Biertonnetjes met een ijzeren opstaande rand (8)

Dingen die ik met mannen heb gedaan

1. Het begon met mijn 17e verjaardag

Het feest dat ik van van mijn vader en moeder voor mijn 17e verjaardag mocht geven was mijn eerste kennismaking met drank, vriendjes en de andere dingen die daarbij hoorden. De pick-up werd naar de huiskamer gehaald. Een klasgenoot, nerd avant-la-lettre, sloot hem aan op geleende boxen. Zelf versierde ik de boel met visnetten – je van het in die tijd – en ik zette kaarsen neer ter verhoging van de feestvreugde. Mijn ouders verbande ik naar de buren.

Er liepen mensen rond die ik vaag of helemaal niet kende. En ik kwam feestgangers tegen op plekken waar ze niet zouden moeten zijn.

Ik leerde dat een feest met jong-adolescenten, bij wie de hormonen uit de oren spoten, niet echt onder controle te houden was. Er liepen mensen rond die ik vaag of helemaal niet kende. En ik kwam feestgangers tegen op plekken waar ze niet zouden moeten zijn. Maar hoewel ik met stijgende ongerustheid toekeek hoe jongens met ontblote bovenlijven flessen bier en sterkere alcoholica aan hun mond zetten en dat afwisselden met flinke joints, vond ik het ook wel stoer.

Toen ik het zusje van een vriendin op de bank met haar vriendje aantrof in wat ik toen als in flagrante delicto beschouwde, schoof ik haastig de gordijnen nog wat verder dicht, want ik verdacht mijn ouders ervan dat ze via de achtertuin regelmatig poolshoogte kwamen nemen. Dat bleek ook zo te zijn, maar ze keken, zoals mijn moeder me later vertelde, in een oorverdovend donker hol waarin niets te onderscheiden was. Licht uit, kaarsen aan … dat bleek van een vooruitziende blik te getuigen.

mannen van luv 5Ikzelf had in die tijd ook een vriendje. Dat was in het begin even spannend. We begonnen met zoenen op een eindexamenfeestje en daarmee was het “aan“. Maar al snel zag ik er de lol niet meer van in. Was dat nou alles? Ik had geen enkele behoefte meer om met hem te zoenen. Sterker nog, ik voelde een echte afkeer.

Nu moet ik erbij vermelden dat ik nog maar kort op de hoogte was van het bestaan van tongzoenen. Wereldwijzere vriendinnen hadden me daarover verteld en dat had verwachtingsvolle nieuwsgierigheid en gretigheid bij me opgeroepen, gemengd met een pietsie ieuw. Maar toen het eenmaal zover was bleek het ieuw-gevoel al snel de overhand te krijgen. Ik probeerde me er eerst overheen te zetten. Het hoorde er nou eenmaal bij en iedereen deed het, kennelijk met volle overgave … dus als ik nou maar even volhield… Maar dat werkte niet.

Uitmaken was dus de enige optie. Het gebeurde op een wat knullige manier. Op het volgende feestje, waar al gauw alle aanwezigen behalve hij en ik aan het zoenen waren en ik ondanks aansporingen van mijn vriendin weigerde me daar ook aan over te geven, kwam hij bij het weggaan naar me toe en zei dat het uit was. “Wat?” vroeg ik, want ik had vanwege de harde muziek niet verstaan wat hij zei. Zijn antwoord verstond ik ook niet. Maar hij draaide zich om en ging weg. Toen ik aan het einde van de avond naar huis fietste viel mét het kwartje een last van me af.

Ik was niet verliefd en de arme jongen in kwestie kon ook geen andere lustgevoelens bij me opwekken.

Pas later begreep ik dat mijn afkeer niet het zoenen zelf betrof, maar de zoenpartner. Ik was niet verliefd en de arme jongen in kwestie kon ook geen andere lustgevoelens bij me opwekken. Dat maakte dat alles wat zoenen zo fijn maakt in dit geval vies, opdringerig en tongtastelijk was. Ieuw dus. Sorry Gerrit, of hoe heette je ook alweer?

Over die afkeer van zoenen heb ik me later gelukkig glorieus heen gezet …

mannen van luv 10

2. Op zoek naar het wilde leven in Amsterdam

Amsterdam was voor mij synoniem met het wilde leven. Het was de tijd van de eeuwige student, de plateauzolen, welig tierend lang haar, en andere naweeën van de hippies. Vrijheid en blijheid. Het leven waar ik gretig naar uitkeek, en dat ik tot dan alleen kende van horen zeggen, meestal in de afkeurende bewoordingen van mijn ouders. Tijdens mijn 17e-verjaardagsfeest en de eindexamenfeestjes had ik er een beetje aan kunnen snuffelen. Dat deed mij verlangen naar meer.

Ikzelf ging naar Amsterdam voor het studentenleven. Mijn ouders zagen de combinatie van Sodom en Gomorra en hun 17 jaar jonge oogappel met bezorgdheid tegemoet. Mijn moeder had zelf haar wilde haren in Amsterdam verloren

Ik ging naar Amsterdam om te studeren. Tenminste, dat was de officiële reden en die van mijn ouders. Ikzelf ging naar Amsterdam voor het studentenleven. Mijn ouders zagen de combinatie van Sodom en Gomorra en hun 17 jaar jonge oogappel met bezorgdheid tegemoet. Mijn moeder had zelf haar wilde haren in Amsterdam verloren en wist uit eigen ervaring aan welke gevaren ik bloot zou staan. In een poging die verleidingen nog even uit te stellen probeerde zij mij na de middelbare school nog een jaartje huishoudschool te laten doen. Het argument was dat het toch handig zou zijn als ik ook iets over het huishouden zou leren. Maar mijn vader en ik wuifden dat pfff weg. Mijn vader was zijn teleurstelling dat ik voor de alfakant had gekozen (te wijten aan een vervelende wiskundeleraar) te boven gekomen en was nu trots op een dochter die op zo’n jonge leeftijd naar de universiteit zou gaan. Dat liet hij zich niet afnemen. Bovendien was ik altijd een voorbeeldige dochter geweest en werd ik erg verstandig geacht. Heel anders in ieder geval dan die vrijgevochten bende van de buren. Ha!

Om toch een beetje controle te houden werd met onze Amsterdamse familie (oom, tante en volwassen dochter) afgesproken dat ik me elke dag een keer bij hen zou melden. Helaas – voor mijn ouders – kon ik daar niet in huis, want zij woonden met zijn drieën op een krappe 3 hoog achter. We vonden een goedkope kamer bij een bridgevriendin povan mijn tante, een paar straten verderop. Met de afspraak om me dagelijks te melden en elk weekend naar huis te komen, werd ik in Amsterdam losgelaten. De kamer, op de zolderetage, bleek net 4 m2 groot en had alleen een wastafel en een door duiven bescheten 20 cm diep balkon. Het toilet was bij de bridgevriendin twee etages lager, alleen overdag te gebruiken vanwege haar hondjes, twee zeer waakse en door merg en been keffende chihuahua’s. Voor ’s nachts werd een po ter beschikking gesteld. Desondanks was ik heel blij met mijn verworven zelfstandigheid.

De muren waren hier en daar provisorisch gerepareerd. Er was een betonnen vloer met gaten. Een grote U-vormige bar waarachter twee langharige neo-hippies in hoog tempo eindeloze rijen glazen goedkoop bier aan het tappen waren (1 gulden).

