Pril geluk duurt niet lang (202)

Terugkijken en vooruitlopen op ikjes en actuele zaken

„Je hebt één vader. Die zet je op marktplaats. Hoeveel heb je er dan over?” Zo bracht het 10-jarige dochtertje van Gabor Oolthuis haar 5-jarige broertje de grondbeginselen van het rekenen bij. Leuk toch? Het was me er weer eentje, dat ikje. De lezersanekdotes zijn dagelijks te vinden op de achterpagina van de NRC en ergens onderaan op de bijbehorende website.

En het einde is nog lang niet in zicht. Die 500 die maken we vol, wat ik jullie brom.

In deze rubriek laten we er zoals gebruikelijk een paar passeren, we kijken wat we ervan vonden, en we nemen en passant wat andere actualiteiten mee. Voor u bijeenbedacht en -geschreven door het Bas van Vuren Schrijverscollectief. De noms de plûme van onze echtbestaande lezers en lezeressen staan hierboven, hieronder en hiernaast. Man, wat een geluk. Al 202 afleveringen lang. En het einde is nog lang niet in zicht. Die 500 die maken we vol, wat ik jullie brom.

Lees verder Pril geluk duurt niet lang (202)

Advertenties

De week van de verwarde verhalen (201)

Vooruitdingesen en terugdingesen op de ikjes en de actuele zaken die er allemaal gebeurd zijn

“Een mooie tijd op een winderige plek”, wenste Pawi me vorige week toe, “waar die vliegende lastpakken wegblijven.” Weet je? De lastpakken blijven nooit weg. Maar da’s het leven. De stekerds weten je te vinden. Probeer ze uit de weg te gaan, is mijn advies, maar als het echt niet anders kan, dan rats, doodslaan. Plat. Flets. Het is niet anders en pure zelfbescherming. Als ze niet hadden gelastpakt waren ze nog in leven.

Een mobiele telefoon noemt ze een “veegdoos”.

Idelette Kruidhof zag vorige week haar ikje in de NRC geplaatst. Ze had er kei haar best op gedaan. Het ging over een oudere dame met “staartjes in”, wier “duim driftig gebarend op en neer ging” langs de kant van de weg. Ja, ik verzin dit niet, maar citeer. Een mobiele telefoon noemt ze een “veegdoos”. Verwarde vrouwen, je komt ze steeds meer tegen. Lees verder De week van de verwarde verhalen (201)

Het tweehonderdste intro (200)

Vooruitkijken en achterlopen op ikjes en actualiteit

Nou, en dit is hij dan. Het tweehonderdste (200e) intro. Lang naar uitgekeken. Bijzonder moment. Veren. Cadeautjes. Loftuitingen. Verrassingen. We gaan het zien. Maar voorlopig gebeurt er niets bijzonders en wordt het ding geplaatst zoals op elke vorige 199 maandagen. En kijk ik terug op de verslagperiode, dit keer twee weken in plaats van één, en licht er een paar ikjes en reacties, belevenissen van lezers, en video’s uit.

Lummel bijvoorbeeld werd vorige week nog altijd geplaagd door de estafettestakingen in Frankijk. “Die stakingen beginnen me echt goed de keel uit te hangen. Ik heb al meer dan 2000 km met de auto gereden, in plaats van trein of vliegtuig, ik ben al meer dan 5 nachten ergens geblokkeerd geweest. Het is bijna onmogelijk evenementen te organiseren, deelnemers komen te laat of niet en gaan weer eerder weg. Een janboel.”

Schrijver dezes weet het, is gewaarschuwd, maar gaat vandaag, maandag 25 juni 2018, hopla toch met de trein naar Frankrijk. Wanneer hij terugkomt, dat weet niemand. Kan even duren. Nou, dan heb je er dus zelf om gevraagd. Zo is dat. De Fransen staken, zoals voorheen, om “de toekomst tegen te houden” (Lummel). Lees verder Het tweehonderdste intro (200)

Beetje ongelukkug geformuleerd (198)

Terugkijken en vooruitlopen op actualiteiten en ikjes

“Intro of gewoon opgewarmde prak. Ik denk het laatste.” Met deze reactie trapten we bijna drie weken geleden de commentaarronde af op het vorige intro en het daaropvolgende delen der actualiteiten, ikjes, commentaren en gebbetjes. De auteur van het commentaar noemde zichzelf “Ton Amour”, waarmee hij onbedoeld zijn fixatie op mijn persoontje prijsgaf.

