In Mumbai voelde ik verbondenheid (6)

Langs het water liep ik in de richting van de Gateway of India. Voor het aanleggen van de bijbehorende boulevard was destijds geen geld meer geweest. Dus nu stond de poort in zijn eentje mooi en nutteloos te wezen. In India gebeuren meer van dit soort dingen. Net als in andere landen.

Maar iets was er anders. Wat? Ik liep langs het lage muurtje dat de boulevard van de zee scheidt. De zee lag vol met bootjes. Ik wist dat daar het gevaar vandaan was gekomen. Een rubberbootje met engerds. Een visser die het ongeluk had ze tegen te komen was ook afgemaakt.

mumbai wijzen

Langzaam liep ik langs het immense Victoriaanse hotel. De wervels van mijn nek knakten van het omhoog kijken. Net als de andere nieuwsgierigen kon ik in feite niks anders doen dan naar boven staren. Daar was het allemaal gebeurd. Daar zag je nog zwarte strepen. Daar waren alle ramen eruit geweest.

mumbai snoepjes
Op het plein voor de Gateway had de wereldpers gestaan. Het was daar vroeger altijd een gezellige, ongecompliceerde drukte geweest. Handlezers. Snuisterijverkopers. Mannen met hoofddoekjes die schalen met zoetigheden op hun schouders droegen. Bedelaars. En heilige mannen die een kloddertje rode pasta op je voorhoofd drukten, als je pech had ook nog met rijstkorreltjes erin. Bescherming tegen het kwaad. Op het eerste gezicht was dit het wat ik nu ook zag. Overal mensen in alle soorten, maten en kleuren.
mumbai verbonden mensen

Ineens viel het me op dat alle gezichten, hoe verschillend ook, een zelfde gelaatsuitdrukking hadden. En hoe alle mensen in feite in dezelfde richting keken. Alsof een onzichtbare draad hen verbond met het hotel. Alsof een onzichtbaar web hen verbond met de andere mensen. Dit was verbondenheid, voelde ik. Verbondenheid tussen mensen. Nu besefte ik waarom ik hier was. Om verbondenheid te voelen.

We waren hier niet om naar een afgebrand hotel te kijken. Ik was hier niet om mijn nostalgische gevoelens te koesteren. We waren hier om onze mensheid te delen. Onzichtbaar en onbewust straalde iedereen uit: wij zijn niet zo. Wij doen die dingen niet. Wij hebben respect voor de ander. Een gewijde sfeer die, zo wist ik, ook de Newyorkers na 9/11 hadden gevoeld. Het kwaad bracht naast ongeloof en afschuw, ook menselijkheid en kracht.

Ik zag de ingang van het hotel. zonder er echt over na te denken stak ik de straat over. Ik ging naar binnen!

Dit is een aflevering uit een vervolgverhaal. Deel 5 staat hier. Deel 7 hier. Alle foto’s eigen werk.

Een eerste concept stond op drasties.

Advertenties

Verboden mensen op te blazen

 
mumbai leopold bord 
 
Dit bord viel me op toen ik begin vorig jaar in Mumbai café Leopold bezocht, een van de plaatsen waar op 26 november 2008 een terroristencommando dood en verderf had gezaaid. En onwillekeurig had ik die merkwaardige gedachte: “verboden om mensen in de lucht te laten vliegen”.
 
 
Mijn zoveeldelige verslag over deze reis wordt hier op het vkblog gepubliceerd, elke vrijdag een aflevering, totdat het uit is. Vandaag dus even niet, omdat iedereen toch met de kerst bezig is. Apie ook. Een eerdere versie stond ook op drasties.

In Mumbai werd ik uit de taxi gezet. Onterecht! (3)

De taxi reed Marine Drive op, de boulevard die Mumbai in de vorm van een halve maan van de zee scheidt. Ach, dacht ik, hoeveel mooie momenten heb ik hier al niet meegemaakt? 
 
Een paar blokken verderop wist ik het voormalige huisje van Mahatma Gandhi, nu een ingetogen museum met zwartwit foto’s en spreuken.
 
The world has enough for our needs but not enough for our greed.“ Nog altijd actueel helaas. 
 
mumbai marine drive rechtgetrokken 
 
De prachtige koepel bovenop het Intercontinental gleed voorbij. Ik dacht aan dure whisky. dan de zinderende live-muziektent „Not just jazz by the bay“.  Ik dacht aan goedkoop bier. En ook aan ontmoetingen met lieve mensen. Warme gevoelens van geweldloosheid, schoonheid en tederheid deden me stralen als een zonnetje.

Nieuwsgierig keek ik naar de passanten. Stond het leed hen nog op het gezicht geschreven? Zouden ze schrikken als ik ineens „boem!“ zou roepen?
 