Al op mijn eerste avond in Amsterdam ging ik naar de kennismakingsavond van de dichtstbijzijnde studentenvereniging, Liber. Stukje lopen vanaf mijn 5-hoog-achter op de Westlandgracht, tram op het Hoofddorpplein en een stukje lopen naar PH31, het adres (Prins Hendriklaan 31) en de naam van de studentenkroeg waar Liber zijn domicilie hield. Het was er stamp- en stampvol, rokerig en lawaaiig. De dreunende beat van de laatste hit kwam uit speakers, die aan het met buizen bedekte plafond hingen. De muren waren hier en daar provisorisch gerepareerd. Er was een betonnen vloer met gaten. Een grote U-vormige bar waarachter twee langharige neo-hippies in hoog tempo eindeloze rijen glazen goedkoop bier aan het tappen waren (1 gulden). Het was een eclectische mix aan lampen en kaarsen, waar de huidige brandweer dol op geweest zou zijn. Aan de muur hingen schilderingen van would be picasso’s en bordjes met citaten. Er stond een flipperkast met een tafelvoetbaltafel ernaast. Er waren zitjes van biertonnen en stoelen in alle maten en stijlen. En waar ik ook keek zaten en stonden studenten in groepjes te discussiëren of lol te trappen.

Met gepast ontzag keek ik naar al die stoere jongens en meisjes. Nonchalant, met afgetrapte spijkerbroeken, T-shirts, en gympen.

Het was allemaal net zo cool als de industriële look die de trendy horeca tegenwoordig toepast, maar toen was het onbedoeld en daarom des te cooler, al wist ik toen nog niet dat dat zo heette. Met gepast ontzag keek ik naar al die stoere jongens en meisjes. Nonchalant, met afgetrapte spijkerbroeken, T-shirts, en gympen. Bier in de ene hand, sjekkie in de andere. Geen middelbare-schoolkinderen maar volwassen mensen. Echte studenten, dat zag je zo. Dat aura moest ik me zo snel mogelijk ook eigen maken.

Ik spendeerde een kostbare gulden van mijn krappe budget aan een glas sherry (bier lustte ik niet) en keek om me heen of ik me ergens kon aansluiten. De sherry was vies, maar was na een paar slokken toch wel te verdragen. Ik werd op mijn schouder getikt, draaide me om en keek in het verveelde gezicht van een meisje.

“Heb jij al een slaapplaats voor vanavond?”

“Ja, ik heb een kamer. Jij dan niet?”

“Nee, mijn ouders hebben me op de trein gezet. Ik kon zelf wel onderdak vinden.”

Ik was geschokt. Déden ouders dat? Hoe vrijgevochten ik ook wilde zijn, dit vond ik absurd. Ik bood de vloer in mijn kamer aan, maar erg happig leek ze daar niet op. Ze hield het wel in reserve, zei ze. Later op de avond zag ik haar weer en ze zei dat ze met een jongen meeging waar ze kon blijven slapen. Mijn vloer en slaapzak waren niet meer nodig.

Ik heb haar nooit meer gezien, maar nog vaak aan haar teruggedacht. Dit was duidelijk een heel ander leven …

mannen van luv 21

3. Zoenen en friemelen in de auto van E.

PH31 werd al snel mijn doordeweekse avondvulling. Of beter gezegd: nachtvulling, want vóór elven was er nog niemand en eigenlijk kon je je met goed fatsoen pas na twaalven vertonen. Fashionable late was niet eerder dan in de kleine uurtjes. Ik heb vaak na zo’n studentennacht in de tram gestaan naast de eerste mensen die naar hun werk gingen. Wankel meezwaaiend in de bocht. Knipperend tegen het grauwe ochtendlicht, waarin de wereld er prozaïscher uitzag dan in het schemerig verlichte hol. Gelukkig had het TL-licht dat aanging als de barkeeper tegen een uur of 6 toch écht naar huis wilde, me daar al een beetje op voorbereid.

Mijn nachten in PH31 bestonden uit het uitwisselen van trucs om gratis met de tram en de bus te reizen en uit ouwehoeren over muziek en het studentenleven dat moeilijk werd gemaakt door de universiteit, de gemeente Amsterdam, hospita’s, niet-studenten, mede-studenten, ouders, geldgebrek, enzovoort. Verder uit toepen en blufpoker met dobbelstenen. En tafelvoetbal.

Mijn plek was de verdediging en hoewel ik niet overmatig sterk was in verdedigen, werd ik al snel beroemd en berucht om mijn snoeiharde aanval vanaf het eigen doel, waarbij ik de bal dwars door de hele tafel het doel van de tegenstander in kletterde.

Ik bleek heel goed te zijn in tafelvoetbal. Mijn plek was de verdediging en hoewel ik niet overmatig sterk was in verdedigen, werd ik al snel beroemd en berucht om mijn snoeiharde aanval vanaf het eigen doel, waarbij ik de bal dwars door de hele tafel het doel van de tegenstander in kletterde. Vaak zo hard dat de bal er weer uitsprong – bonus! Ter info: de verdediging in tafelvoetbal heeft twee stangen, de achterste met één poppetje voor het doel, en de stang daarvoor met twee poppetjes. Ik speelde de bal dan een paar keer in een cirkel van poppetje naar poppetje naar poppetje – waarbij ik helaas ook wel eens in eigen doel speelde – en mepte hem dan het doel van de tegenstander in. Gepaard aan een sterke aanvaller werd ik zo onderdeel van een team dat in de hoogste regionen speelde.

Die sterke aanvaller werd mijn eerste Amsterdamse vriendje. Ook eerstejaars maar ouder. Hij was al 19 en afkomstig uit Haren. Ondanks zijn eerstejaars-zijn en zijn afkomst uit Groningen zat hij al snel hoog op de apenrots. Lang (bijna 2 meter), een wilde bos glanzend zwart haar, goed gebekt, een aantrekkelijke, mannelijke kop, en een fiat 850natuurlijke leider. Een echte leader of the pack. Ik viel als een blok voor hem.

Hoe het precies aan raakte kan ik me niet meer herinneren. Het vroegste uit onze relatie dat me bij staat is het zoenen en friemelen in zijn auto. Die auto droeg aanzienlijk bij aan zijn coolness. Vrijwel niemand had een auto, en voor een eerstejaars was het ongehoord. Het was een Fiat 850, brandweerrood met een zwarte motorkap. Dit werkte voor mij een beetje verwarrend, want er reden veel Simcaatjes rond in dezelfde kleurenstelling. Daardoor sloeg mijn hart vaak onterecht over als ik zo’n autootje zag rijden. Als ik bij de VU aankwam speurde ik rond naar geparkeerde rood-zwarte auto’s, maar meestal moest ik mijn opspringend hart tot bedaren brengen.

Zoenen met E. was verrukkelijk en kon niet sterker verschillen van mijn eerste kennismaking met het fenomeen.

Zoenen met E. was verrukkelijk en kon niet sterker verschillen van mijn eerste kennismaking met het fenomeen. Dat E. meer ervaring had en bedrevener was dan mijn eerste zoenpartner zal ongetwijfeld hebben meegespeeld, maar het lag aan meer dan dat. E. was voor mij superaantrekkelijk, ik was dolverliefd, en dat maakte dat “exchanging saliva”, zoals de Engelsen dat zo doeltreffend verwoorden, in plaats van jakkie, heerlijk, gelukzalig en smakend naar meer.

Alles is context.

Smakend naar meer dus. E. drong aan op de volgende stap en ik wilde graag. Het tongzoenen alleen had dat effect al, maar het gefriemel in zijn auto helemaal. Op die achteraffe parkeerplekken draaide mijn hoofd duizelingwekkende rondjes. En dat kwam niet van de drank. Mijn adem stokte. En dat kwam niet door een gebrek aan lucht. Ik verloor mezelf in een overweldigend verlangen naar meer-meer-meer …

Dus wat hield me tegen?

E. vriend van Luv

 4. In mijn blote kont wijdbeens op de bank

Beng! Met een venijnige stoot maak ik het beslissende doelpunt. Gejuich, gejammer en een zwengel aan de volumeknop van de muziek. We hebben het tafelvoetbaltoernooi gewonnen! E. pakt me op en zwiert me rond.

“Yess! You’re the best! Wanneer gaan we dit vieren, lekker ding?”

Hij moet schreeuwen om boven het lawaai uit te komen. Dronken van de overwinningsroes zoen ik hem stevig op zijn mond. “Hier!”