180521kok

Toen ik een lief poëziealbumplaatje voor hem plaatste probeerde hij zich groot te houden met een sneer over mijn voorganger, Apiedapie. Ook daar reageerde ik welgemutst en goedmoedig op. Het is immers toch iemand die jou bewondert en die om je aandacht bedelt. Ergens een compliment, of het nou een stalker is of niet. Nou, en die aandacht geven, da’s voor mij een kleine moeite – een reactie is zo getikt, een plaatje zo geplaatst – en dan heeft hij ook weer een topdag.

Lees verder Beetje ongelukkug geformuleerd (198)

Een bakentje waarmee de dag begint (195)

Terugblikken en vooruitkijken op ikjes en actualiteit

Tralalalalaa, deze vind ik wel passend.

En hopla, onbekommerd gaan we aan de slag: de ikjes bespreken van de afgelopen twee weken, de reacties erop en wat er verder nog op de site aan de orde kwam. Oftewel: dit is het beroemde en geliefde intro, het 195e alweer. Waar blijft de tijd en hoe houd ik het vol? Het eerste weet ik niet, het tweede wel: ik vind het leuk. Keileuk. En de lezers, bijdragers, klikkers en ikjesplaatsers ook (m/v).

Lees verder Een bakentje waarmee de dag begint (195)

Het ikje moet blijven, voor altoos en eeuwig (192)

Terugkijken en vooruitblikken op ikjes en actualiteit

De mensen vragen weleens aan mij: “Bas”, vragen ze dan. “Die ikjes uit de NRC waar jij zo mee dweept, is dat nou echt iets bijzonders, of zijn het gewoon lezersverhaaltjes die in elke krant zouden kunnen staan?”

Als ik tijd en zin heb, dan antwoord ik daar op. En soms ga ik er voor zitten, stop mijn pijpje, en steek van wal.

Die verhaaltjes mochten de journalistiek niet in de weg zitten en moesten gaan over hulliezelf, lezersanekdotes dus, want dat is onschuldig.

“Kijk”, zeg ik dan vriendelijk, “Die ikjes die dateren nog uit de tijd dat de krant een Meneer was. Journalisten schreven. Columnisten ook. En Hoofdredacteuren. Maar dat was het wel. Die hadden het Laatste woord en Gelijk. Lezers moesten lezen en ze konden hooguit hun gram halen via een ingezonden brief, die vaker niet dan wel werd afgedrukt. En die maar hoogst zelden tot iets als een rectificatie of een antwoord leidde. Op een goeie dag werd het internet uitgevonden. En kranten dachten dat ze niet lang meer te leven hadden.”

Ikje, wat is dat eigenlijk?

“Toen werden ze allemaal interactief, oftewel: de lezer mocht meedoen. In de Volkskrant mochten ze vrijuit bloggen. In de NRC mochten ze kleine verhaaltjes insturen. Piepklein en op de achterpagina. Die verhaaltjes mochten de journalistiek niet in de weg zitten en moesten gaan over hulliezelf, lezersanekdotes dus. Ze noemden het “ikjes”. Grappig gevonden. Het meest vernieuwende was dat alle reacties op die ikjes ongemodereerd op de site van de krant kwamen.” Lees verder Het ikje moet blijven, voor altoos en eeuwig (192)

Ik voel me een kruimeltje (186)

Vooruitlopen en terugblikken op ikjes en actualiteit

We lazen vorige week een paar ikjes en vonden er wat van. Zoals die van Eddy Koning, die meldde dat je “eigenlijk nooit meer op straat iemand de band van een fiets ziet plakken”. Ja, het kan je maar opvallen. Dan moet je het opschrijven, een enveloppe en een postzegel zoeken en het naar een krant sturen. De NRC in dit geval, want die houden van lezersanekdoten.

De man was van de ANWB, zijn auto stond langs de stoep.

Eddy had het laatst toch nog een keertje gezien: fiets ondersteboven, teiltje water ernaast en “het bekende doosje met gereedschap”. Een vrouw stond ernaast te kijken hoe een man de achterband repareerde. De man was van de ANWB, zijn auto stond langs de stoep.

Nou, en dan denk je, wat gebeurde er toen? Niks. Dat was het ikje. Klaar. Mooi he? Dat dat in Nederland kan: een dagblad voor volwassenen waar je zulke verhaaltjes naar toe mag sturen. En dat ze dan geplaatst worden.

