De paashaas ging vreemd en vond het lekker ( alleen voor volwassenen)

Het mandje op zijn rug was bijna leeg. Het grootste paasei had hij voor het laatst bewaard. Dat was voor Sandra, het mooiste en liefste meisje van het land. Als zij lachte, dan lachte de hele wereld met haar mee. Als zij zong, dan hielden de vogeltjes hun snavel. Als zij huilde, dan wilde iedereen haar troosten. De bakker, de buurman, de leraar, de zwerver in het park en de jongen van de mobieltjeswinkel.

De paashaas rende de straat over. Auto’s en trams hielden de adem in en gingen toen weer toeterend en klingelend verder. Daar was het huisje van Sandra. Ze stond voor het raam. Opgetogen klapte ze in haar handen. De paashaas keek omhoog en sprong over het tuinhekje. Zijn zwarte kraalogen glansden.

Geef het nou maar toe, joh, dacht hij nog. Je bent gewoon verliefd. Stapelwaanzinnigsmoorverliefd. Op een mensenmeisje van negentien. Haas die je bent! Denk toch aan je vrouw. Die zit thuis te wachten met een kopje brandnetelthee en een mierikswortelkoekje.

Maar hij roffelde al op de deur. Hij huppelde al door het gangetje. Hij liet zich al languit vallen op het bankje. En Sandra ging bovenop hem liggen. En ze kuste hem overal. Lekker toch?

Featured image Easter bunny
Advertenties

In Mumbai wilde ik ervan genieten (8)

We stonden samen uit te kijken over zee. Het SMS-meisje uit Mondegar dat me gevolgd was. En ik. Het was alsof ik zweefde. Dit was zo raar! Ik heb geen minderwaardigheidscomplex, maar gevolgd worden door het meest verrukkelijke wezen van de hele wereld, zonder dat we tevoren ook maar één woord gewisseld hadden, was bijzonder.

Ze zei me dat zij ook niet wist wat er gebeurde. Ze had gewoon gevoeld dat ze met me moest praten. Een aantrekkingskracht die ze niet kon verklaren. Het was “strong, very strong“. Ze wilde niet meer bij me weg. Hoe dat verder moest en wat hiervan de bedoeling kon zijn, wist zij ook niet. Maar ze ‘was not in a hurry to find out’ en wilde ervan genieten. Ik ook.

De bootjes die toeristen naar de Elephanta Caves wilden brengen lagen te dobberen. Lekkernijen werden rondgedragen, pinda’s gebrand, en handen gelezen. Mumbai leek behoorlijk te zijn opgekrabbeld, zei ik. Het meisje knikte en keek me met haar donkere ogen ernstig aan. „Het lijkt erop“, zei ze.

mumbai taxichauffeur

Ze vertelde dat onmiddellijk na de aanslag op alle straathoeken in het centrum drie politie-agenten stonden. Eén van de drie droeg een groot geweer. Dat zag er veilig uit. Het had geholpen om de gemoederen van de geschrokken Mumbaise bevolking te kalmeren. Helaas, zo glimlachte mijn vriendin, had de politie te weinig geld voor munitie gehad. De geweren waren niet geladen! Daarom werden die arme agenten de ‘lege-gewerenpatrouille’ genoemd.
We liepen door de drukke straten van Apollo Bunder, ontweken moeiteloos auto’s, motorfietsen en paard-met-wagens, en gingen geheel in elkaar op. We babbelden met straathandelaren, met taxi-chauffeurs, en met straatkinderen. Stralende gezichten overal. Het meisje praatte afwisselend in Hindi en in Engels. Met arme en met rijke mensen. Zonder onderscheid. Ik stond er alleen maar glunderend naast te knikken. Gloeiend van geluk.

Ook heel goed dat er nu overal security met honden is, zei ze. Ze kon haar wimpers heel mooi bewegen. Overheidsgebouwen waren altijd al heel scherp beveiligd geweest, maar nu zag ik ook detectiepoortjes bij de ingang van bioscopen, winkels, restaurants en hotels. Labradors en herdershonden met droeve ogen snuffelden onder auto’s, in tassen en tussen kruizen. Op zoek naar explosieven. Zo veilig was het dus toch allemaal niet. Er kon elk moment iets verschrikkelijks gebeuren.

mondegar buiten

Deel zeven van dit vervolgverhaal staat hier. Deel acht hierboven. En deel negen hier.

Eerder in andere versie gepubliceerd op drasties.