“Ik bedoel wanneer we nou eens van bil gaan.”

Hij pakt onbeschaamd mijn borst vast. Even reageer ik niet. Wat flikt-ie me nou?! Onze fans schakelen naadloos over van gejuich voor de overwinning naar gejoel, schunnige opmerkingen en fijnzinnige ‘goede raad’. Ik sla zijn hand weg en kijk gegeneerd om me heen.

Oh mijn god! Mijn liefdesleven open en bloot op de voetbaltafel!

“Niet hier!” schreeuw ik in E.’s oor. Dat is een ongelukkige opmerking, zo merk ik aan de verhoogde hilariteit. lk voel mijn gezicht gloeien. Oh mijn god! Mijn liefdesleven open en bloot op de voetbaltafel! Iedereen lacht me uit!

Terwijl E. in één teug zijn glas bier achterover slaat, sleep ik hem mee, weg van het gênante gebeuren waarin mijn mooie overwinning ineens is veranderd. Iemand houdt grijnzend de deur voor me open. “Veel plezier, he!”

mannen van luv 23Op de gang draai ik mijn verhitte kop naar E. toe en haal diep adem om hem op zijn nummer te zetten. Voordat ik iets kan zeggen stopt hij zijn tong in mijn open mond. Een bierwalm dringt ook naar binnen. Even laat ik hem begaan – hormonen overklassen de gêne. Dan ruk ik mijn hoofd achteruit.

“Wat een kutopmerking waar iedereen bij staat!”

“Ach liefje, maak je niet zo druk, wat maakt het uit,” denk ik dat hij zegt, maar dat weet ik niet zeker want hij heeft zijn gezicht in mijn nek gedrukt en zijn stem klinkt gesmoord. Weer trek ik mijn hoofd weg. E. wankelt even van de abrupte beweging. Hoe heeft hij zo goed kunnen spelen met al die drank op?

De kwestie is: ik ben bang om zwanger te raken.

De kwestie is: ik ben bang om zwanger te raken. De foldertjes over onbeschermde seks, eerst op school en toen bij de studenten-informatiedagen, de besmuikte verhalen op familieverjaardagen, een klasgenootje dat ineens in de examenweken wegbleef en de roddels daarover, de niet uitgesproken maar duidelijke signalen van mijn ouders: ik ben als de dood dat ik ‘met kind gedouwd word’. Uitdrukking van een notoir zwart schaap in de familie dat regelmatig met die kwestie te maken heeft gehad. Ik ben niet van plan om ook maar enig risico te nemen; je zult zien dat ik supervruchtbaar blijk te zijn als ik ook maar één calculated risk neem.

Maar de evolutie heeft mensen van een forse voortplantingsdrang voorzien en ik ben daarop geen uitzondering. Dus ga ik naar de NVSH voor de pil. Gelukkig zit die nog in het ziekenfonds.

De NVSH blijkt gehuisvest te zijn in een oud pand in West. Linoleum, TL-buizen, een samenraapsel van stoelen in de wachtruimte, gadeslagen door een zieltogende palm. Een echt gezellige omgeving, die zoiets spannends als je eerste keer seks vakkundig van de glamour ontdoet. Een beetje nerveus wacht ik op mijn beurt. Ze mogen mijn ouders niet inlichten, dat had ik gelezen. Maar toch.

Ik word opgeroepen. De dokter is een oudere vrouw. Tenminste, zo herinner ik het me; waarschijnlijk zou ik haar nu anders zien, ondanks het grijze knotje en de hoornen bril.

“Daar kun je je uitkleden.”

Uitkleden?!

Schichtig kom ik naar buiten. De dokter kijkt me verbaasd-geërgerd aan. “Uitkleden, broek en onderbroek!”

Ik ga het hokje in, doe mijn schoenen en truitje uit en wacht licht verontrust af. Na een minuut of drie wordt er ongeduldig op de deur getikt. Of ik zover ben. Schichtig kom ik naar buiten. De dokter kijkt me verbaasd-geërgerd aan. “Uitkleden, broek en onderbroek!” En na een blik op mijn gezicht: “Voor het inwendig onderzoek. Dat weet je toch wel?”

Ik hoor het helemaal in Timboektoe donderen – ínwéndig onderzoek?! Daar heb ik nog nooit van gehoord, maar dat het ‘inwendig’ heet en dat mijn onderbroek er voor uit moet geeft me een idee. Ik voel paniek opkomen en dat is kennelijk op mijn gezicht te zien, want de dokter kijkt iets minder streng en begint te mopperen op stagiaires die aan de telefoon en de afspraakbalie niet uitleggen wat aspirant pilgebruiksters bij hun aanvraag te wachten staat. ‘Maar nu opschieten kind, ik heb nog meer te doen.’

Beverig ga ik het hokje weer in en ontdoe me van de gevraagde kledingstukken. Terug in de behandelkamer voel ik me heel erg bloot en weet ik me met mijn houding geen raad. Het T-shirt dat ik nog aan heb onderstreept nog eens extra mijn missende slipje. De dokter checkt met een vluchtige blik of ik gedaan heb wat ze heeft gezegd. Voor haar is het duidelijk routine. In mijn chaotische brein flitst een sprankje dankbaarheid dat de dokter een vrouw is en geen man.

“Ga maar liggen en doe je benen in de beugels.”

Ze wijst op een behandelbank met aan weerszijden van een kopse kant twee ijzeren stellages. Ik kijk van de stoel naar haar en weer terug. Geen ontkomen aan, ik moet in mijn blote kont wijdbeens op die bank gaan liggen. Mijn vernedering is compleet.

Dit kan even koud aanvoelen.”

Terwijl ik daar lig, met een kop van vuur, mijn benen wijd, een ongebruikelijk koud aanvoelende onderkant en een doodeng gevoel van kwetsbaarheid, hou ik de dokter met argusogen in de gaten. ‘Inwendig’ is me op zich duidelijk, maar wat gaat ze nou precies doen? Met haar rug naar me toe rommelt ze bij een tafel vol met spullen en komt dan met een ijzeren ding naar me toe. “Dit kan even koud aanvoelen.”

inwendig onderzoek

5. Ik ben meer dan toe aan mijn Eerste Keer Echte Seks

Het is zover. Ik heb mijn initiatie voor toegang tot de pil doorstaan, dus nu wil ik ook de beloning. Als E. die avond op PH31 weer vraagt wanneer we elkaar “nou eindelijk echt gaan liefhebben”, licht ik hem in: “Ik ben naar de NVSH geweest en ik heb de pil. En dat was geen pretje.”

“Echt waar? Kom, we gaan!”

“Ho even, ik zei dat het geen pretje was om die pil te krijgen!”

“Oooh lieverdje! Ik vind het heerlijk, en geil, dat je er zoveel moeite voor hebt gedaan! Kom, we gaan!”

“Wacht nou! Wil je niet weten wat er dan precies gebeurd is?”

“Natuurlijk schatje! Vertel me dat onderweg maar. Kom …”

“Nee niks, we gaan. Ik moet hem sowieso eerst een maand geslikt hebben voordat we echt beschermd zijn. Dus je zult nog even moeten wachten.”

E.’s gezicht betrekt. “Nog een hele maand?”

“Nog 3 weken. Ik ben meteen begonnen met slikken.”

“Nou, dan neem ik nog maar een biertje.” 

We zijn drie weken verder en E. heeft de tijd goed in de gaten gehouden. Als we elkaar bij de ingang van de universiteit tegenkomen wil hij spijkers met koppen slaan.

“Vandaag is het zover. Toch?”

“Wat is zover?” houd ik me van de domme.