Lees verder Ik voel me een kruimeltje (186)

Lange blonde haren (178)

Vooruitlopen en terugblikken op ikjes en de actualiteit

“Soms denk je ineens: ik hou van die blogmaster, die wapperende baarden uit vensters ziet waaien”. Dat zei onze vaste, graag geziene en geliefde reageerster Pawi vorige week. Leuk toch? Het zal je maar gezegd worden. Dan ben je zo blij als een aap met zeven staarten.

Ik zag die baarden in gedachten waaien toen ik me een Italiaanse trein voorstelde. Waarom, dat weet ik niet. Maar ik dacht eraan en schreef het op. En dat dat beroemde Italiaanse opschrift “È pericoloso sporgersi” zogenaamd betekende dat je je baard niet uit het raam mocht laten wapperen.

Een diepe gaap. We deden nog een plas. En een enkeling nam nog een toastje.

Ik had daar absoluut geen bijgedachten bij, totdat iemand me een dag later wees op die engerd die in New York met een vrachtwagen dood en verderf zaaide. Uit naam van, ja van wat eigenlijk, niks, van de haat en de megadomheid. Het drama gebeurde nota bene op de plaats waar ik regelmatig jogde en wandelde, ooit. Niet dat zulks het erger maakte. Wel erg is het dat we er aan wennen en meteen over gingen tot de orde van de dag. Niks Facebookprofielen met Amerikaanse vlaggen. Niks Twitterberichten met “I am America”, niks Eiffeltoren in de kleuren van de Amerikaanse vlag, niks CNN aan tot diep in de nacht. Een diepe gaap. We deden nog een plas. En een enkeling nam nog een toastje.

Lees verder Lange blonde haren (178)

De Schrijvende Rechter zei een paar keer iets (177)

Vooruitblikken en teruglopen op ikjes en de actualiteit

Ikjes blijven aparte dingetjes. Het zijn piepkleine schetsjes, lezersanekdotes, en als ze goed opgeschreven zijn, met geen woord teveel en met een goeie pointe, dan zorgen ze voor een verwarmende glimlach. Temidden van het treurige nieuws van alledag.

Vaker echter krult de lip van de ikjesrecensent zich minachtend om. Dan betrof het een kinderikje, een ikje over een demente ouder of patiënt, iets actueels dat er bij de haren bijgesleept werd en had het dingetje een clou die je al in de krant van gisteren zag aankomen. We hadden ze weer allemaal, de afgelopen twee weken, zowel goed als slecht. Hier komen er een paar en wat onze lezers ervan vonden. Want in de NRC kunnen ze hun ei nog altijd niet kwijt.

Duurt niet lang meer en de treinen rijden waarheen de machinist zin heeft.

Er was een ikje over de NS welker conducteur vanuit de luidspreker zei: „Wegens een defecte trein bij Amsterdam Sloterdijk komen wij aan met een vertraging van … o nee! dat mag ik niet zeggen … komen wij 22 minuten later aan dan gepland.” En de hele trein zat te schuddebuiken, volgens Reinder Storm. Mag en kan, maar het is natuurlijk een teken aan de wand als je personeel je instructies publiekelijk belachelijk maakt. Duurt niet lang meer en de treinen rijden waarheen de machinist die dag zin heeft. Lees verder De Schrijvende Rechter zei een paar keer iets (177)

Bent u te vertrouwen? (176)

Vooruitblikken en teruglopen op ikjes en de actualiteit

Hier is dan weer het nieuwe intro. Handig, want – in de woorden van Ad Hok – dan hoef je niet zo lang naar de nieuwste reactie van het oude te scrollen. Zo’n nieuw weekoverzicht is ook handig om te voorkomen dat andere kapers in plaats van je plantjes water te geven ze proberen met wortel en al uit de grond te trekken. En het is een traditie geworden. Vandaar dus. Reden genoeg voor weer zo’n nieuw intro. Geniet ervan. Met mate. Er zijn nog andere dingen die je ook lezen kunt. En lezen moet om hier mee te kunnen praten.

Er waren behoorlijk wat ikjes vorige week en ook reacties daar dan weer op. En wat off topic discussies naar aanleiding van de actualiteit. Eigenlijk stof genoeg voor een keilang intro, maar ik houd het kort vandaag. Gekke Henkie woont hier niet.

Benno Verburgt schreef over zijn zoontje van 2 die op de vraag hoe het met opa en oma ging antwoordde: “Ze zijn er nog.” Mopperkont: “Zoontje van twee had vast niet in de gaten dat hij onbedoeld grappig was, maar dat heb je vaker bij kinder-ikjes.” Lees verder Bent u te vertrouwen? (176)