Ik ben dus moslim

Zaterdagmiddag 21 juli 2012. Bushokje ergens op het platteland. 

Ik kijk hoelang het nog duurt voordat de bus komt en ga dan op het bankje zitten. Naast een mevrouw. Ze is klein, gezet, draagt een hoofddoek en heeft een stuk of drie boodschappentassen aan haar voeten.

“Hoe lang nog?” vraagt ze zonder enige aanloop.

“Nog tien minuten” antwoord ik droog, gevolgd door een “het had erger kunnen zijn”.

“Ja, het had erger kunnen zijn”, herhaalt ze.

Ik kijk weer voor me uit.

“Bent u moslim?” vraagt ze. Opnieuw zonder aanloop.

“Nee”, zeg ik.

Ik ben niet iemand die met veel plezier kletspraatjes met onbekenden voert. Maar ik kijk haar nu, met een flauw glimlachje, wat beter aan.

“Protestant?” vraagt ze.

“Nee”, zeg ik.

“Katholiek?” dringt ze aan.

“Nee, ik ben eigenlijk van alles wat. Of misschien wel niets”.

“Atheïst?”, concludeert ze en kijkt me aan voor een bevestiging.

“Ja, atheïst”, knik ik, en neem aan dat het verhoor daarmee is afgerond.

“Kent u de Koran?” vraagt ze, “ik bedoel, weet u wat dat is, heeft u er weleens van gehoord?”

“Ja”, zeg ik. “maar ik heb de Koran nooit gelezen.”

“Dan bent u moslim”, stelt ze vast. “Als u weet dat de Koran bestaat, dan bent u moslim.”

Ik knik geamuseerd. Maar ze kijkt me ernstig aan.

“U moet dus nooit meer zeggen dat u atheïst bent. Dat is verkeerd”.

“Ik zal eraan denken”, antwoord ik, “Ik ben dus moslim. Dank u wel.”

Advertenties