Terwijl de stromen studenten om ons heen laveren, trekt hij me tegen zich aan, steekt het puntje van zijn tong in mijn oor en fluistert: “Vandaag mag ik een vrouw van je maken …”

E. knelt me opgewonden vast, haalt zijn hand door mijn haar, trekt mijn hoofd achterover en bijt in mijn hals.

Ondanks mijn ergernis over zijn macho-opmerking voel ik een rilling van verwachting en opwinding door me heen gaan. Het dringt nu tot me door. Vandaag gaat het gebeuren! E voelt het en laat zijn hand naar mijn borst glijden. Ik wil me van hem losmaken maar laat hem toch begaan. Even geef ik me over aan mijn verlangen. Dan botst er iemand tegen ons aan. Ik doe een stap terug maar E. knelt me opgewonden vast, haalt zijn hand door mijn haar, trekt mijn hoofd achterover en bijt in mijn hals. Om ons heen wordt gegiecheld. “Vanavond” fluister ik en hij laat zich van me afduwen. Ik kijk hem nog even in zijn ogen en haast me dan weg.

Die avond zien we elkaar zoals altijd op PH31. Als ik binnenkom laat E. de voetbaltafel in de steek en loopt onder protest van de andere spelers op me af. Hij grijpt me bij mijn arm. “Kom, we gaan!”

Ed Gregory, stokpic.com
Ed Gregory, stokpic.com

Ik laat me gewillig meetrekken.

“Waar gaan we heen?”

“Naar de auto natuurlijk.” We zijn inmiddels buiten.

“Ja, maar waar gaan we héén?”

E grijnst. “Naar een stil plekje, natuurlijk!”

Ik sta abrupt stil. Dat verwachtte E niet en hij komt struikelend tot stilstand.

“Gaan we het in de áúto doen? Dat dacht ik niet!”

In zijn blik wisselen hunkering en verwarring elkaar af.

“Maar liefje, dat is de enige mogelijkheid! Op jouw kamer kan niet en bij mij wil je niet, met Peter die er met zijn neus bovenop zit!”

Da’s waar. Mijn hospita heeft mannenbezoek expliciet verboden en houdt me, met hulp van de waakse chihuahua’s continu in de gaten. En de gedachte aan de geile kamergenoot van E, die met zijn puistenkop in de buurt rondhangt en zijn onsmakelijke snufferd misschien wel in onze privézaken gaat steken, wil ik niet eens in mijn hoofd toelaten.

Bovendien is er wat anders.

De verboden vrucht die nu binnen handbereik is, heeft E’s verlangen tot knappens toe opgestuwd.

De verboden vrucht die nu binnen handbereik is, heeft E’s verlangen tot knappens toe opgestuwd. Net als die van mij trouwens: ik ben meer dan toe aan mijn eerste keer Echte Seks. Had ik het me vroeger al voorgesteld hoe het zou zijn, sinds mijn bezoekje aan de NVSH heb ik het in gedachten honderden keren gedaan, heb ik al mijn remmingen losgelaten en heb ik er met sterretjes in mijn ogen een knetterende roze wolk van verrukkingen omheen geschilderd. Ik weet: Mijn Leven Zal Nooit Meer Hetzelfde Zijn.

Maar E’s indringende driften voegen er nog een heerlijke dimensie aan toe: als ik in zijn door rauwe lust overmande ogen kijk voel ik macht. Ik heb een nietsontziende honger in hem laten ontvlammen. Al zijn aandacht is gericht op wat hij nu boven alles wil, en ik ben degene die het hem kan geven of kan onthouden. Het besef van die macht is haast net zo bedwelmend als mijn verlangen naar de seks zelf. Aan de ene kant wil ik weten hoe ver ik met mijn uitstelspelletje kan gaan, niet alleen wat E betreft maar ook voor mezelf: de kunst van het uitgesteld verlangen. Aan de andere kant is het Grote Moment inmiddels ook voor mij onontkoombaar én ben ik een beetje benauwd om hem tot het alleruiterste te drijven.

“Wacht”, zeg ik. “Regel een kamer. In een hotel, bij vrienden, of stuur Peter de deur uit en doe die deur op slot. Maakt me niet uit, maar zorg voor een kamer met een comfortabel bed. Waar we niet gestoord kunnen worden. En ik beloof je dat je alles mag doen wat je wil.” Ik knipper op een verleidelijk bedoelde manier met mijn wimpers.

“Alles? Echt alles?” vraagt E en van die vraag schrik ik even. Heeft hij allerlei perversiteiten in gedachten? Ik heb maar een half idee van wat er allemaal aan rare dingen bestaat en ik wil daar liever niet meer van weten.

“Nou ja, alles in het redelijke,” krabbel ik terug en ik hoop dat we niet gaan loven en bieden van wat wel mag en wat niet. Maar hij is al ver genoeg heen.

“Morgen,” eist hij. “Morgen gaat het gebeuren. Denk eraan: geen uitstel meer.”

Ik glimlach. Heerlijk, een volwassen vent in de palm van mijn hand. En ik kan hem bespelen als een marionet. Met onze armen om elkaar heen geslagen lopen we weer naar binnen. De voetbaltafel wacht.

Photo by: Ed Gregory, stokpic.com
Photo by: Ed Gregory, stokpic.com

6. Ik hoor mezelf kreunen

Zodra ik de volgende avond de studentenkroeg binnenloop, loopt E.op me af en pakt me bij mijn middel. “Ik heb het geregeld,” zegt hij terwijl hij me mee naar buiten trekt. “Peter is opgehoepeld, er zit een slot op de deur en ik heb verse lakens op bed.” Een golf opwinding? angst? slaat door me heen. Aiaiai, het gaat nu echt gebeuren! We stappen in de auto en E. scheurt naar zijn studentenkamer.

Onderweg dringt tot me door wat hij precies heeft gezegd. “Verse lakens?” vraag ik behoedzaam, “hoezo, zijn die meestal zo vies dan?” E. grijnst. “Mannen hè, die zijn goor, dat weet je toch?”

… ik heb hem al een week lang in een permanente staat van opwinding – hoe verrukkelijk is dat!

En met een blik op mijn ontdane gezicht: “Relax, dat was een geintje. Het valt best wel mee.” Behendig zwenkt hij om een stel giebelende schoolmeisjes op de fiets heen. Een man die ervoor fietst schrikt ervan en begint te schelden. E. steekt zijn middelvinger uit het raam en vervolgt: “Maar de laatste week ben ik bloedgeil, ik bedoel écht súperbloedgeil, enne… dat heeft gevolgen voor de lakens.” Hij kijkt naar me hoe die mededeling valt. “Dat komt door jou, dametje.” Even voel ik me opgelaten, gevleid, opgewonden en een beetje angstig, maar dat wordt weggevaagd door een gevoel van macht en wellust: ik heb hem al een week lang in een permanente staat van opwinding – hoe verrukkelijk is dat!

E. parkeert vlotjes op het enige open plekje en ik stap uit, een beetje trillend om wat me te wachten staat. Voor de deur pakt hij me vast en zoent me vurig. In het portiek ernaast staat een klein, Oosters uitziend dametje geïnteresseerd toe te kijken. Ik draai me gegeneerd weg en E. grinnikt. “Dat is de yogalerares of zoiets van de buurvrouw. Ze is een beetje gek, let er maar niet op,” fluistert hij in mijn oor en bijt in het lelletje. Hard. Ik piep even. Hij draait de deur van het slot en duwt me naar binnen.

In zijn kamer is het warm en schemerig. Het raam staat half open. Het rolgordijn is naar beneden getrokken. E. zet de radio aan en vraagt of ik wijn wil. “Het is geen goedkope, ik heb hem van de slijter en die zei dat-ie prima is.” Ik knik zonder iets te zeggen; mijn keel is dichtgeknepen en mijn hart speelt een drumsolo. Een beetje alcohol zal mijn zenuwen bedaren. De radio speelt zachtjes popmuziek. Ik kijk rond terwijl E. met de fles en de kurkentrekker in de weer is. Zijn kamer is netjes, op het bed liggen frisgewassen lakens. Alle obstakels zijn uit de weg geruimd. In een hoek ligt een stapel LP’s. Ik loop ernaartoe. Leuk: de bovenste is Look at Yourself , van Uriah Heep, een van mijn lievelingsbands.

