Door de grond in de lucht

In het vliegtuig naar New York kijk ik meewarig naar de opgewonden toeristen om me heen. Ik woon voor mijn werk in Amerika en vlieg zo’n beetje elke maand. Ik kan de procedure dus wel dromen.

De stewardess komt de immigratieformulieren uitdelen. Witte voor mensen met een visum en groene voor toeristen.

Resident?”, vraagt ze telkens voordat ze het formulier overhandigt.
 
Ik zie haar naderen door het gangpad. Af en toe legt ze op haar hurken uit welk papiertje de mensen moeten invullen.
 
Vermoeid kijk ik uit het venster.
 
Resident?” hoor ik weer. Belachelijk dat ze het vandaag in het Engels vraagt. De KLM krijgt steeds meer kapsones. 

Als ze bij mij is aangekomen, zeg ik nog voordat ze iets kan vragen geroutineerd: “Doe mij maar een witte!”.
 
Ze kijkt me niet-begrijpend aan.
 
Resident?” vraagt ze.
 
Flauw om in het Engels te blijven praten.

“Een wit formulier graag!” zeg ik luid en vervolgens, overdreven articulerend, herhaal ik: “Wit!”

Ze staart me aan.
 
Dan realiseer ik me ineens dat dit een KLM codeshare flight met Delta Airlines is.
 
 

Advertenties

Jasje

Ik staar naar de lege lopende band en besef dat ik weer eens eerder dan mijn koffer ben aangekomen. Dit keer in Montreal, dinsdagavond laat.
 
Morgenochtend om half negen moet ik een vergadering voorzitten, gekleed in de muf ruikende spijkerbroek en sweater waarin ik heb liggen slapen.
 
De winkels zijn dicht.
 
Ik leg mijn probleem uit aan de nachtportier van het hotel. Hij kan me gelukkig een overhemd lenen en een ribfluwelen jasje.

De volgende morgen zit ik de vergadering ongemakkelijk voor. In de pauze komt een van de deelnemers naar me toe.

‘Leuk jasje!’, zegt hij veelbetekend.
 
Ik stamel een excuus, leg de situatie uit en zeg dat ik me normaal natuurlijk wel beter kleed.
 
Er valt even een stilte. Dan zie ik dat hij net zo’n jasje aan heeft. 
 
 
 
 
 
(eerder in iets andere vorm en met ander lettertype gepubliceerd op drasties)