„Smakeloos, sir!“ draaide de chauffeur zich ineens om.
 
Nee hè! Ik had weer eens hardop gedacht. Ik rekende af en stond binnen een halve minuut buiten. Een tikkie zwetend van de schaamte. Want ik had het helemaal niet zo erg bedoeld. Dat had de chauffeur kunnen weten als hij mij wat langer had gekend.  
mumbai palmen
Toevallig stond ik wel precies voor het Oberoi hotel, een van de plaatsen waar de terroristen hadden toegeslagen. Er was niks te zien. Geen geblakerde muren, geen gesprongen ramen, geen uit het lood hangende deuren. Het leven ging hier gewoon door. Wat een teleurstelling moest dit zijn voor ramptoeristen, dacht ik, maar ja, het is ook al weer bijna twee maanden geleden. 
 
Te voet kwam ik sneller vooruit en al gauw liep ik het centrum in.  Ik raakte zoals altijd verrukt van de betoverende afwisseling van wolkenkrabbers, spiegelpaleizen, en Victoriaanse villa’s.
 
 
mumbai oma
 
En om de hoek geurden de specerijenstraatjes waar de safraan goed en goedkoop is, en waar de omaatjes met waardigheid op straat zitten. Maar ook de toeterende auto’s hoorden erbij, de krakende handkarren en de smerige moordende bussen.
 
Ik liep verder en zag ineens in de pui van een café … kogelgaten! Echte. met een politieman ervoor. Nu ging het dus toch beginnen … 
 
mumbai leopold exterieur
 

Dit is deel 3 van een langere serie. Deel 2 staat hier. En hier staat deel 4. Alle foto’s zijn eigengemaakt.
 
Veel heeft eerder ook op drasties gestaan, voor het behoud van spanning wordt klikken op die laatste link afgeraden.

In Mumbai kwam ik mijzelf tegen (1)

‘Twenty six eleven’ noemen ze het. De stad schudde op zijn grondvesten zoals New York tijdens ‘nine one one’. Een groep terroristen kwam met een rubberbootje aan land en zaaide dood en verderf in deze Indiase havenstad aan de Arabische Zee. Het Taj Mahal hotel, de trots van Mumbai, was dagenlang omcirkeld door verslaggevers, die een terroristische aanslag moesten verslaan waar geen einde aan leek te komen.   

Vandaag precies twee jaar geleden begon het ongelooflijke drama. Het leek een film. Maar het was Terrorisme Nieuwe Stijl. Bloedig en zonder mededogen.   Ik ken de stad heel goed, maar was er jaren niet meer geweest. De tragedie had ik per televisie, SMS en chatroom gevolgd. Begin vorig jaar, nog geen twee maanden na de aanvallen, nam ik het vliegtuig. Een lang weekend Mumbai … tja … Maar ik wilde gewoon terug. De stad met eigen ogen zien. Een weekend dat mijn leven zou veranderen. Mijn persoonlijke verslag staat de komende weken hier op het vkblog.   

Vandaag deel één. Namaskar Mumbai! Begint onder de foto.
 
mumbai taj
 
De stad voelde als al die andere keren. warm, een graadje of 35. En aangenaam vochtig. Januari is een goede tijd voor Mumbai. Met knipperende ogen stond ik in de rij voor de douane. Een mini-jetlag van een uurtje of vier in aantocht. Hoe zou het er buiten uitzien? Zou het nog bruisen? Spatte de energie er nog vanaf? Of was Mumbai één groot tranendal geworden?
 
“Shukriya!” riep ik vriendelijk tegen de norse beambte en stapte het avontuur tegemoet. Honderden nieuwsgierige ogen staarden me aan. Tientallen naambordjes en –kartonnetjes. Ontelbare vage types. Je zou bijna omkeren. Maar ik had meer met dit bijltje gehakt en liep zelfverzekerd door. Alsof ik wist waar ik heen ging. Dat is de kunst. Ik hoefde het dit keer niet eens te faken. Want ik was echt al heel vaak de uitgang van chhatrapati shivaji international airport uitgelopen. 
 
Mijn rolkoffertje werd door een tenger mannetje voor me uitgedragen nog voor ik ‘what the f***’ had kunnen zeggen. En ik werd in een klein groengeel autootje gepropt. Ik ging zitten, leunde achterover en het ging allemaal beginnen!  
 
 
Wordt vervolgd. Hier staat deel 2. 
 
Foto’s allemaal zelf gemaakt. Goed he? Ik kan het wel! Er zitten er een paar heel mooie bij. 
 
Dit feuilleton stond ooit in een andere versie op drasties, Ten behoeve van de vereiste spanning wordt u aangeraden de link niet aan te klikken.