeblakerde sliertjes ui. Ketchup en mosterd uit een plastic fles, met de opgedroogde restjes rond de dop. Midden in de stationshal van Brussel-Zuid.

Maar vandaag … zijn ze er niet meer.

 
Op de plek van het kot staart me nu een glimmende fastfood aan. Het personeel draagt gele petjes en rode schortjes.
 
Ik sleep me terug naar het perron. Ik eet vandaag in de restauratie. Broodje zalm. Met weemoed.

(in iets andere vorm eerder verschenen op drasties, moet kunnen, mijn verdriet is nog altijd groot, nooit meer zo’n lekkere hamburger gegeten)

Niet van kauwen

Ik hou trouwens ook

 niet van kauwen
van mij mag je ze houwen
zitten constant hun geslacht

 in hun kauwenvrouw te douwen
ondertussen wel gewoon snavels

vol vreten te verstouwen
als ze zich in hun zaad verslikken

 zal ik daar niet om rouwen. 
 
 
 
uit de bundel “Hard voor de Natuur”, ©2010 Apiedapie, voorpublicatie.


Ik had mogen neuken

tunesie
Photo: (c) A. Dapie

Lang geleden was ik op vakantie in Tunesië. Het was de eerste keer dat ik een arm buitenland bezocht. Ik was tot dan niet verder dan Spanje gekomen.
 
Diep geschokt liep ik rond. Ik had nog nooit openlijke armoede gezien. Mensen in lompen gehuld. Kinderen die aan je broekspijpen hingen.  In doeken gewikkelde vrouwen die met baby’s op de arm liepen te bedelen. Ik gaf, achteraf gezien, veel te veel geld weg.
 
 Nooit zal ik vergeten wat er eentje tegen me zei, in het Frans, terwijl ze mijn geld weggriste: “Nou, daarvoor had je me ook mogen neuken!”
 
Ik hoorde diepe minachting in haar stem.
 
 
 Eerdere versie verschenen op drasties, foto: ©Apiedapie