Terwijl hij zijn gezicht in mijn hals stopt gaan zijn handen elektrificerend over mijn lichaam, op zoek naar knoopjes en ritsen.

“Alsjeblieft.” Hij geeft me een waterglas halfvol rode wijn. We nemen allebei een slok. Dan zet hij zijn glas weg en zoent me opnieuw. Onze monden wisselen wijn uit. Hij duwt me naar het bed. Ik kan nog net mijn glas op het tafeltje ernaast zetten voor we er samen op vallen. Terwijl hij zijn gezicht in mijn hals stopt gaan zijn handen elektrificerend over mijn lichaam, op zoek naar knoopjes en ritsen. Ik laat aarzelend mijn hand over zijn buik glijden, waarop zijn adem even stokt. Hij grijpt naar beneden. Naar zijn gulp denk ik, maar nee, hij haalt iets uit zijn broekzak en terwijl hij rechtop gaat zitten geeft hij het aan mij. Ik kijk. Het is een condoom in verpakking.

Voordat ik iets kan vragen zegt hij: “Ja, het is voor anticonceptie niet nodig maar het is ook bescherming tegen syfilis en gonorroe en zo. Je weet wel, geslachtsziekte.” Verwachtingsvol kijkt hij me aan en maakt een gebaar van ‘toe dan’. Ik voel mijn rode gezicht nog roder worden. Gelooft hij niet dat ik nooit eerder met iemand naar bed ben geweest? Zegt hij nou dat ik lieg?! Haastig vult hij aan: “Voor bescherming voor jóu! Voor het geval ik iets opgelopen zou hebben.” Mijn gezicht vertrekt even. Jasses, ik dacht wel dat hij al veel ervaring had, maar om er nou zo mee geconfronteerd te worden… Ach, hij wil me beschermen, da’s toch best lief, denk ik. Ik glimlach warm naar hem, en dan wellustig. Hopelijk. E. grijnst alsof hij mijn gedachtegang heeft gevolgd en zoent me hard en een beetje pijnlijk.

“Doe hem om, liefje,” fluistert hij dringend.

Ik frummel onhandig aan de verpakking. E. trekt mijn T-shirt uit en begraaft zijn gezicht in mijn borsten.

Nicolas Tassaert, Die vorsichtige Geliebte
Nicolas Tassaert, Die vorsichtige Geliebte

“Zulke heerlijke tietjes heb je, zo perfect rond, zo heb ik ze nog nooit meegemaakt” klinkt het gesmoord van tussen mijn boezem. Even ben ik afgeleid; borsten zijn toch altijd rond? Ach, whatever. Ik laat de onwillige verpakking vallen en grijp naar de knoop van zijn broek, peuter die open en trek de ritsluiting van zijn gulp omlaag, moeizaam, over de bobbel in zijn slip. E. slaakt een diepe zucht, maakt mijn broek los en samen trekken we die uit. Een gevoel van verlegenheid overvalt me maar ik negeer het. Als ook ons ondergoed uit is en we tegenover elkaar op onze knieën op het bed zitten trekt E. me tegen zich aan. Zijn erectie drukt tegen mijn buik en dit keer is het mijn adem die stokt. Ik ben bang dat het pijn doet. Hij pakt het condoom en herhaalt: “Doe hem om, toe.” Het lukt me het condoom uit de verpakking te trekken. Het is een fliebeltje plastic.

Ik ben er nog mee bezig als E. verstikt “oh god!” uitroept en heftig ejaculeert.

Hij duwt me zachtjes dwingend naar beneden, naar de bestemming van het condoom. Beducht richt ik er mijn blik naar. Ik heb eerder een mannelijk lid in mijn handen gehad, maar dat was altijd een beetje bedekt, besmuikt, meestal in duisternis, en niet vlakbij mijn gezicht. Nu zie ik E.’s penis echter in zijn volle erecte glorie, afgetekend tegen zijn naakte lijf. Hij lijkt reusachtig. Ik voel me week worden en met gloeiende wangen, alsof ik koorts heb, probeer ik het condoom er overheen te rollen. Ik ben er nog mee bezig als E. verstikt “oh god!” uitroept en heftig ejaculeert. Zijn lijf schokt en dan laat hij zich zwaar ademend langzaam opzij zakken.

“Het spijt me schat, het spijt me,” brengt hij uit terwijl hij een zwakke poging doet om mijn buik schoon te vegen, “je bent ook zo godvergeten lekker en ik heb zo lang gewacht, ik kon het niet tegenhouden.”

Ik strek me naast hem uit, verward en teleurgesteld, niet goed wetend hoe te reageren. Ik strijk hem over zijn bezwete borst. Hij murmelt: “Geef me een half uurtje, dan doen we het echt.” Zijn hijgen ebt weg en we liggen stil naast elkaar.

Ineens klinkt vanachter de muur een monotoon gezang: “Nam-myoho-renge-kyo, nam-myoho-renge-kyo, nam-myoho-renge-kyo…”

Ineens klinkt vanachter de muur een monotoon gezang: “Nam-myoho-renge-kyo, nam-myoho-renge-kyo, nam-myoho-renge-kyo…” Met zijn ogen dicht mompelt E: “Da’s de yogales.” We luisteren er even naar. Dan schrik ik overeind van luid gebons en geschreeuw van boven: “Koppen dicht, stelletje Baghwanterroristen!” Het zingen gaat onverstoorbaar door en ik kan het niet helpen maar ik begin te giechelen. E. grinnikt mee en terwijl we steeds harder lachen laat ik me weer naast hem neervallen. Het zingen stopt, we hikken nog wat na en dan is alles weer stil, op de radio na.

Terwijl we naast elkaar liggen kruipt zijn hand over mijn buik naar beneden en vindt daar zijn doel. Ah. Ik ga verliggen zodat hij er beter bij kan en laat zijn hand zijn werk doen. En dat doet hij goed. Meer dan goed, E.’s post-orgastische roes in aanmerking genomen. Ervaring, wat u zegt. Ik hoor mezelf kreunen. Even vind ik het gênant maar al snel interesseert me dat niet meer. Als het hoogtepunt nadert komt E. half overeind en staart intens in mijn gezicht.

Maar nu is hij minder gehaast en meer in control. Het moment suprême is aangebroken.

Wanneer we daarna zover zijn om serieus zaken te doen, haalt hij een tweede condoom uit het laatje van het tafeltje. Er blijkt niet meer nodig te zijn dan dat halve uurtje – of hoe lang het ook was – en mijn masserende aanmoediging om hem weer in volle staat van paraatheid te brengen. Maar nu is hij minder gehaast en meer in control. Het moment suprême is aangebroken. Hij richt zich op, wringt met zijn knie mijn benen uit elkaar en voor ik het weet glijdt hij soepel naar binnen. Het doet helemaal geen pijn, integendeel, het voelt verrukkelijk opvullend en een kreetje ontsnapt me. Ik trek mijn knieën op en druk mijn heupen omhoog om hem helemaal te omvatten. Ik kijk naar hem. Zijn ogen, half gesloten, kijken omfloerst terug. “Ik vind het heerlijk je gezicht te zien als je komt,” fluistert hij.

De radio speelt Joe Cocker’s You Can Leave Your Hat On. We bewegen traag met het ritme van de muziek mee, glijdend over elkaars bezwete, plakkerige lijf, en E fluisterzingt de tekst mee in mijn oor. Het open raam laat zo nu en dan een licht briesje binnen dat onze verhitte lichamen afkoelt.

Plakkerige lijven zullen nog lange tijd een turn-on voor me zijn. Yoga niet zozeer.

person-couple-love-romantic
Photo: Ed Gregory

 7. Dat gaat een succes worden, zo’n lief mooi meisje

Het ging natuurlijk uit met E. Met dank voor de over en weer geleverde diensten hielden we elkaar voor gezien. Na hem volgden een sloot vriendjes (serieel) en affairetjes (parallel). Zo was er die jongen waar ik iets mee had wat op de grens lag van avontuurtje en vriendje; geen idee meer hoe hij heette. Hij probeerde me de studentenkroeg-sherry in te laten wisselen voor studentenkroeg-cognac, met als argument dat die laatste veel zuiverder was. Meer alcohol, ja. Toen hij ook nog onaardige opmerkingen maakte over mijn hospita met haar k*ttenlikkertjes (de chihuahua’s), konden zijn spannende good looks daar niet tegenop en dumpte ik hem.

Met goedkope sherry ben ik trouwens wel opgehouden (niet dankzij hem, overigens). Bier en wijn kwamen ervoor in de plaats.

Maar dit terzijde.

Maar toen hij over verloven begon (…)  kreeg ik zo mijn bedenkingen.

Een student pedagogiek, G, die PH31 al net zo vaak frequenteerde als ikzelf, was al in de E.-tijd begonnen met karrenvrachten complimentjes over me uit te storten en talloze foto’s van me te maken. In de post-E.-tijd deed hij wekenlang zo zijn best om me in hem geïnteresseerd te krijgen dat ik ten slotte toegaf. Een succesvolle uitputtingstactiek, inderdaad. Het was een zachte lieverd, maar toen hij over verloven begon (Verloven?! Uit welke eeuw kwam hij in vredesnaam?) kreeg ik zo mijn bedenkingen. Vooral toen hij over diverse eerdere verlovingen vertelde, compleet met ringen en verlovingsfeesten. Toch zette uiteindelijk niet ik hém aan de kant, maar hij mij. Volgens een vriendin kwam dat door zijn moeder en dat zat zo.

Hitchhiker's gesture, Wikimedia Commons
Hitchhiker’s gesture, Wikimedia Commons

Hij ging regelmatig bij zijn moeder op bezoek. Met een flinke zak vol was, zoals vrijwel alle studenten op kamers, inclusief ikzelf. Omdat hij notoir arm was – ook dat gold voor vrijwel alle studenten op kamers – spaarde hij geld uit door te liften. Ikzelf ging altijd heel braaf met de trein naar mijn ouders; alleen op de tram reed ik zwart. Dat laatste moest haast wel, want het was belachelijk gemakkelijk en als je dat als student niet deed verloor je je street cred. Want dat bestond toen ook al, ook al heette het anders.

… omdat G. erbij was kon er niet veel misgaan, leek me.

We gingen liften, dus. Ik vond het doodeng maar omdat G. erbij was kon er niet veel misgaan, leek me. En het ging ook prima. Er waren in die tijd vaste punten waar je als lifter ging staan en auto’s voor je stopten. G. had als ervaren lifter een veelgebruikt bordje met ‘Naarden’ erop en binnen een paar minuten werden we opgepikt. Zo eng als ik het eerst vond, zo gezellig bleek het.

“Waar gaan jullie heen?”

“We gaan naar mijn moeder.”

“Je meisje voorstellen?” (Hoe wist-ie dat dat mijn eerste bezoek was?)

“Nou, dat gaat een succes worden, hoor, zo’n lief mooi meisje.”

Nou ja, zeg! #genant

Enfin, zo babbelend kwamen we in Naarden aan en werden we vrijwel voor de deur afgezet. Wat een luxe. Even overwoog ik serieus om naar mijn ouders voortaan ook te gaan liften, maar het vooruitzicht in mijn eentje bij een onbekende in de auto te stappen hield me tegen. Gelukkig maar, vind ik nu.

Zijn moeder was allervriendelijkst maar praatte veel over een schoolvriendinnetje van G. dat, concludeerde ik later, ook al een van z’n verloofdes was geweest. Hm. Ik voelde me een beetje buitengesloten, toen G. en zijn moeder zo te horen warme herinneringen aan dat kennelijk node gemiste en zo te horen succesvolle dametje ophaalden en hoorde het beteuterd aan. Enfin. We dronken koffie en bleven eten. Na het eten ruimden we gedrieën de tafel af, maar toen ik aanstalten maakte om te helpen met de afwas zei zijn moeder dat dat niet hoefde. 

“Dat vond ik vroeger zelf ook altijd zo vervelend, kind, dat verplichte corvee van afwassen.”

Daar was ik het helemaal mee eens. Opgelucht liet ik zijn moeder in de keuken met de afwas achter en ging met G. op de bank naar de televisie kijken. Hij keek me even verbaasd aan. Ik lachte voldaan terug. Toen zijn moeder het tijd vond om naar bed te gaan, namen we afscheid en vertrokken naar de liftstandplaats. ’s Avonds een lift krijgen bleek een stuk lastiger dan overdag. Het leek uren te duren voordat er iemand voor ons stopte, en intussen was het donker, koud en ging het ook nog eens regenen. Die ervaring heeft me ervan weerhouden voortaan zelf ook naar huis te liften.

“Wat ben je stil, liefje. Vraag je je af of je nog wel van me houdt?”

Niet lang daarna zaten we samen op G.’s kamer door wat lp’s te rommelen. G. zei niet zoveel en ik vroeg: “Wat ben je stil, liefje. Vraag je je af of je nog wel van me houdt?” Dat was ons standaard grapje als we een tijdje niets tegen elkaar gezegd hadden. Maar in plaats van het verplichte antwoord te geven dat hij dol op me was, bleef hij stil en keek me niet aan. En meteen wist ik dat het mis was. Dat was geen helderziendheid; waarschijnlijk had ik onbewust eerdere tekens opgepikt. Hoe dan ook, het was het einde van onze relatie. En dat greep me harder aan dan ik van tevoren zou hebben gedacht. Ik had mijn bedenkingen gehad, zeker, maar die doorlopende adoratie had me kennelijk toch in zijn greep gekregen en nu dat was gestopt kreeg ik ontwenningsverschijnselen.

Mijn vriendin, bij wie ik uithuilde, zei wel te weten hoe het zat. Hij was een moederskindje (“O ja?” – met betraande ogen; “Ja!”) en die moeder had haar zinnen gezet op een andere schoondochter (“Dat schoolvriendinnetje!”Ja, duh!”), had me getest met die afwas (“Ik wíst het!”) en had haar lieve zoontje met succes bewerkt om me af te danken.

“Dat loeder!”

“Ach, je was toch niet van plan geweest met G. huisje-boompje-beestje te doen?”

“Nou ja… *snif*… neuh…”

“Wees blij dat je niet hebt toegegeven aan die verlovingsmanie van hem. Had-ie je in zijn trofeeënkast kunnen bijzetten.”

Dat was ook weer waar. Ik likte mijn wonden, raapte mezelf bij elkaar, keek een griezelige horrorfilm (niets helpt zo goed om je malende gedachten af te leiden, vooral ‘s nachts) en ging op zoek naar de volgende ex. (Dat die ook een ex ging worden was niet de opzet maar wel het resultaat.)

horror
Foto Cinema Hamiltons 2006 Giallo Poliziesco Cory Knauf The Butcher Brothers

8. Biertonnetjes met een ijzeren opstaande rand

Ik werd een zeer geregelde bezoeker van PH31. In het weekend ging ik braaf naar mijn ouderlijk huis, maar elke doordeweekse avond hing ik in die studentenkroeg rond. Ik speelde er veel tafelvoetbal. Ook deed ik vaak mee aan discussies over filosofische vraagstukken en wereldproblemen. Dan zaten we in een kring op biertonnetjes met een ijzeren opstaande rand. Vanwege mijn stagnerende bloedsomloop moest ik vaak vroegtijdig afhaken. En ik zat regelmatig toepend, klaverjassend, dobbelend of gewoon kletsend aan de bar, met andere stamgasten en met de barman van dienst.

Een andere bijverdiener was een harige, gedrongen knaap met een scheut exotisch bloed, aan wiens rap uitdijende buik te zien was dat hij een groot deel van zijn barverdiensten naar de bar terugbracht.

De meesten van de barmannen (er waren geen barvrouwen) waren oproepkrachten. Studenten die een zwart centje bijverdienden. Er was een bleke, vroegkale, nerveuzige slungel die, als ik hem aansprak, wegkeek en iets onverstaanbaars terugmompelde. Een andere bijverdiener was een harige, gedrongen knaap met een scheut exotisch bloed, aan wiens rap uitdijende buik te zien was dat hij een groot deel van zijn barverdiensten naar de bar terugbracht. Als hij dienst had moesten de biervaten in een veel sneller tempo worden verwisseld. Ook was er een intellectueel type, dat graag zijn imago in stand hield door om het andere woord een mij onbekende maar indrukwekkend klinkende term te gebruiken.

Er waren twee barkeepers die een formeel dienstverband hadden. De ene was een gesjeesde student met een John Lennonbrilletje en een volle zwarte baard, Enno genaamd, die vaak met die naam geplaagd werd: “Ennoooooooo ..” (met tuitmondje). De andere was Jan, de enige barman die geen student was, ook geen gesjeesde, eveneens voorzien van een volle baard, maar dan lichtbruin. De vaste barmannen onderscheidden zich van de studenten doordat ze niet dronken werden tijdens hun dienst en altijd onverstoorbaar hun werk deden, wat er ook gebeurde.

Ik voel nog de kramp in mijn hand van het schrijven tijdens die urenlange, oeverloze discussies

Waarschijnlijk omdat ik er zo vaak was, werd ik gevraagd om deel uit te maken van het bestuur van PH31. Ik voelde me vereerd en zei ja. Al snel bleek dat de enige taak van mijn bestuursfunctie het bijhouden van de notulen van vergaderingen was. Ik voel nog de kramp in mijn hand van het schrijven tijdens die urenlange, oeverloze discussies, waarvan ik me met de beste wil van de wereld niet meer kan herinneren waarover het ging.

Wat ik me nog wel goed herinner is dat er tijdens een zo’n vergadering een mij onbekend manspersoon binnenkwam, die een van de bestuursleden een stel papieren kwam brengen. Wat een leuke man was dat! Betoverd keek ik hem aan en ik schonk hem een stralende (hoopte ik) glimlach. Hij lachte oogverblindend terug. Hij liep terug naar de deur en voordat hij daardoor verdween, draaide hij zich om en grijnsde me breeduit toe.

Het klikte direct en na een uurtje vertrokken we samen naar zijn tweekamerappartement.

Na afloop van de vergadering vond ik hem bij de bar terug en ik sprak hem aan. Het klikte direct en na een uurtje vertrokken we samen naar zijn tweekamerappartement. De volgende ochtend, bij het ontbijt dat uit een zachtgekookt eitje bestond, kwam ik er tot mijn opperste verbazing achter dat ik die leuke man allang kende: het was Jan de barman, die zijn baard had afgeschoren. Jan zelf, die tot dat moment niet had begrepen dat ik hem niet had herkend, moest er hartelijk om lachen en toen ik van de schok was bijgekomen ik ook.

At the Cutting Edge, Andrew Dyer, CC BY-SA 2.0

Het is bij die ene one-night stand gebleven. Dat was niet erg want ik vond hem leuk (ook als barman Jan) maar was niet verliefd en hij ook niet. We moesten nog wel eens samen lachen om ons ‘geheimpje’, zoals die keer toen ik met een studievriendin aan de bar zat, die tegen hem zei dat er iets anders aan hem was maar ze kon er niet de vinger op leggen. Jan en ik keken elkaar aan en begonnen te grinniken. Toen hij tegen haar zei dat er meer mensen door zijn verdwenen baard in verwarring waren geraakt, verklaarde ik snel dat mij dat ook was gebeurd. Mijn studievriendin knikte begrijpend.

Wordt vervolgd (feuilleton: Dingen die ik met mannen heb gedaan)

LuviennaAuteur: Luvienna

Advertenties

Auteur: Bas van Vuren

Schrijver. Rijmer. Kijker. Open en nieuwgierig. Kent veel beroemde mensen.

547 thoughts on “Biertonnetjes met een ijzeren opstaande rand (8)”

  1. Het was in december…[…]… het viel A. op hoe bruin mijn benen nog waren.

    Tot ver na je jongensjaren nog een korte broek dragen was dus wel ergens goed voor.

    Like

  2. Toch echt kies vind ik het niet om deze intieme details te delen over je vriendin, of ze nu ex is of niet, hierover spreek je niet. Vind ik dan weer, gek respectvol mannetje dat ik me dr’eentje ben.

    Like

  3. @Apie “Roos, je bent gespannen als een veer, man, wat is er toch?
    Dat móet projectie zijn want ik voel me juist bijzonder ontspannen de laatste tijd. Misschien begin je nu toch de druk van de oplopende Apie-coëfficiënt te voelen? Staat nu op 0,12.

    Weet je wat, kom je dit weekend los met de tuinenspecial dan mats ik je. Krijg je een bonusaftrek van 5 volle punten! Je zou toch gek zijn als je die laat liggen.

    Like

  4. Het Hoogtepunt wat mij aangaat van alle feuilletons! Zou er bijna weer tussen willen staan, alleen voor jou Luvienna en jouw werk.
    Maar dat gaat niet. Iemand mag zich toch wel een maal consequent tonen, al was het maar voor die ene keer.

    Zo, nu draai ik mij weer om.

    Like

  5. Och maar mijn lieve Markje dan toch, dat feuilleton staat met een handomdraai, 1 druk op de knop, weer daar waar het hoort, hoor: in de erelijst van alhier verschenen feuilletons. Over je schaduw heenspringen, wees is jezelf, volg je hart en maak je niet druk om hoe iets volgens jou overkomt bij anderen. Je bent zelf je eigenste maat der dingen. Vind ik dan weer knotsknettergek menneke dat ik me d’r eentje ben.

    Like

  6. Voor wie het lief heeft, over tien minuten en 32 jaar geleden kuste ik mijn eerste vriendinnetje. Nee, koe en rund, hoe vaak maak ik die fout toch weer, over een maand, over een maand jij stomme haan! Op die feestdag van die domme Fransen, nou ja, sommige. He, ik ga nu niet uitrekenen hoeveel maanden het nu is. Straks op de fiets, weer een reden om tegen een tram aan te fietsen. Tramlijn 13, dat dan weer wel.

    Nou, ik ga verder met deze dag, met een ietwat lichtere tred, dat kan men zich voorstellen?

    Eikel. Idioot. Wat heeft men nu aan een type als jou? Wat zou je kunnen doen als men mensen nodig had om iets te laten doen? Stel dat er dubbel zo veel banen waren als mensen zonder werk en stel dat je niet al die kwaaltjes had, waar zou men jou dan moeten plaatsen? Wat voor een functie moet men creëeren? Je hebt een paar hersens, maar te weinig om er veel nuttigs mee te doen. Je hebt twee sterke benen maar of je struikelt of je verdwaald. Zou ik niet bij bijna iedereen van de APDC langs kunnen gaan en daar iets zo min mogelijk huishoudelijks kunnen doen? Maar als er een hond is kan ik deze eens flink een trap tegen zijn kloten te geven? Figuurlijk gesproken, uiteraard.

    Het is wat het is, helaas mop, hiermee meent mijn partner haar duitje in het centenbakje te doen.

    Wat deert het ook? Zelfs als je een mooi ree bent dan kun je weer geen jachtje bevaren dus sterrendust kan kriebelen tussen je billen als je een enorm groot wezen bent, zo groot dat je je reet met een Melkweg kunt afvegen, letterlijk dan wel, he!

    Like

  7. Nou je het zegt…dat zou best iets zijn, een oplossing. Tijdje nadenken, kunnen veel mensen beter van worden!

    Like

  8. En er komt binnenkort meer. Wij van het blogmanagement zijn nu alle lange verhalen aan het nalopen, om de nieuwe lay-out te double checken, zodra het allemaal goed is bevonden, gaan we weer nieuwe afleveringen plaatsen. Oh wat een heerlijk vooruitzicht.

    Like

  9. Hehe, we hebben er lang op moeten wachten, maar hier is dan eindelijk het achtste deel. Onze Luv wordt ouder, wijzer, maar lust er nog altijd pap van. En zo hoort het ook op die leeftijd. 😀

    Liked by 2 people

  10. Het wachten is ruimschoots beloond, fraai relaas over het luchtige studentenleven in de kroeg en het bed. Je beschrijft het als een echte vrouw van de wereld, met verve en gemak.

    Grappig verhaal van die baard die eraf was en het leven met een lach en een lonk.

    Liked by 2 people

  11. PH13 zat op de Prins Hendrikkade? Welke kroegen zag je nog meer van binnen? Deze herinner ik me nog het meest: Herengracht 519 (kwamen veel Surinamers, ben ik één keer binnen geweest), H88 (Herengracht 88, in de mensa stonk het), de Schakel (homo disco op het Leidseplein, dansten de mooiste meisjes), Karel café’s (in de Pijp met een nachtcafé + eetcafé en later een foeilelijke oranje kroeg in het centrum). Dansen bij Jansen, Reinders, Welling (beide Leidseplein), de Engelbewaarder (met Renate Rubinstein), Weesperstraat Mensa met junkies en flipperkast en overal heel veel ROOK!

    Liked by 1 persoon

  12. Ik ben de meeste van die namen vergeten. Hoppe, weet ik nog. En nu jij Reinders noemt popt die ook op. Maar de rest zou ik niet echt meer weten. PH31 staat trouwens niet voor de kade maar voor de laan. Zo te zien zit er nu een notariskantoor.

    Liked by 2 people

  13. Geweldig. Ik vind het heel erg op een Wolkers boek gaan lijken. De paar boeken van hem die ik gelezen heb beginnen ook altijd gelukkig en met zulke mooie sfeerbeelden. Ergens, maakt niet uit hoe het weer of jaargetijde is, heb ik als ik jou lees zin om naar het strand te gaan. Het liefst met de ik figuur, dat dan ook weer wel.
    Hm, misschien ga ik binnenkort maar weer eens een Hermans of Wolkers of Reve of de eerste vijfhonderd pagina’s van de Ontdekking van de Hemel herlezen. Door jou, Luv, door jou, tenzij je eindelijk een beetje opschiet GVM, en er snel driehonderd pagina’s uit gooit?!
    Eerst twijfelde ik maar nu denk ik dat het een zeer leeswaardig boek kan worden en als e.e.a. meezit een knalverkopend boek ook nog eens. Wou dat ik zo kon schrijven en dit is geen trucje om iets uit te lokken want ik kan niet zo schrijven als jij…

    Mark

    Liked by 1 persoon

  14. Wees nooit te groot of nuchter om Bas een vraag te stellen! Hij is per slot van rekening een goede redacteur. Zo een waar je een jaar of zo ruzie mee kan hebben. Als het moet.

    Kent er hier iemand trouwens het boek van Rob Hoogland (keiltje) en ene…van Amerongen? Tja, dat Twitter brengt wel heel hoge, en lange, mensen en heel kleine, ik dus, bij elkaar. En daar waar twee mensen samenkomen en een ervan ik is zal de kijf niet lang weg blijven. Soms weet ik niet eens waarom, heren? Eters en lezers.

    Met mooie vrouwen heb ik nooit ruzie. Dat scheelt.

    Liked by 2 people

  15. Jou. Jouw is een bezittelijk naamdinges daar hoort een zelfstandig naamwoord bij. Je leest jouw brief. Vergelijk het met hem en zijn. Je leest hem. Je leest zijn boek.

    Like

  16. Het betreffende boek ken ik niet. Graag een toelichting over waar het over gaat en wat we ervan moeten lezen of vinden, of waarom het jou zo heeft gepakt, of juist weer niet. Hier kun je alles kwijt. Dat weet je. En als je het mooi puntig formuleert, en als het wat response losmaakt, dan komt het nog in het hoogtepuntenoverzicht van volgende week ook. Man man man wat een mooie site hebben we hier toch opgebouwd.

    Like

  17. Dank je, Boekie bloos Maar zo goed schrijven als jij doe ik niet, hoor. Burnout heeft alle potentie om een uitgever geïnteresseerd te krijgen. Nog wat uitbreiden, redigeren, en dan naar een uitgever sturen. Of een agent.

    Liked by 1 persoon

  18. Ik ben het Luvienna eens Mark, in zoverre dat Burnout potentie heeft. (ik ken een paar termen ☻).
    Dat zag ik ook bij een paar teksten op de weblog die je indertijd had.

    Liked by 1 persoon

  19. De beide auteurs (m/v) kunnen evengoed schrijven.

    De een is technischer en compositorisch (tekstopbouw, indeling in paragrafen, verhaallijnen) wat meer begaafd, maar schrijft wat afstandelijk. Het vertelperspectief dat deze auteur heeft kan vergeleken worden met dat van de reiziger in een tjoektjoektreintje dat door een landschap puft, waarbij deze naar buiten kijkt en weergeeft wat daar te zien is. De lezer kan hierdoor heel veel zelf invullen. Er is veel aandacht voor het detail. Er is milde zelfspot, maar de lezer dringt niet makkelijk tot de kern van de protagonist door. Zinnen kunnen soms wat lang uitvallen, met veel komma’s en tussenvoegsels, doorgaans commentaren en beschouwingen op de beschreven handeling van de alwetende verteller.

    De andere auteur laat pure emotie zien, schrijft uit de rauwe ziel, kan gevoelens, wanhoop, mislukking, chaos, vertwijfeling, seksuele driften als geen ander onder woorden brengen (Grunbergachtig, wat u zegt) en hij/zij kan ook heel redelijk beeldend schrijven. De auteur is verder talentvol in dialogen, sfeerbeschrijvingen en “introspectie” (waarmee ik bedoel dat hij/zij erin slaagt de lezer in het hoofd van de ik-figuur te krijgen, wellicht kies ik hier het verkeerde woord voor, ik ben nu eenmaal al een jaar of twintig expat, maar de begrijpende en welwillende lezer weet exact wat ik bedoel). Deze auteur is hopeloos in compositie en verhaallijn, niet erg sterk in grammatica, spelling en zinsopbouw, en niet erg gedisciplineerd, vasthoudend noch gedreven.

    Per saldo weegt dit allemaal tegen elkaar op en daarom vind ik ze evengoed kunnen schrijven. Ik zeg niet wie ik met de “een” en wie ik met de “ander” bedoel. Dit om ze geen van beiden tegen mij in het harnas te jagen. Of ze geen van beiden een al te grote veer in de kont te steken. Want dat willen we niet; verketteren noch de hemel in prijzen is iets dat op deze site als tijdverdrijf wordt beoefend. Het gaat hier om feedback waar je wat mee kunt.

    Liked by 2 people

  20. Kom kom, Roosje, dat kun je niet menen.
    Echt wel! Bookmark zou blij moeten zijn als hij je slippen mag dragen.

    Bas heeft gelukkig eindelijk weer zijn kritisch vermogen teruggevonden. Mensen gaan echt niet dood van een afkeurend woordje. Ze gaan je haten maar dat zul je op de koop toe moeten nemen. Verder raad ik Bas nog aan er voor te zorgen dan zijn deel van de reacties onder de 10% blijft. Een goeie blogmaster geeft zijn bezoekers alle ruimte, blijft zelf zoveel mogelijk op de achtergrond.

    Als ik dan nog een complimentje mag geven, je inzet is, werkelijk waar, voorbeeldig. Ik ken geen enkele blogmaster die zo ontzettend zijn best om zijn blog in de running te houden en daar zoveel voor over heeft. Petje af hoor!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s